
Een rechthoek is een meetkundig figuur in het platte vlak met vier zijden en vier rechte hoeken. Twee overliggende zijden zijn even lang. Een vierkant is een rechthoek, waarvan alle zijden even lang zijn.
Rechthoeken vormen de zijvlakken van een balk. Zijn alle zijvlakken gelijk, dan heet het lichaam een kubus, en zijn alle zijvlakken vierkanten.
Veelal rechthoekig, maar soms met afgeronde hoeken, zijn:
| rechthoek | ruit |
|---|---|
| Alle hoeken zijn even groot. | Alle zijden zijn even lang. |
| Overliggende zijden zijn even lang. | Overliggende hoeken zijn even groot |
| Het midden van een rechthoek ligt even ver van de vier hoekpunten. Een rechthoek heeft daarom een omgeschreven cirkel. |
Het midden van een ruit ligt even ver van de vier zijden. Een ruit heeft daarom een ingeschreven cirkel. |
| De twee symmetrieassen gaan beide door de middens van twee overliggende zijden. | De twee symmetrieassen gaan beide door de middens van twee overliggende hoekpunten. |
| De diagonalen zijn even lang. | De diagonalen snijden elkaar in een rechte hoek. |