| Rutiel | ||||
|---|---|---|---|---|
| Mineraal | ||||
| Chemische formule | TiO2 | |||
| Kleur | rood-achtig bruin, maar zwart, violet, geel of groen komt ook voor | |||
| Hardheid | 6 - 6,5 | |||
| Gemiddelde dichtheid | 4230 tot 4250 kg/m3 | |||
| Glans | glasglans | |||
| Splijting | goed volgens [110], matig volgens [100] | |||
| Kristaloptiek | ||||
| Kristalstelsel | tetragonaal | |||
| Ruimtegroep | P42/mnm | |||
| Overige eigenschappen | ||||
| Vergelijkbare mineralen | anataas, brookiet | |||
| Lijst van mineralen | ||||
| ||||

Het mineraal rutiel is de meest algemene vorm van titaan(IV)oxide. Het heeft de molecuulformule TiO2. Er komen nog twee andere mineralen met dezelfde molecuulformule voor: anataas en brookiet.
Rutiel komt in een grote verscheidenheid van metamorfe en stollingsgesteenten voor, doorgaans in kleine hoeveelheden. Rutiel is een belangrijk ertsmineraal voor titaan. Het komt in winbare hoeveelheden voor in sommige zware-mineraal zanden, maar het komt ook vaak voor als insluitsels, naalden en pluimpjes, in kwarts, rookkwarts en rutielkwarts.
Rutiel wordt in laselektrodes gebruikt voor lassen met beklede elektrode. De bekleding van de elektrode kan rutiel bevatten.