
Samizdat (Russisch: самиздат) is een term uit de Russische literatuur ten tijde van de Sovjet-Unie, later ook gebruikt in de satellietstaten van de USSR in het Oostblok. Het is de aanduiding voor clandestien gedrukte en uitgegeven literatuur, die vanwege een controversiële of kritische inhoud niet officieel uitgegeven mocht worden.
De ongecensureerde uitgaven waren, vanwege het gebrek aan professionele apparatuur en hun ondergrondse karakter, op amateuristische wijze vervaardigd, bijvoorbeeld door middel van fotokopie, carbonpapier of schrijfmachines, en kenden daardoor ook een beperkte oplage. Het gebruikmaken van kopieer- en schrijfmachines in kantoren was risicovol, omdat deze apparaten door de geheime dienst gecontroleerd werden. Verspreiding geschiedde vooral via het informele circuit.
De Russische term samizdat was oorspronkelijk een parodie op sovjettermen als gosizdat (staatsuitgeverij) en politizdat (politieke uitgeverij). Waarschijnlijk was de dichter Nikolaj Glazkov in de jaren 1940 de eerste die een gelijkaardige term gebruikte, toen hij het woord samsebjaizdat plaatste op een door hemzelf uitgetypte en van kaft voorziene dichtbundel.
Het Oekraïens kende een vergelijkbare term: samvydav (самвидав, [uk]?), van sam 'zelf' en vydavnytstvo 'uitgeverij'. De term samvydav is ontstaan dankzij de inspanningen van de Oekraïense schrijver Ivan Bahrianyi, die het gedicht "Ave Maria" in 1929 als boek uitbracht. Zijn kennissen, drukkers uit Ochtyrka, drukten in één nacht 1.200 exemplaren van het gedicht op kosten van de auteur.
Vladimir Boekovski gaf de volgende omschrijving van het begrip:
In de samizdat verschenen vele literaire werken, waarvan Boris Pasternaks Dr. Zjivago, Aleksandr Solzjenitsyns Kankerpaviljoen en In de eerste cirkel en Vladimir Vojnovitsj' Tsjonkin de bekendste zijn. Naast openlijk kritische werken verschenen er ook boeken die om andere (meer triviale) redenen niet officieel uitgegeven werden, waaronder de Russische vertaling van de boeken van J.R.R. Tolkien.