| Giovanni Antonio Scopoli | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Geboortedatum | 3 juni 1723 | |||
| Geboorteplaats | Cavalese | |||
| Overlijdensdatum | 8 mei 1788 | |||
| Overlijdensplaats | Pavia | |||
| Academische achtergrond | ||||
| Alma mater | Universiteit van Innsbruck | |||
| Standaardafkorting | Scop. | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied | plantkunde, natural science, mineralogie, entomologie, geneeskunde | |||
| Bekende werken | Flora Carniolica (1760), Entomologia carniolica (1763) | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Turijnse Academie van Wetenschappen (20 november 1783) | |||
| ||||
Giovanni Antonio Scopoli (Cavalese, 3 juni 1723 – Pavia, 8 mei 1788) was een Italiaanse arts en natuuronderzoeker.
Scopoli werd geboren in Cavalese als zoon van een advocaat. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Innsbruck en had praktijken in Cavalese en Venetië.
Een groot deel van zijn tijd besteedde Scopoli aan het verzamelen van planten en insecten in de Alpen. Hij beklom als eerste in 1759 de Grintovec in de Kamnische Alpen en publiceerde Flora Carniolica in 1760, Entomologia carniolica in 1763 en Anni Historico-Naturales in de periode 1769-1772.
De Oostenrijkse regering stuurde hem in 1754 naar Idrija om de toestand in de kwikmijn te onderzoeken. Hij bleef er zeven jaar en daalde, ongebruikelijk in die dagen, regelmatig mee af in de mijn om de omstandigheden zelf te ervaren. Hij adviseerde de directie om in schachten met hoge concentraties kwikdamp de arbeiders na een paar uur te wisselen. Ook zouden ze werkkleding moeten krijgen die ze na het werk konden uittrekken. Dat advies werd pas meer dan een eeuw later opgevolgd.