
Ruijs (ook Ruys, later Ruijs de Beerenbrouck en Ruijs van Nieuwenbroeck) was een Noord-Limburgs geslacht dat sinds 1816 behoorde tot de Nederlandse adel en in 1930 werd opgenomen in het naslagwerk Nederland's Patriciaat.
De stamreeks begint met Evert Gerlincx Ruijs, meester-chirurgijn te 's-Hertogenbosch, daar vermeld in 1512, overleden voor 1519. De familie Ruijs heeft zich waarschijnlijk omstreeks 1600 in Venlo gevestigd en daar vele generaties lang allerlei bestuurlijke functies bekleed.
Gerlach Ruijs († bij Wesel, 21 november 1627) was raad van Filips II van Spanje (in diens hoedanigheid van hertog van Gelre) en raad en rekenmeester van aartshertog Albrecht van Oostenrijk en zijn vrouw Isabella. Zijn zoon Henricus Ruijs († 1661) was ontvanger-generaal van de Maas en raad en rekenmeester van Filips IV van Spanje. Henricus' achterkleinzoon Arnoldus Emmanuel Ruijs (Venlo, 1 februari 1711 – Venlo, 19 januari 1760) was onder meer burgemeester van Venlo en geheimraad van de vorstin-abdis van Thorn.
Arnoldus Emmanuel Ruijs is op 26 februari 1742 in Venlo getrouwd met Maria Antoinetta Maximiliana Margaretha Theresia van Son (Rijswijk, 17 januari 1722 – Venlo, 13 juli 1768). Zij kregen twaalf kinderen, van wie er tien jong of ongehuwd zijn overleden. Twee zoons zijn getrouwd en hadden nageslacht: Henri Albert Jacques (Henricus Albertus Jacobus) Ruijs van Nieuwenbroeck (Venlo, 14 december 1753 – Beesel, 29 mei 1824) en Edmond Hieronymus (Edmundus Hieronymus) Ruijs de Beerenbrouck (Venlo, 21 juli 1759 – Kapellen, 9 juli 1832).

Henri Albert Jacques is op 14 februari 1785 in Venlo getrouwd met Josephina Joanna Baptista Antonetta van Aefferden (ged. Venlo, 27 augustus 1759 – Beesel, 18 januari 1834). Op 23 april 1787 kocht hij van zijn schoonvader Ernestus Josephus Franciscus van Aefferden het kasteel Nieuwenbroek in Beesel. Het kasteel zou tot 1938 in het bezit van de familie blijven. De laatste nazaat van Henri Albert Jacques die er woonde, was zijn achterkleindochter Gabrielle Josephine Antonie Constance Hubertine Ruijs van Nieuwenbroeck (Wankum, 26 januari 1846 – Beesel, 13 januari 1938). Na haar dood kwam Nieuwenbroek in handen van Otto von Kempis, die met haar nichtje Agnes Geyr von Schweppenburg (de dochter van haar zus Emerentia Ruijs van Nieuwenbroeck) getrouwd was. Sinds 1972 woont hun kleindochter Barbara von Kempis met haar gezin in het kasteel. De tak Ruijs van Nieuwenbroeck (ook: Nieuwenbroek) behoort niet tot de Nederlandse adel, maar is wel opgenomen in het naslagwerk Nederland's Patriciaat.
Edmond Hieronymus Ruijs (Venlo, 21 juli 1759 - Kapellen, 9 juli 1832) of Ruys was een zoon van Arnold Ruijs, raadsheer bij de abdis en prinses van Thorn, postmeester, schepen en burgemeester van Venlo, en van Marie-Antoinette van Son. Hij verwierf de heerlijkheid Beerenbrouck door zijn huwelijk op 16 augustus 1784 in Venlo met Clara Maria Anna Philippina van Aefferden (Venlo, 12 juli 1762 – Kapellen, 10 januari 1847).
Edmond Hieronymus Ruijs was raadsheer en ontvanger-generaal der domeinen in het Overkwartier van Venlo, ontvanger der domeinen in Grave en het land van Cuijk, administrateur van 's Rijks schatkist in Limburg en lid van het stedelijk bestuur in Maastricht. De echtgenote was vrouwe van Beerenbrouck, een riddergoed bij het plaatsje Kapellen dat destijds in Pruisisch Opper-Gelre lag en later deel uitmaakte van de Duitse gemeente Geldern.
Hij noemde zich na zijn huwelijk Ruijs de Beerenbrouck en werd bij Koninklijk Besluit van 16 februari 1816, nr. 62 erkend in de erfelijke adel en benoemd in de Ridderschap van Limburg, waardoor hij en zijn nakomelingen tot de vernieuwde Nederlandse adel gingen behoren met het predicaat van jonkheer en jonkvrouw. Het echtpaar had vijf dochters en drie zoons.

Edmond Ruijs ging zich na 1830 "Ruijs van Beerenbroek" noemen en liet de vijf kinderen die hem in het Nederlands staatsburgerschap volgden, onder die vernederlandste achternaam inschrijven in het bevolkingsregister. Zijn zoon Gustave was het daar blijkbaar niet mee eens, want bij vonnis van de arrondissementsrechtbank in Roermond van 21 maart 1895 werd met terugwerkende kracht de officiële schrijfwijze van de familienaam bepaald op Ruijs de Beerenbrouck.
Hun oudste zoon was Karel Edmond Marie (Carolus Edmundus Maria, Charles Edmond Marie) Ruijs de Beerenbrouck (Venlo, 7 juni 1789 – Maastricht, 11 november 1863), die bij Koninklijk Besluit van 8 mei 1842, nr. 1 werd benoemd in de Ridderschap van het hertogdom Limburg.
De Nederlandse tak Ruijs de Beerenbrouck is in 1999 uitgestorven. De laatste vertegenwoordiger was jkvr. Maria Joanna Alexandrina Ruijs de Beerenbrouck (Maastricht, 5 maart 1903 – Vierakker, 29 januari 1999), vrouwe van de Ploen en in Suideras. Zij was getrouwd met jhr. mr. Carel Marie Otto van Nispen tot Sevenaer (1895-1995).
Een ongetrouwde zoon van hen verkreeg bij KB in 1999 naamswijziging: jhr. mr. Carel Clemens Canisius Marie van Nispen tot Sevenaer genaamd Ruijs de Beerenbrouck, heer van Beerenbrouck, oud-ambassaderaad.
Twee kinderen van Edmond Ruys kozen in 1830 voor de Belgische nationaliteit.
Gerlachus Arnoldus Ruys (1640-1694), ontvanger der convooien en licenten te Venlo.