
De atoomonderzeeboot, USS Seawolf, die vanaf de jaren 90, in de vaart is, is de naamgever van de Seawolfklasse.
Seawolf-onderzeeërs van de aanvalsklasse (SSN) waren de voorgenomen opvolger van de Los Angelesklasse. Het oorspronkelijke plan was om deze te vervangen door een vloot van 29 onderzeeboten over een periode van tien jaar, dat aantal werd later tot twaalf gereduceerd. Na het einde van de Koude Oorlog besloot men, dat een vloot bestaande uit drie boten voldoende was; nieuwe boten werden in 1995 geannuleerd. In plaats daarvan startte men met en het ontwerp van de kleinere en vooral goedkopere Virginiaklasse.

Zij zijn stiller dan de vorige onderzeeboten van Los Angelesklasse, groter, hebben tweemaal zo veel torpedobuizen (8) en dragen ook meer wapens, maar waren tevens aanzienlijk duurder. Zij waren bedoeld om de toenmalige dreiging van grote aantallen geavanceerde Sovjet ballistische raket onderzeeboten zoals de Typhoon-klasse te bestrijden. Ook hebben zij een uitgebreide uitrusting voor ondiep water-gevechtshandelingen, met inbegrip van een drijvende silo geschikt om acht gevechtszwemmers en hun materiaal meteen op te stellen. De boten kunnen tot vijftig Tomahawk kruisvluchtwapens meevoeren.
De klasse gebruikt het geavanceerdere BSY-2 wapensysteem, dat onder andere een nieuwe grotere sferische sonar serie en een nieuwe sleepsonar omvat. Elke boot wordt aangedreven door één enkele S6W drukwaterreactor van 220 MW thermisch, die twee stoomturbines van elk 43 MW aandrijft en 52.000 pk levert (39 MW) aan een scheepsschroef met een gering geluidsniveau en een waterjet.
De USS Jimmy Carter is ruwweg 100 voet (30 m) langer dan de andere twee boten van zijn klasse, door de toevoeging van een sectie genaamd Multi-Mission Platform (MMP).
Voor alle boten:
Voor SSN-21, SSN-22:
Voor SSN-23:
Boten