| Protypotherium Status: Uitgestorven Fossiel voorkomen: Vroeg-Mioceen | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Protypotherium australe | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||
| Protypotherium Ameghino, 1882 | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Protypotherium is een geslacht van uitgestorven zoogdieren, uit de Notoungulata, dat voorkwam in het Vroeg-Mioceen.
Florentino Ameghino benoemde in 1882 de typesoort Protypotherium antiquum. De geslachtsnaam betekent "vóór Typotherium. Dit is overigens geen afstammeling. De soortaanduiding betekent "de oeroude". Tien andere soorten zijn benoemd.
Deze dieren hadden de omvang van een konijn met een korte hals. De kop zag eruit als een rattenkop met een puntige snuit. Hierin bevond zich een gebit met vierenveertig niet-gespecialiseerde elementen, de basale toestand.

Aan het achtereinde van het lichaam bevond zich een dikke staart. Het lichaam werd gedragen door vier lange, slanke poten, waarvan elke voet vier klauwen droeg.
Het voedsel van dit dier bestond waarschijnlijk uit bladeren, die het bijeenscharrelde op de Argentijnse pampa's. Voeger werd wel gedacht dat het gras graasde maar grassen waren nog niet zo algemeen en de typerende krassen ontbreken ook op het glazuur. De latere soorten werden groter.
Resten van dit dier werden gevonden in Argentinië, onder meer in de Sarmiento-formatie.