Het Scheldetractaat is een verdrag tussen België en Nederland van 20 mei 1843 (Stb. 1843, No. 45). In dit verdrag wordt een vrije doorvaart geregeld vanuit de zee naar Antwerpen, Gent en omgekeerd. Het heeft zeven bijgevoegde reglementen. Het dient te worden opgevat als nadere uitwerking van art. IX, § 2 van het Scheidingsverdrag van 19 april 1839 en dan vooral met betrekking tot de regeling van het loodsen in de Schelde en haar mondingen. Bij dit verdrag zijn zeven reglementen gevoegd.
9 juni 1815 werd in de slotakte van het Congres van Wenen de vrije scheepvaart op de Europese rivieren geregeld, waaronder die van de Rijn, de Maas en de Schelde. De akte bestond oorspronkelijk uit 110 en naderhand uit 121 artikelen, waarvan de artikelen 108 tot en met 117, en in het bijzonder artikel 109, betrekking hadden op de vrije scheepvaart op stromen en rivieren.
Op het Congres van Londen (1830) werd Artikel IX nader uitgewerkt onder leiding van de Engelse Minister van Buitenlandse Zaken Henry John Temple, waarbij Pruisen, Oostenrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk garant stonden.
In 1830 en in 1831 was de Schelde een aantal malen afgesloten als gevolg van de scheiding van België van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
19 april 1839 werd na jarenlange en moeizame onderhandelingen het Scheidingsverdrag gesloten (Stb. 1839, No. 26), waarin artikel IX de vrije scheepvaart op de Schelde uiteindelijk regelde:
Het Scheidingsverdrag schreef ook twee commissies voor: een blijvende (de Permanente Commissie), en een tijdelijke. Die tijdelijke commissie diende de voorlopige regelingen uit te werken:
5 november 1842 werd tussen de regeringen van België en Nederland een verdrag gesloten (Stb. 1843, No. 3) waarin 50 artikelen (van de in totaal 72) de scheepvaart regelen. Hiervan hebben de artikelen 16-19 specifiek betrekking op de scheepvaart op de Schelde.
20 mei 1843 werd het Scheldereglement vastgesteld (Staatsblad 1843, No. 4) met een zevental regelingen, die het verdrag van 5 november 1842 nader uitwerken. Ze hebben vooral betrekking op tolgelden, de vrijstelling van de scheepvaart m.b.t. de douaneformaliteiten, de loodsdienst en het loodstarief en het gemeenschappelijk toezicht.
20 mei 1843 werd het Scheldetractaat vastgesteld (Stb. 1843, No. 45).
Het ‘Voorloopig Reglement van 23 October 1839 nopens het loodswezen op de Schelde’ (Stb. 1839, No.51), dat al eerder de uitwerking vormde van art. IX, § 2, stelde in artikel 4 het volgende vast: “Elk vaartuig zal gehouden zijn eenen loods van eene der beide natien te nemen. Indien een schipper er echter in mogt slagen om zich aan deze verpligting te onttrekken, zal hij niettemin de loodsgelden verschuldigd zijn ….” Ook toen al waren enige categorieën van schepen vrijgesteld, zoals blijkt uit artikel 5, lid 2o.: “Van het nemen van eenen loods zijn vrijgesteld: de zeeschepen, die eenen minderen diepgang hebben dan vijftien decimeters;” De andere twee vrijgestelde categorieën waren die van de oorlogsschepen en vaartuigen gebruikt voor de visserij of voor ‘de overbrenging van verschen of gezouten visch’.
In het Scheldereglement van 20 mei 1843 wordt hieraan nog een nieuwe categorie toegevoegd, namelijk die van: ”De binnenvaarders op de rivier;”.
In 1863 komt hier nog bij, de categorie: “Jachten of vaartuigen van vermaak, behoorende aan zeil- of roeivereenigingen.”
Het Scheldereglement 2003 heeft tot doel het reglement zowel redactioneel als inhoudelijk aan te passen aan de in de loop der decennia gegroeide praktijk, de zich voorgedane ontwikkelingen en eisen van het functioneren van de uitvoerende diensten en van de met het gemeenschappelijk toezicht belaste commissarissen van de Vlaamse/Nederlandse Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart.