| Simon Newcomb | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 12 maart 1835 | |
| Geboorteplaats | Wallace, Nova Scotia | |
| Overlijdensdatum | 11 juli 1909 | |
| Overlijdensplaats | Washington D.C. | |
| Handtekening | ||
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Harvard-universiteit (licentiaat – 1857 – 1858) | |
| Promotor | Benjamin Peirce | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | astronomie, wiskunde, economische wetenschappen | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | president van de American Mathematical Society (1897 – 1898), voorzitter (Amerikaanse Astronomiesociëteit – 1899 – 1905) | |
| Lid van | Royal Society (13 december 1877), Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen, Beierse Academie van Wetenschappen en Geesteswetenschappen, Russische Academie van Wetenschappen, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Royal Physiographic Society in Lund, American Academy of Arts and Sciences, Pruisische Academie van Wetenschappen, Accademia Nazionale delle Scienze detta dei XL, Amerikaanse Nationale Wetenschapsacademie (1869), Turijnse Academie van Wetenschappen (5 maart 1905), Göttinger Academie van Wetenschappen, Amerikaanse Filosofische Sociëteit (1878), Accademia dei Lincei (1 augustus 1895) | |
Simon Newcomb (Wallace, Canada, 12 maart 1835 - Washington D.C., 11 juli 1909) was een Canadees-Amerikaans astronoom en wiskundige. Als autodidact maakte hij zich astronomie en wiskunde eigen. In 1858 studeerde hij af aan de Harvard universiteit.
In 1881 viel hem op dat in logaritmetabellen de eerste bladzijden meer gebruikt waren dan de laatste. Daaruit leidde hij de stelling af dat in een lijst van willekeurige getallen het getal 1 meer dan elk ander cijfer op de eerste plaats staat. Later werd dit de wet van Benford genoemd.
Simon Newcomb merkte in 1901 op, dat de onbewolkte nachthemel een zwak licht kan uitstralen. Dit verschijnsel, dat bekend is als het ionosfeerlicht (Engels: Airglow), kan ook waargenomen worden vanuit een ruimteschip dat zich in een baan om de aarde bevindt. Het verschijnsel is dan enkel zichtbaar aan de nachtkant van de aarde, als een zwak lichtende boog langsheen de gekromde horizon.
Op 11 september 1898 merkte Simon Newcomb, te West Virginia, een vreemdsoortig nachtelijk lichtgevend hemelverschijnsel op, bestaande uit een ovaalvormige wolk met een schijnbare diameter van 5 tot 6 graden. Het verschijnsel verscheen en verdween 10 tot 20 keren. Er werden geen normale poollichtaktiviteiten opgemerkt.
Edmund Neville Neison (1849-1940) had ervoor gezorgd dat Simon Newcomb herdacht moest worden door middel van een krater op de maan. Newcomb's krater bevindt zich in het noordoostelijke kwadrant van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan, ten oosten van Mare Serenitatis.