| Krulzuring | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Rumex crispus L. (1753) | ||||||||||||||||||
| Bloeiwijze | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Krulzuring (Rumex crispus) is een plantensoort uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
Krulzuring is een vaste, hemikryptofyte, kruidachtige plant die een hoogte bereikt van 0,3–1,5 m. Ze heeft een gegroefde stengel en vormt een lange, vertakte penwortel. De vier tot acht maal langer dan brede bladeren kunnen tot 40 cm lang worden en hebben van boven een vlakke bladsteel, zijn lancetvormig en aan de rand sterk gekroesd. Aan dit laatste heeft de plant haar naam te danken.

Krulzuring bloeit van mei tot oktober met groene bloemen die in slanke pluimen zijn gerangschikt. Op de 3,5–5 mm lange, eironde tot rondachtige, ongetande vruchtkleppen (binnenste bloemdekbladen) zitten meestal knobbels. De vrucht is een 1,5–1,8 mm breed, driekantig nootje.
Krulzuring komt voor op vochtige, eutrofe grond in de volle zon. Ook komt ze voor langs vloedmerken.
In de syntaxonomie staat krulzuring te boek als transgrediërende kensoort voor het zilverschoon-verbond en de associatie van geknikte vossenstaart. Tevens treedt ze ook veel op in de klasse van vloedmerkgemeenschappen op zeedijken en rolkeistranden.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van krulzuring strekt zich uit over Eurazië en is geïntroduceerd in Noord-Amerika.
De jonge bladeren kunnen gekookt of toegevoegd aan een salade gegeten worden en zijn rijk aan vitamine A. Oudere bladeren zijn te bitter geworden. De penwortels, die anthraquinone glycosiden bevatten, worden in de homeopathie o.a. gebruikt als hoestmiddel, voor het afdrijven van vocht en als laxeermiddel.