Simon Koene

Simon Koene
Simon Koene tekenend voor Onkruid (1975)
Simon Koene tekenend voor Onkruid (1975)
Persoonsgegevens
Volledige naam Simon Jacobus Maria Joseph Koene
Geboren 30 maart 1946
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep Kunstschilder en etser
Floruit 1998Bewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1967 - heden
Werkgever Koninklijke Academie van Beeldende KunstenBewerken op Wikidata
Links
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Simon Jacobus Maria Joseph Koene (Poeldijk/Den Haag, 30 maart 1946) is een Nederlandse beeldend kunstenaar. Hij is graficus (etser), tekenaar, schilder en publicist, en behoort tot de belangrijkste Nederlandse grafici van de twintigste eeuw.

Zijn werk heeft in hoofdzaak een literair karakter en bleef gedurende zijn gehele loopbaan experimenteel. Zijn belangrijkste werken zijn misschien wel: Dear Plato (1970), Groot Hollands landschap (1979), Die Goldene Zeit (1988) en een portretje van zijn grootmoeder dat hij op 23-jarige leeftijd maakte.

Levensloop

Koene kwam uit een groot katholiek gezin van elf kinderen, waar tekenen de normaalste zaak van de wereld was. Hij groeide op in Poeldijk in het Westland (Nederlandse streek) en ging op de lagere school in Den Haag, waar hij op zijn zesde jaar al zijn eerste tekenwedstrijd won. Na zijn lagere schooltijd volgde hij een gymnasiumopleiding op het kleinseminarie in Soesterberg en Deurne, waar hij ook zijn diploma haalde. In diezelfde jaren won hij een Europese tekenwedstrijd, waarvan hij de onderscheiding uit de handen van de burgemeester van Deurne mocht ontvangen.

Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma koos hij vervolgens in 1966 voor de tekenopleiding (MO-A en B) aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij al direct opviel door zijn uitzonderlijke talenten, reden waarom hij al spoedig na zijn afstuderen een uitnodiging kreeg daar te komen lesgeven. Aan het begin van het tweede studiejaar maakte hij zijn eerste etsen, waarbij hij zich liet inspireren door het dagelijks leven en de grote wereldgebeurtenissen van zijn tijd. Zowel technisch als inhoudelijk heeft hij een bijzondere ontwikkeling doorgemaakt. Zo heeft hij veel nieuwe en tot op dat moment niet bestaande technieken aan het vak toegevoegd. Omdat het vak etsen pas in de latere jaren aan de academie werd gegeven, kan hij in zekere zin als autodidact worden beschouwd. Om met zijn eigen woorden te spreken: 'Ik heb het vak eigenlijk nooit hoeven leren'. Wat dat betreft kan hij als een natuurtalent worden beschouwd.

Leraarschap

Na zijn afstuderen in 1971 vestigde Koene zich als leraar en beeldend kunstenaar in Amersfoort en vanaf 1980 in Den Haag. Vanaf 1971 tot aan zijn pensioen in 2011 was hij werkzaam als leraar in het middelbaar onderwijs. Vanaf 1979 was hij bovendien als docent verbonden aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag voor de vakken tekenen (stilleven, model en illustratie) en grafiek (etsen) aan de afdeling Tekenen/Schilderen en voor de vakken ontwerpmethodiek en presentatie aan de afdeling Binnenhuisarchitectuur en Architectonische Vormgeving, waarvoor hij een geheel nieuwe ontwerp-methodiek heeft ontworpen. In 2011 ging hij na veertig jaar lesgeven met pensioen.

Werk

Koenes grafische oeuvre, dat meer dan 300 etsen omvat en in zijn eigen woorden het karakter van een visueel dagboek draagt, kenmerkt zich door een grote diversiteit in stijl en onderwerpskeuze. In zijn vroegste werken verwerkte Koene gegevens die hij in zijn naaste omgeving en op het St.-Willibrord Gymnasium had opgedaan. Hij groeide op in een groot gezin, ontving sterke indrukken van de literatuur en onderging de sfeer van de opstandige en idealistische jaren zestig. In zijn meer kritische werk reflecteerde hij op de destijds actuele gebeurtenissen, zoals de oorlog in Vietnam, de consumptiemaatschappij en de songteksten van de Beatles.

Belangrijke prenten uit deze periode zijn 'Oma Balm' (de grootmoeder van de kunstenaar), 'Kinderkamer/Beer' en 'Kinderfeest'. 'What is happening all the time', 'Plastic Man' en 'Machine' zijn hedendaagse Goyeske aanklachten tegen postkoloniaal geweld en de vernedering van de tot een nummer gereduceerde mens.

Simon Koene, Dear Plato, 1970 (ets)

Literaire belevenissen uit zijn gymnasiumjaren kwamen in 1970 terug in prenten als 'Dear Plato', 'Grüsz Gott Albrecht' en 'Jean Baptiste Pocquelin'. In dezelfde periode maakte hij onder meer een indrukwekkende reeks prenten waarin de abdijkerk van Loosduinen centraal staat, met als belangrijkste werk 'Groot Hollands landschap', waarin zijn Westlandse herinneringen en grafische oplossingen tot een apotheose werden gebracht. Na deze ‘Hollandse periode’ koos Koene het exotische landschap als zijn voornaamste onderwerp.

Mediterrane sferen

Vanaf 1983 blijkt Koene geleidelijk afstand te hebben genomen van wat hij zijn Hollandse periode noemt. Reizende in zijn atelier roept hij in de jaren daarna een lichte, mediterrane wereld op, een Griekenland en een Egypte van eigen vinding. In het werkelijke Griekenland heeft hij sindsdien het gedroomde land van zijn prenten herkend, en wie in Egypte is geweest kan de plekken noemen die hij in beeld heeft gebracht. Intussen waren de 'zinderende' prenten deel van zijn oeuvre gaan vormen. Kenmerkend voor deze periode zijn de vele etsen van kamelen en Oosterse taferelen, die toch voor het merendeel ontstaan zijn in het atelier. In de jaren daarna keerde de onrust terug in zijn 'Wildlife'-prenten, die door de collage-achtige opbouw duidelijke overeenkomsten vertonen met zijn vroegste werk.

Formaten

De formaten van zijn etsen variëren van heel klein tot zeer groot. Koene heeft zelfs etsjes gemaakt die niet groter zijn dan een postzegel van een ontwikkelingsland. Zijn grootste etsen (papierformaat 150 x 200 cm) zijn Egypte, Ram en Lastdragende figuren, beiden uit 1986. Iedere prent is behalve een 'verhaal' mede de uitwerking van een grafisch concept, dat in alle gevallen met het verhaal is versmolten. De thematiek kon variëren en het onderwerp was in wezen bijzaak. Eind jaren tachtig maakte Koene nog een aantal bijna abstracte werken, maar zijn grote inspirator is toch dikwijls Rembrandt geweest.

Rembrandt

In de reeks 'Met het oog op Rembrandt' ging Koene in 1998 een serieuze dialoog met het werk van Rembrandt aan. In zeventien studies naar de etsen van Rembrandt heeft Koene zich daadwerkelijk in de voetsporen van zijn grote voorganger begeven. Deze serie, met als laatste prent 'De terugkeer van de verloren zoon', vormde de afsluiting van een oeuvre van 296 etsen. Na deze studies besloot Koene geen etsen meer te maken. Dat was voor het Rijksmuseum Amsterdam reden om zijn gehele grafisch oeuvre in haar collectie op te nemen. De serie werd in het kader van het Rembrandtjaar in 2019 in Huygens' Hofwijck tentoongesteld.

De Toverberg

Toch volgden er nog twee allerlaatste prenten: 'De Toverberg' en 'De Tuinen van Schönbrunn'. 'De Toverberg', een vergeten sprookjesachtige ets (van een bergstadje met een rat en een uil) was in 1997 al getekend, maar werd door de kunstenaar in 2008 pas weer herontdekt, geëtst, afgedrukt en uitgegeven. Hoewel de prent qua uitdrukking aansluit bij de Rembrandtserie, is hij qua thematiek een voortzetting van zijn eerder gemaakte Leonardo-prenten. 'De Tuinen van Schönbrunn' werd door de kunstenaar gemaakt voor de editie 'Tuinen', de laatste uitgave van De Haagse Etsclub uit 2004.

Vernieuwend

Koene was in een aantal opzichten vernieuwend. Enerzijds zag hij zijn werk als één samenhangend geheel en al zijn etsen als onderdeel daarvan, terwijl ze stuk voor stuk een artistieke neerslag van zijn persoonlijk leven vormden. Anderzijds maakte hij kleuretsen op een manier zoals niet eerder in de grafiekgeschiedenis was gedaan. Veel van zijn Grieks-Egyptische etsen bestaan uit vier of meer platen, waardoor ze over elkaar gedrukt a.h.w. kleine schilderijtjes vormen. Bovendien vond hij talrijke nieuwe technieken uit.

Prijzen

Simon Koene heeft voor zijn werk meerdere prijzen ontvangen, waaronder in 1969 de Jacob Maris Aanmoedigingsprijs voor Grafiek, in 1970 een eervolle vermelding op het Festival International de la Gravure in Entrevaux (Fr.), in 1974 de Karel Klinkenbergprijs voor Grafiek en Tekenkunst en in 1981 de Jacob Hartogprijs voor zijn ets Dear Plato.

De Haagse Etsclub

Tussen 1971 en 2004 was hij de oprichter en drijvende kracht achter de projecten van De Haagse Etsclub. In 1972 nam Koene het initiatief tot het maken van het boekje 'Schelpen' in samenwerking met Dirk van Gelder, Willem Minderman, Co Westerik, Hermanus Berserik, Charles Donker en anderen. Deze uitgave leidde in 1984 onder zijn leiding tot de oprichting van De Haagse Etsclub met uitgaven als 'Onkruid' (1976), 'Buiten' (1984) en vele andere edities tot aan het jaar 2004. Alle uitgaven van De Haagse Etsclub zijn opgenomen in de collectie van het Haags Gemeentemuseum, nu het Kunstmuseum Den Haag.

Stichting De Roos

Begin jaren tachtig volgde een intermezzo waarin Koene onder meer illustraties begon te maken voor verschillende bibliofiele uitgaven voor de Stichting De Roos. In 1982 maakte hij etsen voor een bibliofiele uitgave van De bruine vriend van Simon Vestdijk, in 1987 etsen bij The bridge of San Luis Rey, de vermaarde bestseller van Thornton Wilder uit 1929, en in 1995 Muzikale Beelden in samenwerking met Willem Wilmink met illustraties en gedichten bij De Schilderijententoonstelling en De Kinderkamer van Modest Moessorgski en Het Carnaval der Dieren van Camille Saint-Saëns.

Publicaties

Vanaf begin jaren '80 begon Simon Koene te publiceren over talrijke onderwerpen, waaronder grafiek en kunst en cultuur in het algemeen, die hij voornamelijk in het lijfblad van de kunstenaarsvereniging Pulchri Studio publiceerde. Daarnaast verscheen in 1990 Simon Koene Etsen, een kleine oeuvrecatalogus met een beschouwende tekst van de hand van Dolf Welling. In 1992 schreef hij het concept van De Tekenles, een verslag van zijn tekenlessen aan de Koninklijke Academie, dat aanvankelijk in de jaren 1997 tot 2000 in het Maandblad voor Tekenonderwijs werd gepubliceerd en in 2023 in boekvorm zou verschijnen. In 2008 schreef hij zijn Oeuvrecatalogus met de beschrijving van al zijn etsen. In 2012 schreef hij Groeipijn, de geschiedenis van zijn jeugd, dat in 2021 werd uitgegeven. In 2023 publiceerde hij De Tekenles met een beschrijving van zijn tekenlessen aan de Koninklijke Academie, een verhandeling over kunsttheorie en kunstwaardering door de eeuwen heen en de geschiedenis van de Haagse Academie. In het najaar van 2025 publiceerde hij samen met zijn echtgenote onder de titel 'Het oude sprookjesboek' een verbeterde versie van een oud sprookjesboek uit omstreeks 1900, waarin sprookjes van Grimm, Andersen, Hauff, Bechstein en enkele anderen.

Rijksmuseum

In het jaar 2001 werd zijn gehele grafisch werk, dat uit ruim 300 prenten bestaat, in de collectie van het Rijksmuseum opgenomen. Enkele jaren later, in 2013, werd een selectie van zijn tekeningen aan die collectie toegevoegd. Een selectie van zijn werk bevindt zich inmiddels in de collectie van een groot aantal musea.

Schilderijen, tekeningen en penningen

Behalve zijn 296 geregistreerde etsen, die zich allen (en soms in duplo) in het Rijksmuseum bevinden, maakte Koene de volgende geregistreerde werken: 158 schilderijen, 298 (geregistreerde) tekeningen, waarvan er zich 42 in het Rijksmuseum bevinden, en 45 penningen, waarvan er 15 in brons en een enkeling in zilver is gegoten.

Simon Koene. Een grafisch oeuvre (2015)

Ter gelegenheid van de tentoonstelling van de etsen van Koene in 2015 in het Kunstmuseum Den Haag, verscheen onder de titel Simon Koene. Een grafisch oeuvre een uitgebreide monografie, geschreven door prof. Eddy de Jongh (kunsthistoricus) en Susan Adam (destijds conservator van het Haags Gemeentemuseum) onder de redactie van Bob van den Boogert (kunsthistoricus en oud-conservator van het Rembrandthuis). Het boek is een uitgave van de Hercules Segers Stichting in samenwerking met Uitgeverij De Weideblik en het Kunstmuseum Den Haag.

Groeipijn. De geschiedenis van mijn jeugd (2020/21)

Het boekje Groeipijn uit 2020/21 is geschreven vanuit zijn katholieke achtergrond. De vorm is een autobiografie. Daarin haalt de schrijver herinneringen op aan zijn jeugd en zijn tijd op het seminarie. In het eerste deel beschrijft hij zijn kleutertijd met zijn eerste spijbelmiddag, de lagere school met een vernederende schrijfles, de eenzaamheid en de jongensliefde op het seminarie en zijn plannen om naar de kunstacademie te gaan. In het tweede deel vertelt hij aan de hand van zijn etsen hoe die ervaringen hun uitwerking op zijn werk hebben gehad.

In Groeipijn wordt zijn werk in twee perioden onderverdeeld. In zijn ‘Hollandse’ periode, van 1968 tot 1982, hebben zijn prenten een directe relatie met zijn jeugd en de gebeurtenissen en omgeving waarin hij is opgegroeid. In de ‘Oosterse’ periode, van 1982 tot 1998, krijgen zijn prenten een meer poëtisch en verhalend karakter, terwijl een aantal prenten louter om de ets zijn ontstaan. Na een twintigtal studies naar de etsen van Rembrandt is de kunstenaar in 1998 definitief met het maken van etsen gestopt. In Groeipijn wordt het gehele artistieke proces daarvan beschreven.

'Groeipijn' is gebaseerd op en een bewerking van zijn oeuvrecatalogus uit 2008/2009. De bron-tekst en het manuscript bevinden zich in de bibliotheek van het Rijksmuseum in Amsterdam. Groeipijn. De geschiedenis van mijn jeugd is in maart 2021 uitgegeven ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag.

Simon Koene, omslag van De Tekenles uit 2023.

De Tekenles (2023)

Ondertitel: Inleiding in de Tekenkunst, een verhandeling over kunsttheorie en kunstwaardering en de geschiedenis van de Haagse Academie.

In 2023 publiceerde Koene 'De Tekenles', waarvan het concept op verzoek van zijn studenten al in 1991 was geschreven. Het boek bestaat uit drie delen.

Deel 1 is een kennismaking met de ‘Regels van de kunst’ waarin het gehele wordingsproces van de tekening aan de orde komt om inzicht te geven in al hetgeen er in het hoofd van een tekenaar omgaat en welke wetten en motieven er aan een tekening ten grondslag liggen.

Deel 2 is een verhandeling over de Kunsttheorie en Kunstwaardering door de eeuwen heen, waarin beschreven wordt hoe de kunsttheorie in de loop der tijd aan verandering onderhevig was en de ‘Regels van de Kunst’ als wapen werden gebruikt om tegenstanders mee te lijf te gaan.

Deel 3 beschrijft de geschiedenis van de Haagse Academie vanaf zijn oorsprong in 1682 tot en met zijn 325 jarig bestaan in 2007. Daarin wordt beschreven hoezeer het kunstonderwijs in de loop der eeuwen aan verandering onderhevig was.

Het oude sprookjesboek (2025)

Een meer dan honderd jaar oud sprookjesboek met 50 sprookjes van Grimm, Andersen, Hauff, Bechstein en anderen in 2025 herschreven, bewerkt en opnieuw uitgegeven door Simon en Josée Koene.

Werk in openbare collecties (selectie)

Tentoonstellingen (selectie)

1970 tot 2000
Na het jaar 2000

Publicaties

Artikelen in Maandblad voor de beeldende vakken
Artikelen in Pulchri
Overige publicaties

Literatuur

Publicaties exclusief over Simon Koene
Overige publicaties