| Ralph Meeker | ||||
|---|---|---|---|---|
Meeker in 1952 | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboortenaam | Ralph Robert Rathgeber | |||
| Geboortedatum | 21 november 1920 | |||
| Geboorteplaats | Minneapolis | |||
| Overlijdensdatum | 5 augustus 1988 | |||
| Overlijdensplaats | Los Angeles | |||
| Land | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Northwestern-universiteit, The Leelanau School | |||
| Werk | ||||
| Jaren actief | 1945–1980 | |||
| Beroep(en) | acteur | |||
| Genre(s) | western | |||
| ||||
Ralph Meeker (Minneapolis, 21 november 1920 – Los Angeles, 5 augustus 1988) was een Amerikaans acteur.
Meeker werd geboren als Ralph Rathgeber op 21 november 1920 in Minneapolis (Minnesota), als zoon van Magnhild Synove Haavig en Ralph Robert Rathgeber. Hij groeide op in Michigan en Chicago. Hij studeerde in 1942 af aan de Northwestern University, waar hij een opleiding muziek en theater volgde. Meeker diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Amerikaanse marine, maar werd na enkele maanden ontslagen vanwege een nekblessure.
Meeker maakte zijn acteerdebuut in 1943 in het toneelstuk The Doughgirls. Vervolgens verhuisde hij naar New York. Begin 1945 reisde hij naar Italië om er op te treden voor Amerikaanse soldaten. In 1947 ontving hij een Theatre World Award voor zijn rol in Mister Roberts (hij was de understudy voor de rol van Henry Fonda). Twee jaar later verving hij Marlon Brando in Elia Kazans toneelbewerking van het drama A Streetcar Named Desire.
Zijn filmdebuut volgde in 1951 in de Zwitserse film Die Vier im Jeep, die een Gouden Beer won op het eerste Internationaal filmfestival van Berlijn. Datzelfde jaar speelde hij in de Hollywoodproductie Teresa, geregisseerd door Fred Zinnemann. Hij tekende een contract met MGM en verscheen vervolgens in films als Glory Alley van Raoul Walsh, The Naked Spur van Anthony Mann en Jeopardy van John Sturges.
In 1953 speelde hij de hoofdrol in William Inge's Broadway-stuk Picnic, waarvoor hij een New York Critics Circle Award won. Meeker weigerde mee te werken aan de gelijknamige filmadaptatie, omdat hij niet contractueel gebonden wilde zijn aan Paramount Pictures. In 1955 vertolkte hij de hoofdrol van privédetective Mike Hammer in Robert Aldrichs misdaadfilm Kiss Me Deadly. Stanley Kubrick castte hem in 1957 als een ter dood veroordeelde soldaat in Paths of Glory.
Meeker, wiens handelsmerk een hese stem was, wisselde af tussen hoofdrollen en gedenkwaardige bijrollen. Vaak vertolkte hij macho-personages, zowel als held, antiheld en schurk. In de jaren 1960 en jaren 1970 verscheen Meeker voornamelijk in televisieproducties. Op het toneel speelde hij in twee toneelstukken geregisseerd door Elia Kazan. In 1967 werkte hij voor de tweede keer samen met Robert Aldrich en voor de derde keer met Charles Bronson aan de film The Dirty Dozen. In datzelfde jaar speelde Meeker de gangster Bugs Moran in Roger Cormans filmadaptatie van het valentijnsdagbloedbad. In 1970 verscheen hij in John Frankenheimers I Walk the Line en Sidney Lumets The Anderson Tapes, en in 1979 in Winter Kills. Zijn laatste filmoptreden was in 1980 in Without Warning. In 1980 kreeg hij de eerste van meerdere beroertes, waarna hij zich terugtrok uit de acteerwereld.
Op 20 juli 1964 trouwde Meeker met actrice Salome Jens, van wie hij in 1966 scheidde. Zijn tweede huwelijk met Colleen Meeker duurde van 1970 tot 1981 en eindigde eveneens in een scheiding. Zijn derde huwelijk, met Millicent Meeker, hield stand tot aan zijn dood. Ralph Meeker overleed op 5 augustus 1988 in Woodland Hills (Los Angeles) op 67-jarige leeftijd aan een hartaanval.
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Ralph Meeker op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.