Rechte koraalzwam

Rechte koraalzwam
Rechte koraalzwam
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Onderstam:Agaricomycotina
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Phallomycetidae
Orde:Gomphales
Familie:Gomphaceae
Geslacht:Ramaria
Soort
Ramaria stricta
(Pers.) Quél. (1888)
Meerdere vruchtlichamen bij elkaar
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De rechte koraalzwam (Ramaria stricta) is een schimmel uit de orde Gomphales, die traditioneel wordt ingedeeld bij de familie Gomphaceae. De soort behoort tot de koraalzwammen en vormt rechtopstaande, herhaaldelijk vertakte vruchtlichamen die op kleine koralen lijken. De zwam groeit voornamelijk op dood hout en ander plantaardig materiaal, vooral in loofbossen. Hij wordt ook aangetroffen op houtsnippers, stronken en soms op resten van grassen in de duinen.

De naam rechte koraalzwam wordt ook gebruikt voor het soortencomplex Ramaria stricta agg., dat verschillende morfologisch sterk overeenkomende soorten omvat. Voor een betrouwbare onderscheiding van deze soorten is DNA-barcoding noodzakelijk.

Taxonomie

De soort werd in 1795 door Christiaan Hendrik Persoon oorspronkelijk beschreven onder de naam Clavaria stricta. In 1888 plaatste de Franse mycoloog Lucien Quélet haar in het geslacht Ramaria, waardoor de naam Ramaria stricta ontstond.

Tot de wetenschappelijke synoniemen behoren:

In een moleculair-fylogenetische studie uit 2026 werd voorgesteld om het voormalige ondergeslacht Lentoramaria als zelfstandig geslacht te erkennen. Daarbij werd Ramaria stricta onder de nieuwe combinatie Lentoramaria stricta (Pers.) P. Zhang & J. Zhong geplaatst. Volgens deze studie behoort deze groep niet tot de Gomphaceae, maar neemt zij binnen de orde Gomphales een afzonderlijke, nog niet definitief vastgestelde fylogenetische positie in. Deze nieuwe indeling is nog niet in alle taxonomische databanken overgenomen.

De soortaanduiding stricta is Latijn voor 'rechtopstaand' en verwijst naar de karakteristieke groeirichting van de takken.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Vruchtlichaam

Het vruchtlichaam is koraalvormig, dicht vertakt en doorgaans 4 tot 10 cm hoog en 3 tot 8 cm breed. Het bestaat uit talrijke slanke, min of meer evenwijdige, rechtopstaande takken die zich herhaaldelijk vertakken. De afzonderlijke takken zijn ongeveer 1 tot 5 mm dik en vaak enigszins afgeplat. De vertakkingen eindigen in korte, spitse of tandvormige uiteinden.

Jonge vruchtlichamen zijn doorgaans bleekgeel, crèmegeel of geeloker, soms met een lichtroze tint. De toppen zijn aanvankelijk vaak duidelijk helderder geel dan de overige delen. Bij veroudering worden de takken okerbruin, kaneelbruin of roodbruin. De kleur kan aanzienlijk variëren. Bij aanraking of beschadiging kunnen de takken roodbruin tot wijnbruin verkleuren.

Steel en basis

De steel is kort, soms nauwelijks ontwikkeld, en kan zich al dicht bij de basis vertakken. Hij is gewoonlijk ongeveer 1 tot 4 cm lang en 5 tot 15 mm dik. De basis is witachtig tot bleek okergeel en versmalt vaak naar het substraat. Hier bevinden zich een wit myceliumvilt en draadvormige rhizomorfen, die zich door het aangrenzende substraat kunnen verspreiden.

Vlees

Het vlees is witachtig tot lichtgeel, betrekkelijk taai en elastisch wanneer het vers is. Bij het drogen wordt het harder en breekbaar. Het vruchtlichaam heeft geen afzonderlijke hoed, plaatjes of buisjes; de sporen worden gevormd op de oppervlakken van de vertakkingen.

Geur en smaak

De geur is doorgaans zwak zoetig of kruidig en kan aan anijs doen denken. Bij sommige exemplaren is deze nauwelijks waarneembaar. De smaak wordt meestal als bitter, enigszins wrang of samentrekkend beschreven. De intensiteit van zowel geur als smaak is variabel.

Sporenprint

De sporenprint is geeloker tot kaneelkleurig of roestgeel.

Rechte koraalzwam op de bosbodem.

Microscopische kenmerken

De sporen zijn langwerpig elliptisch tot vrijwel cilindrisch, met een fijn wrattig oppervlak. Ze meten doorgaans 7–10 × 3,5–5,5 µm. De ornamentatie bestaat uit lage, onregelmatig verspreide wratjes en soms korte ribbeltjes. Deze ornamentatie is cyanofiel en kan met katoenblauw zichtbaar worden gemaakt. De sporen zijn niet amyloïd.

De basidiën zijn knotsvormig, meestal viersporig en ongeveer 40–58 × 7–9 µm groot. Aan hun basis bevinden zich gespen. Sommige basidiën bevatten cyanofiele korreltjes.

De hyfen van het basale mycelium en de rhizomorfen vormen een dimitisch hyfensysteem. Dit bestaat uit twee typen hyfen:

De dimitische bouw van de rhizomorfen is een belangrijk microscopisch kenmerk bij het onderzoek van deze groep koraalzwammen.

Chemische reacties

Bij materiaal dat traditioneel als Ramaria stricta is gedetermineerd, zijn de volgende reacties beschreven:

Deze reacties zijn aanvullende determinatiekenmerken en zijn op zichzelf niet voldoende om de verschillende soorten binnen het Ramaria stricta-complex te onderscheiden.

Ecologie

De rechte koraalzwam wordt in Nederland als saprotroof beschouwd. De schimmel leeft op dood plantaardig materiaal en is daardoor betrokken bij de afbraak van organisch materiaal. De vruchtlichamen verschijnen op of tussen rottende takken, houtsnippers, stronken, oude wortels en ander houtig strooisel.

De soort wordt vooral gevonden op resten van loofbomen, maar komt ook voor op hout van naaldbomen. In Nederland is zij vooral verbonden met loofbossen op voedselrijkere zandgronden. Daarnaast wordt de soort aangetroffen in parken, op houtspaanders en in andere terreinen met rottend hout. In de kustduinen zijn ook vondsten bekend op helm (Ammophila arenaria).

Wanneer de zwam op begraven takken of houtresten groeit, kan het lijken alsof de vruchtlichamen rechtstreeks uit de bodem komen. In internationale literatuur is de precieze voedingswijze van houtbewonende koraalzwammen soms als onzeker beschreven, waarbij naast saprotrofie ook een mogelijke mycorrhizale levenswijze is besproken.

De vruchtlichamen verschijnen vooral in de nazomer en herfst, doorgaans van juli tot november, afhankelijk van de plaatselijke weersomstandigheden.

Gelijkende soorten

De rechte koraalzwam kan worden verward met verschillende andere soorten koraalzwammen.

Soortencomplex

In Nederland worden meerdere nauw verwante soorten onder de naam Ramaria stricta agg. samengebracht. Daaronder vallen R. stricta in strikte zin, R. paraconcolor en, volgens een aanvulling uit 2026, R. gracilioides. Deze soorten kunnen niet betrouwbaar op grond van morfologische kenmerken worden onderscheiden. Ook de groeiplaats op hout of helm biedt onvoldoende zekerheid.

Voor een zekere determinatie is DNA-barcoding nodig. De Nederlandse Verspreidingsatlas adviseert vondsten zonder een dergelijke moleculaire bevestiging als Ramaria stricta agg. te registreren. Voor op soortniveau bevestigde vondsten moet tevens een collectie beschikbaar blijven voor eventueel nader onderzoek.

Verspreiding

De rechte koraalzwam is in ruime zin uit grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika bekend. Ook uit andere werelddelen zijn vondsten onder deze naam gepubliceerd. Doordat verschillende sterk gelijkende soorten lange tijd onder Ramaria stricta werden samengevat, is de exacte verspreiding van R. stricta in strikte zin minder goed bekend dan die van het soortencomplex.

Nederland

In Nederland is de rechte koraalzwam in ruime zin algemeen en over het hele land verspreid. De soortengroep wordt vooral aangetroffen in loofbossen en andere terreinen met dood hout en houtig strooisel. Ook de duinen vormen een belangrijk leefgebied.

Het soortencomplex staat op de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen uit 2008 in de categorie thans niet bedreigd. De beschikbare verspreidingsgegevens hebben grotendeels betrekking op het soortencomplex en kunnen daarom niet zonder meer aan R. stricta in strikte zin worden toegeschreven.

Eetbaarheid

De rechte koraalzwam wordt in Europese paddenstoelengidsen doorgaans als oneetbaar beschouwd. Het vruchtlichaam is betrekkelijk taai en heeft vaak een bittere of wrange smaak. Bovendien kunnen verschillende koraalzwammen moeilijk van elkaar worden onderscheiden, terwijl sommige gelijkende soorten giftig zijn.