| Alpenheggenmus IUCN-status: Niet bedreigd (2024) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Prunella collaris (Scopoli, 1769) | ||||||||||||
Verspreidingsgebied van de alpenheggenmus ■ leefgebied (groen)
| ||||||||||||
| ||||||||||||
De alpenheggenmus (Prunella collaris) is een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
De vogel wordt 18 cm groot, iets groter dan de huismus. De keel is wit met kleine donkere vlekken (een duidelijk verschil met de heggenmus, die een blauwgrijze keel heeft), de flanken zijn roestkleurig gevlekt. Opvallend is de blauwachtige borst. De rug is bruingroen, evenals de borstrand en de onderstaartdekveren. De geslachten zijn gelijk van uiterlijk.
Het nest bestaat uit mos, halmen en wortels en wordt gebouwd in gaten, scheuren en spleten. Een legsel bestaat meestal uit 4 of 5 eieren. De broedtijd loopt van eind mei tot juli.
De soort komt voor in bergachtige gebieden in Spanje, Zuid-Frankrijk, Italië, de Balkan, de Alpen en de Karpaten en Azië, boven 1500 meter. Alpenheggenmussen komen voor op rotsachtige berghellingen onder de sneeuwgrens. In de winter daalt hij soms verder af en komt hij dichter bij de bewoonde wereld. De vogel is te vinden bij steenhopen en in weilanden.
De soort telt negen ondersoorten:
In Nederland is de alpenheggenmus een dwaalgast met 13 goed gedocumenteerde waarnemingen tot 2022.
De grootte van de populatie is in 2021 geschat op 2,0-3,8 miljoen volwassen vogels. Op de Rode lijst van de IUCN heeft deze soort de status niet bedreigd.