Rudolf van de Maasgouw

Rudolf
±920 – ±970
Graaf van de Maasgouw
Periode 939 – 958
Voorganger Giselbert II
Opvolger Ansfried "de Oudere"
Graaf van de Haspengouw
Periode 939 – 944
Voorganger Giselbert II
Opvolger Werner [en] uit de Luikgouw
Familie
Vader Reinier II
Moeder Adela, een zus van Rudolf van Frankrijk (?)
Dynastie Huis der Reiniers

Rudolf van de Maasgouw (geboorte- en sterfdatum onbekend) was een graaf van de Maasgouw en de Haspengouw.

Leven

De middeleeuwse indeling in aartsdekenaten, met de vermoedelijke omvang van de Haspengouw in oranje en lichtgroen.

Rudolf werd in 944 vermeld als een broer van Reinier III van de Henegouw. Hun moeder is niet bekend, maar mogelijk was ze een dochter van Richard I van Bourgondië, zodat Rudolf vernoemd was naar zijn oom, Rudolf van Frankrijk. Langs vaderszijde was Rudolf een oomzegger van Giselbert II, de hertog van Lotharingen en graaf van verschillende gouwen. Toen Giselbert stierf, erfde Rudolf de Maasgouw en de Haspengouw (939).

In 944 keerden de broers zich tegen keizer Otto I de Grote, omdat die weigerde Reinier te benoemen als de nieuwe hertog. Een klein leger onder Herman I van Zwaben kon de broers gevangennemen voordat een gewapend conflict losbarstte. Een oorkonde aangaande Lens-Saint-Remy en Lens-Saint-Servais (946) geeft aan dat de keizer de Haspengouw kort voordien ontnomen had aan Rudolf. Vermoedelijk hield deze confiscatie verband met de gebeurtenissen van 944. Rudolf bleef wel aan het hoofd van de Maasgouw. In 949 was comes Rudolfus aanwezig bij de bevestiging dat de abdij van Susteren toekwam aan de abdij van Prüm. Rond diezelfde tijd werden de pago Moselano (950) en de abdij van Aldeneik (952) gesitueerd "in het graafschap van Rudolf".

In 954 kwamen de broers opnieuw in opstand. Reinier riep zichzelf uit tot hertog. Een neef van de twee, Balderik Nevelong, werd aan het kapittel van Sint-Lambertus opgedrongen als de nieuwe prins-bisschop van Luik. Na jaren van strijd konden de broers gevangen genomen worden in 958. Ze verloren hun titels en werden verbannen naar Bohemen. Het is niet bekend wanneer ze stierven; dit gebeurde alleszins vóór 973 want toen begonnen twee zonen van Reinier, Reinier IV en Lambert I, aan een veldtocht om de nieuwe keizer Otto II te dwingen hun verloren familiebezittingen aan hen in leen te geven, als de rechtmatige erfgenamen van de overleden graven Rudolf en Reinier III.

In 944 was de Haspengouw toegewezen aan Werner [en] uit de Luikgouw, maar in 966/967 werd Werner vervangen door een zekere graaf Rudolf. Het betreft hier een jonge edelman, Rudolf II. Mogelijk was hij een broer van Balderik Nevelong, vernoemd naar Rudolf I die hun oom was. Rudolf II stierf kort nadien, misschien in de strijd tegen Reinier IV en Lambert I waarbij immers ook graaf Werner en andere regionale edelen sneuvelden.

Verwantschap met de graven van Loon

Rudolf was een oomzegger van Giselbert II en zelf een oom van Balderik Nevelong. Twee later levende broers, Giselbert van Loon en Balderik van Loon, zouden gezien hun roepnaam tot hetzelfde geslacht behoord hebben. Diverse historici – waaronder Joseph Daris (1896), Léon Vanderkindere (1900) en Jean Baerten (1969) – beschouwden Rudolf als een (groot)vader van de broers. Net zoals Rudolf over de Haspengouw heerste, heerste Giselbert over het gebied rond Borgloon. Sterker nog zou de personele unie tussen de Haspengouw en de Maasgouw, zoals die bestaan had in de beginperiode van Rudolf, verdergezet zijn door het graafschap Loon met zijn Maaslandse bezittingen. Rudolfs graafschap, in 952 vermeld als de pago Huste, was volgens één theorie vernoemd naar Hocht dat op de overgang tussen beide gouwen lag, en bovendien strategisch nabij Maastricht.

Intussen staat echter vast dat Rudolf de Maasgouw definitief verloor in 958, en dat de graven van Loon hun Maaslandse bezittingen pas verwierven in de 12e en 13e eeuw. De roepnaam "Rudolf", die normaliter doorgegeven zou worden aan opeenvolgende graven binnen hetzelfde geslacht, kwam niet voor bij latere heersers in het gebied, waardoor Rudolf waarschijnlijk geen nakomelingen had. Hedendaagse historici houden daarom rekening met de bron Gestorum Trudonensium (geschreven rond 1100), die Liutgarde van Namen vermeldt als moeder van Giselbert van Loon. Liutgarde was een dochter van Robrecht I van Namen, zelf een volle neef van Rudolf. Liutgarde was trouwens getrouwd met Arnulf van Valencijn, die in de overgeleverde bronnen in verband gebracht wordt met diverse eigengoederen die voorheen wellicht toebehoord hadden aan Rudolf: Melveren, Brustem, Wezet en Hanret.