Secundair onderwijs in Vlaanderen wordt in de regel gevolgd tussen 12 en 18 jaar. Dit onderwijsniveau volgt op het basisonderwijs en bereidt voor op verschillende soorten van hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt. Vóór de onderwijshervormingen werd de term middelbaar onderwijs gebruikt en Nederland hanteert de term voortgezet onderwijs. Het wordt aangeboden in het Vlaams Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het secundair onderwijs omvat drie deelgebieden:
Dit deelgebied bestaat uit zes leerjaren opgedeeld in drie graden van elk twee leerjaren.
De eerste graad (ook observatiegraad genoemd) is nog polyvalent.
Als de eerste graad ondergebracht is in een instelling met een eigen directie, spreekt men van een middenschool.
Vanaf de tweede graad, of oriëntatiegraad, onderscheidden we vroeger vier onderwijsvormen:
Binnen die onderwijsvormen is er een uitgebreid aanbod aan studierichtingen.
Sinds het schooljaar 2021-2022 spreekt men in het derde jaar secundair onderwijs niet langer over aso, maar over opleidingen binnen de doorstroomfinaliteit. De doorstroomfinaliteit wordt vaak afgekort met de letter D. Ook de studierichtingen veranderen van naam en worden algemener ingevuld: economische wetenschappen, humane wetenschappen, moderne talen (nieuwe richting), natuurwetenschappen, Latijn, Latijn-Grieks, bouwwetenschappen (behoorde tot het vroegere tso), technologische wetenschappen (behoorde tot het vroegere tso).
Binnen het vroegere tso kunnen deze studierichtingen opgesplitst worden in twee types finaliteiten:
Vanaf dan is ook deeltijdonderwijs mogelijk.
In de derde graad, of determinatiegraad, groeit de leerling naar een meer definitieve studie- of beroepskeuze:
In het schooljaar 2005-2006 volgden ca 40 % van de leerlingen aso, 2 % kso, 27 % tso en 31 % bso. Samen maakten deze een kleine 300.000 leerlingen uit vanaf de tweede graad tot de derde graad.
Wie het secundair onderwijs met succes afmaakt krijgt na het zesde jaar aso, kso of tso of na het zevende jaar bso het diploma secundair onderwijs. Dit geeft van rechtswege toegang tot alle vormen van hoger onderwijs, uitgezonderd de studies waarvoor een numerus clausus of bijkomende toelatingseisen bestaan, zoals de academische opleiding arts of tandarts of bepaalde kunstopleidingen.
Tot 2008-2009 bestond er in het bso nog een vierde graad bso, vooral als opleiding in de verpleging. Deze wordt omgevormd tot hbo5.
Het buitengewoon secundair onderwijs is gegroeid uit het gehandicaptenonderwijs en bestaat uit acht verschillende types voor verschillende soorten handicaps: visuele, motorische, licht-mentale, auditieve handicaps, enzovoort. Ook zijn er verschillende vormen, ofwel gericht op integratie in het gewone arbeidscircuit, of gericht op meer beschermde vormen van wonen en werken.
In Nederland wordt deze onderwijsvorm speciaal onderwijs genoemd.
In de deeltijdse leersystemen worden leren en werken gecombineerd. We onderscheiden hierin: