Sally Berg

Sally Berg
Portret door Baruch Lopes de Leao Laguna, ca. 1922
Portret door Baruch Lopes de Leao Laguna, ca. 1922
Algemene informatie
Volledige naam Albert Sally Berg
Geboren 16 januari 1857
Warburg
Overleden 16 juni 1924
Heemstede
Beroep Couturier, ondernemer
Bekend van Medeoprichter van Hirsch & Cie in Amsterdam

Albert Sally Berg (Warburg, 16 januari 1857 – Heemstede, 16 juni 1924) was een uit Duitsland afkomstige joodse couturier en ondernemer. Met Sylvain Kahn richtte hij in 1882 het modehuis Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam op, dat hij tot zijn dood leidde. Na de overname van het Weense modehuis Drecoll in 1895 kreeg hij de algehele leiding over de Amsterdamse zaak en ontwierp hij ook voor Drecoll in Wenen en Parijs, steeds zonder zijn eigen naam aan de ontwerpen te verbinden. Hij was weldoener van de Berg-Stichting, een tehuis voor joodse kinderen in Laren.

Jeugd en Brussel

Het geboortehuis van Sally Berg in Warburg (2011)

Berg werd geboren in Warburg in Westfalen. Hij was een van de acht kinderen uit het tweede huwelijk van de textielkoopman Salomon Berg met Sophie Wittgenstein. Uit een eerder huwelijk had zijn vader vier kinderen, en van de twaalf kinderen stierven er drie jong. De familienaam Berg werd in 1807 aangenomen door Sally's grootvader, bij de stichting van het Koninkrijk Westfalen en de gelijktijdige emancipatie van de joodse inwoners. Vier van zijn broers werden net als hun vader textielhandelaar.

Als jongen ging hij naar Brussel, waar hij als leerling begon in het modehuis van de eveneens uit Westfalen afkomstige Léo Hirsch. Daar leerde hij de even oude Sylvain Kahn uit de Elzas kennen. Binnen ongeveer tien jaar waren beiden opgeklommen tot directeur zijde (Kahn) en directeur haute couture (Berg).

Hirsch & Cie in Amsterdam

Het eerste pand van Hirsch & Cie aan het Leidseplein (midden), 1899

Berg stelde tijdens een dienstreis vast dat Amsterdam een goede vestigingsplaats voor een modehuis als dat van Hirsch zou zijn. Léo Hirsch verschafte het startkapitaal en stelde bedrijfsnaam en -concept ter beschikking tegen een percentage van de winst, wat Bakker en Huyser met franchising vergelijken. Het Amsterdamse modehuis was dus geen filiaal van de Brusselse zaak, maar kwam volledig voor rekening van Kahn en Berg. Maison Hirsch & Cie opende in 1882 in het voormalige pand van een pianohandel op de hoek van het Leidseplein en de Weteringschans. Het modehuis werkte naar Parijs voorbeeld: de klanten konden van de couturemodellen een op maat gemaakte kopie laten maken, en het assortiment werd geleidelijk uitgebreid met kinderkleding, lingerie, korsetten, hoeden, schoenen en andere accessoires, en later een schoonheidssalon. Tot de klanten behoorde koningin-regentes Emma. Koningin Wilhelmina liet zich de collectie in de regel op haar paleis tonen.

In 1885 trouwde Kahn met Bergs jongere zuster Julie (1861–1935). Tot 1898 woonden de twee compagnons boven de winkel. Toen betrokken zij het huis P.C. Hooftstraat 183, dat zij een jaar eerder hadden gekocht en dat door architect A. Jacot, de latere architect van het nieuwe Hirschgebouw, voor beide huishoudens was verbouwd, met een aanbouw voor het gezin Kahn en een eigen ingang aan de Van Eeghenlaan. In de personeelskantine zaten Kahn met zijn gezin en Berg elk aan het hoofd van een van de twee lange tafels.

Drecoll en andere ondernemingen

In 1895 kochten Kahn en Berg het modehuis Drecoll in Wenen. Kahn hield zich steeds meer met Drecoll bezig en Berg nam de algehele leiding van de Amsterdamse zaak over. In 1902 openden de compagnons een vestiging van Drecoll in Parijs, waarvan Kahn algemeen directeur werd. Berg bleef een grote rol spelen in het ontwerpen van de couture voor alle vestigingen, bijgestaan door Marguerite von Wagner-Besançon, die eerder bij Hirsch in Amsterdam in dienst was getreden, zonder dat hij ooit zijn naam aan de ontwerpen verbond. Het RKD vermeldt, op basis van Dieuwke Grijpma, dat hij van 1902 tot 1912 in Parijs werkzaam was.

Het nieuwe gebouw van Hirsch & Cie aan het Leidseplein, ontworpen door Jacot, werd in november 1912 geopend met een modeshow die volgens het Textile Research Centre in Leiden de eerste in Nederland voor genodigden was. In dezelfde periode opende Berg een parfumeriefabriek in Neuilly-sur-Seine. Volgens het RKD, dat zich op Grijpma baseert, ging het om de fabriek van d'Orsay en bezat hij die van 1912 tot 1917.

Berg-Stichting

De Berg-Stichting in Laren, 1918

Volgens Bakker en Huyser kocht de directie van Hirsch & Cie in 1907, het jaar van het 25-jarig jubileum, 2½ hectare grond in Laren en bouwde daar een herstellingsoord voor personeelsleden en hun kinderen. Deze instelling werd bekend als de Berg-Stichting en bood tot 1965 onderdak aan joodse weeskinderen. Het Joods Monument beschrijft de Berg-Stichting als een in 1909 geopend tehuis voor joodse kinderen die wees waren of door de rechter uit de ouderlijke macht waren ontheven, op een door Berg geschonken landgoed in Laren. In 1940 woonden er 106 kinderen van 4 tot 21 jaar. Begin 1943 werd de stichting op last van de bezetter overgebracht naar Rapenburg 92–96 in Amsterdam. De niet-joodse directeur Jan Reitsema deed alles om de kinderen en het personeel te beschermen; ongeveer 70 bewoners overleefden de oorlog door onder te duiken of met verklaringen dat zij niet joods waren. Jan en Tine Reitsema werden in 1964 door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

Overlijden en nalatenschap

Berg bleef ongetrouwd. Hij overleed plotseling op 16 juni 1924, 67 jaar oud, op zijn landgoed Dennenheuvel in Heemstede. Hij werd gecremeerd en zijn as werd naar Warburg overgebracht. Op het grafmonument van de familie Berg op de joodse begraafplaats van Warburg herinnert een inscriptie aan hem. In zijn testament liet hij de stad Warburg 30.000 gulden na; uit de rente moesten de joodse, katholieke en protestantse armen van de stad worden ondersteund.

Na zijn dood trad Bernard Arnold Kahn, de oudste zoon van Sylvain Kahn, toe tot de directie van Hirsch & Cie, later samen met zijn broer Henri René Kahn en Bergs neef Robert Berg. Bernard Arnold Kahn werd in 1941 door de Duitsers gearresteerd en kwam om in Buchenwald. Robert Berg en Henri René Kahn overleefden de oorlog en zetten het bedrijf daarna voort.

Veel textielbedrijven die in de 19e eeuw in Nederland werden opgericht, hadden net als Maison Hirsch hun wortels in Westfalen. Katholieke en joodse ondernemers uit die streek stonden aan de basis van bedrijven als Gerzon, Kreymborg, Lampe, C&A, Peek & Cloppenburg en Vroom & Dreesmann.[bron?]

Literatuur

Noten

  1. ↑ Bakker en Huyser noemen hem op de ene plaats een vijftienjarige en op de andere een veertienjarige leerling. Het RKD laat zijn Brusselse periode in 1873 beginnen.
  2. ↑ Bakker en Huyser noemen als openingsdatum op de ene plaats 25 september 1882 en op de andere november 1882.
  3. ↑ Volgens een eerdere versie van dit artikel en het Duitstalige Wikipedia-artikel ging Berg zelf regelmatig naar de koninginnen om de collecties te tonen. Een bron daarvoor ontbreekt.[bron?]
  4. ↑ Het Duitstalige Wikipedia-artikel noemt Gerrit van Arkel als architect van de verbouwing en stelt dat Berg in het gedeelte aan de Van Eeghenlaan woonde.
  5. ↑ Een geschiedenis van het merk van de Lightyears-parfumcollectie noemt Siegfried en Sally Berg onder de Franse, Nederlandse en Duitse investeerders die in 1908 de Compagnie Française des Parfums d'Orsay vormden, samen met Léo Fink en M. van Dyck. Volgens het Duitstalige Wikipedia-artikel richtten zij in 1912 de commanditaire vennootschap Van Dyck, Berg & Fink op, die een meerderheidsbelang in de firma verwierf. Een bron daarvoor ontbreekt.[bron?]
  6. ↑ Joods Amsterdam noemt 1909 als jaar van oprichting door Berg en 1911 als het jaar waarin het tehuis in gebruik werd genomen. Volgens deze bron werd het tehuis op 19 augustus 1942 opgeheven en moest het gebouw op 5 december 1942 leeg worden opgeleverd.
  7. ↑ Het RKD en een eerdere versie van dit artikel noemen 18 juni 1924 als sterfdatum. De overlijdensadvertentie van Hirsch & Cie van 17 juni 1924 vermeldt 16 juni.
  8. ↑ Volgens een eerdere versie van dit artikel was een deel van zijn vermogen bestemd voor een familiefonds en ging een ander deel naar joodse en niet-joodse sociale instellingen. Een bron daarvoor ontbreekt.[bron?]