Slamat | ||||
|---|---|---|---|---|
De Slamat als troepentransportschip tijdens de Tweede Wereldoorlog | ||||
| Geschiedenis | ||||
| Werf | Koninklijke Maatschappij De Schelde, Vlissingen | |||
| Bouwnummer | 176 | |||
| Kiellegging | 29 april 1922 | |||
| Tewaterlating | 27 oktober 1923 | |||
| Datum oplevering | 12 april 1924 | |||
| Status | Op 27 april 1941 door luchtaanvallen tot zinken gebracht | |||
| Haven van registratie | Rotterdam (1924–1940); Batavia (1940–1941) | |||
| Eigenaren | ||||
| Eigenaar | Koninklijke Rotterdamsche Lloyd | |||
| Algemene kenmerken | ||||
| Type | Passagiersschip en mailboot; vanaf 1940 troepentransportschip | |||
| Lengte | 147,14 m; na 1931 155,5 m | |||
| Breedte | 18,88 m | |||
| Brutotonnage | 11.406 | |||
| Passagiers | 398 | |||
| Voortstuwing en vermogen | Stoomturbines, twee schroeven | |||
| Vaart | 15 knopen; na 1931 17 knopen | |||
| ||||
De Slamat was een Nederlands passagiersschip en mailboot van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Het schip werd in 1924 in de vaart genomen voor de lijnvaart tussen Nederland en Nederlands-Indië. In 1940 werd het ingericht als troepentransportschip. Op 27 april 1941 ging het tijdens de Slag om Griekenland verloren bij de evacuatie van geallieerde militairen. Van de opvarenden van de Slamat overleefden uiteindelijk negentien mensen.
De Slamat werd onder bouwnummer 176 gebouwd door de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen. De kiel werd op 29 april 1922 gelegd, de tewaterlating volgde op 27 oktober 1923 en het schip werd op 12 april 1924 opgeleverd. De naam verwees naar de vulkaan Slamet op Java en naar het Maleise woord selamat, dat onder meer ‘gezondheid’ en ‘gefeliciteerd’ kan betekenen.
Het schip bood plaats aan ongeveer vierhonderd passagiers. Tot de voorzieningen behoorden salons, een kapsalon, een zwembad en een operatiekamer. De Slamat onderhield de verbinding tussen Rotterdam en Tandjong Priok, met tussenstops in onder meer Southampton, Marseille en bij het Suezkanaal.
In 1931 werd het schip bij Wilton-Fijenoord verlengd en van een nieuwe voorsteven voorzien. De machine-installatie werd aangepast, waardoor de lengte toenam tot 155,5 meter en de maximumsnelheid tot 17 knopen. Tijdens de Crisis van de jaren 1930 werd het schip in 1935 opgelegd; daarna werd het enige jaren voornamelijk voor zomercruises gebruikt. In 1939 hervatte het de dienst op Nederlands-Indië.
Na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 bleef de Slamat buiten bezet gebied. In augustus voer het schip naar Sydney, waar het werd bewapend en voor militair vervoer ingericht. Vanaf september 1940 vervoerde het troepen van het Britse Rijk over de Indische Oceaan naar Egypte.
In april 1941 werd de Slamat naar de Middellandse Zee gezonden om mee te werken aan de evacuatie van Britse, Australische en Nieuw-Zeelandse eenheden uit Griekenland. Op 24 april vertrok het schip vanuit Alexandrië naar Nauplion op de Peloponnesos. De toegang tot de haven was door een wrak geblokkeerd, waardoor militairen met kleine vaartuigen naar de voor de kust liggende schepen moesten worden gebracht.
In de nacht van 26 op 27 april verliep de inscheping langzaam. Om 03.00 uur werd het bevel tot vertrek gegeven, maar gezagvoerder Tjalling Luidinga bleef militairen aan boord nemen. De Slamat vertrok om 04.15 uur met ongeveer vijfhonderd evacués.
Kort na zonsopgang werd het konvooi aangevallen door vliegtuigen van de Luftwaffe. Een bom ontplofte tussen de brug en de voorste schoorsteen en veroorzaakte een grote brand. Een tweede treffer liet het schip slagzij maken. Nadat ook het bluswatersysteem was uitgevallen, gaf Luidinga bevel het schip te verlaten.
De Britse torpedobootjager HMS Diamond nam honderden overlevenden aan boord en kreeg later hulp van HMS Wryneck. De brandende Slamat werd met een torpedo tot zinken gebracht. Op de terugweg naar Kreta werden ook beide torpedobootjagers door Duitse duikbommenwerpers getroffen en tot zinken gebracht. Daardoor kwamen veel van de eerder geredde opvarenden alsnog om.
Volgens het Nederlandse register van oorlogsmonumenten bevonden zich 222 bemanningsleden en militair personeel en 508 te evacueren soldaten aan boord. Van de eerste groep overleefden er elf en van de soldaten acht. Bij de ondergang van de Slamat, Diamond en Wryneck samen kwamen 982 mensen om.
Op 27 april 2011, zeventig jaar na de ramp, werd in de Laurenskerk in Rotterdam een monument voor de slachtoffers van de drie schepen onthuld. Het monument, een sculptuur van een hand die uit de golven steekt, staat tegenwoordig in Netersel.