Strepenziekte (gerst)

Pyrenophora graminea
Strepenziekte op gerst
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Ascomycetes
Onderklasse:Dothideomycetes
Orde:Pleosporales
Familie:Pleosporaceae
Geslacht:Pyrenophora
Soort
Pyrenophora graminea
S. Ito & Kurib. (1931)
Ascosporen
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels
Drechslera graminea
Strepenziekte (gerst)
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Dothideomycetes
Orde:Pleosporales
Familie:Pleosporaceae
Geslacht:Drechslera
Soort
Drechslera graminea
(Rabenh.) S. Ito (1930)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Strepenziekte is een plantenparasitaire schimmel, die onder andere gerst aantast. De ongeslachtelijke fase wordt Drechslera graminea genoemd en de geslachtelijke fase Pyrenophora graminea. De schimmel leeft als mycelium in de gerstkorrel en als deze kiemt veroorzaken schimmeldraden via de coleorhiza een systemische infectie van de kiemplant. De schimmel wordt uitsluitend met het zaaizaad overgedragen.

Symptomen

Ernstige aantasting van kiemplanten kan meer uitstoeling en sterfte veroorzaken, maar de symptomen treden meestal pas op het tweede of derde blad op, waarbij tussen de nerven lange, chlorotische of gele strepen op de bladeren verschijnen. Later zijn de meeste bladeren en bladscheden aangetast. In de chlorotische of gele strepen ontstaan later donkerbruine strepen. De bladeren scheuren, rafelen, verdrogen en vallen af. De planten komen niet in aar, de aren blijven rechtopstaan of de aren zijn krom, doordat de kafnaalden in de bladschede blijven zitten. Verder kunnen ze misvormd en verkleurd zijn. Van gezonde planten kunnen door de conidiën alleen de aren geïnfecteerd worden. Een infectie van de zaailingen wordt bevorderd bij bodemtemperaturen onder 12 °C. Temperaturen boven 15 °C remmen de infectie. Een hoge luchtvochtigheid tijdens de bloei die minimaal 16 uur aanhoudt (bij 12 °C) zorgt ervoor dat de schimmel in grote hoeveelheden conidia vormt en veel aren van gezonde planten infecteert.

Morfologie

Ongeslachtelijke fase:

Geslachtelijke fase: