| Stad in België | |||
|---|---|---|---|
| Het stadhuis op de Grote Markt | |||
| Geografie | |||
| Gewest | |||
| Provincie | |||
| Arrondissement | Sint-Niklaas | ||
| Oppervlakte – Onbebouwd – Woongebied – Andere |
84,2 km² (2023) 62,12% 18,6% 19,27% | ||
| Coördinaten | 51° 10' NB, 4° 8' OL | ||
| Bevolking (bron: Statbel) | |||
| Inwoners – Mannen – Vrouwen – Bevolkingsdichtheid |
83.400 (01/01/2026) 49,18% 50,82% 990,50 inw./km² | ||
| Leeftijdsopbouw – 0-17 jaar – 18-64 jaar – 65 jaar en ouder |
(01/01/2026) 22,18% 57,81% 20,02% | ||
| Politiek en bestuur | |||
| Burgemeester | Lieven Dehandschutter (N-VA) | ||
| Bestuur | N-VA, Vooruit, CD&V | ||
| Zetels N-VA Vooruit Vlaams Belang CD&V Groen PVDA |
43 14 12 9 4 3 1 | ||
| Economie | |||
| Gemiddeld inkomen | 22.383 euro/inw. (2023) | ||
| Werkloosheidsgraad | 7,76% (jan. 2019) | ||
| Overige informatie | |||
| Postcode 9100 9100 9111 9112 |
Deelgemeente Sint-Niklaas Nieuwkerken-Waas Belsele Sinaai | ||
| Zonenummer | 03 | ||
| Belangrijke verkeersaders | |||
| NIS-code | 46021 | ||
| Politiezone | Sint-Niklaas | ||
| Hulpverleningszone | Waasland | ||
| Website | www | ||
| Detailkaart | |||
| ligging binnen het arrondissement Sint-Niklaas in de provincie Oost-Vlaanderen | |||
| Foto('s) | |||
| Onze-Lieve-Vrouwekerk | |||
| |||
Sint-Niklaas (Frans: Saint-Nicolas) is een centrumstad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Sint-Niklaas heeft een oppervlakte van 84,19 km² en telt ruim 83.000 inwoners, die Sint-Niklazenaars worden genoemd. De stad is bekend om haar marktplein, het grootste van België.
De naam Sint-Niklaas is afgeleid van Nicolaas van Myra, de patroonheilige van de stad. Begin 13de eeuw werd voor hem een parochie opgericht en een bijhorende kerk gebouwd, de Sint-Nicolaaskerk. Deze naam is men dan ook voor het omliggende dorp gaan gebruiken. In de schenkingsakte van Johanna van Constantinopel van 1219 wordt de nederzetting Sancti Nicolae in Bosco genoemd, oftewel Sint-Nicolaas-ten-Bos, verwijzend naar het Koningsforeest. Later is "Sint-Nicolaas" enigszins verbasterd tot de huidige naam. Varianten van de naam die ook ooit zijn gebruikt, zijn Sinte-Niclaus, Sint-Niclaes, Sint-Nicolaes, Sint-Nikolaas of simpelweg de Franse naam Saint-Nicolas. In het verleden zette men achter de stadsnaam soms ook nog -Waas of -Waes, verwijzend naar de ligging van Sint-Niklaas in het Waasland, maar deze gewoonte is buiten gebruik geraakt. Enkel in het Frans wordt dit nog wel gedaan, om verwarring te voorkomen met Saint-Nicolas, een gemeente in de provincie Luik.
De geschiedenis van Sint-Niklaas begint in 1217, toen een zelfstandige parochie voor de heilige Nicolaas van Myra werd opgericht, los van Waasmunster. Deze stichting wordt beschouwd als de officiële ontstaansdatum van de stad. Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, schonk de parochie zes bunders 'woestine' aan de parochie, de papenakkers of priesteragie. In 1241 promoveerde de gravin Sint-Niklaas het bestuurlijke centrum van het Waasland met de 'Keure van het Land van Waas'. Enkele jaren later, in 1248, schonk gravin Margaretha II van Vlaanderen een nieuw groot stuk grond aan de inwoners, op voorwaarde dat deze grond voor altijd onverdeeld en onbebouwd moest blijven. Hierdoor ontstond de Grote Markt, dat vandaag nog steeds het grootste marktplein van België is en een belangrijk symbool van de stad vormt.

De stad kreeg in 1513 van keizer Maximiliaan I het recht om wekelijkse markten en een jaarmarkt te organiseren. Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw lag de stad midden het strijdgewoel en werd het getroffen door de Beeldenstorm en een calvinistische bezetting door de Gentse Republiek, met de nodige schade tot gevolg. In de 17e eeuw herstelde Sint-Niklaas zich geleidelijk en kende de stad economische groei. In 1690 werd Sint-Niklaas getroffen door een grote stadsbrand, waarbij zowat de hele kern werd verwoest. Desondanks zette de economische vooruitgang zich door onder Oostenrijkse voogdij, met een beginnende industrialisering.

Tijdens de Franse overheersing, van 1794 tot 1815, werden de oude bestuurlijke instellingen afgeschaft, waardoor Sint-Niklaas de status van regionale hoofdstad verloor. In 1804 verhief Napoleon Sint-Niklaas officieel tot stad op grond van het hoge inwoneraantal.
Tijdens en na de Belgische Revolutie bleef het orangisme, de politieke stroming die trouw bleef aan koning Willem I der Nederlanden, langer aanwezig dan in veel andere Vlaamse steden. Een deel van de bevolking, vooral onder de burgerij en handelaars, bleef uit economische belangen het Nederlandse regime steunen. Op 11 mei 1824 bracht koning Willem samen met prins Frederik een kort bezoek aan de stad. Op 15 november 1817 werd onder leiding van Jan-Baptist de Maere en J.B. de Bruyne de Stedelijke academie opgericht.
Na de Belgische onafhankelijkheid kende Sint-Niklaas eerst een periode van economische achteruitgang. Vanaf het midden van de 19e eeuw zorgde de aansluiting op het spoorwegnet echter voor een nieuwe groeifase. De stad breidde daardoor sterk uit, met onder andere de Stationswijk. Ook het neogotische stadhuis en de Onze-Lieve-Vrouwekerk werden toen gebouwd.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Sint-Niklaas vier jaar bezet door het Duitse leger. Tijdens het interbellum breidde de stad verder uit en werd o.a. de Monseigneur Stillemansstraat en de Elisabethwijk aangelegd. Sint-Niklaas werd opnieuw bezet door Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad kreeg te maken met verschillende bombardementen. Op 17 mei 1940 vielen er tijdens een bombardement 87 doden, waaronder 51 vluchtelingen uit Breda. In september 1944 bevrijdden de geallieerden Sint-Niklaas . Als herinnering aan de bevrijding nam burgemeester Romain De Vidts in 1948 het initiatief tot de eerste Bevrijdingsfeesten. Deze evolueerden later naar het stadsfestival Vredefeesten.
Na de Tweede Wereldoorlog verdween de traditionele textielindustrie geleidelijk. De stad evolueerde naar een handels- en dienstencentrum. Op 1 januari 1977 werden de gemeenten Belsele (inclusief het gehucht Puivelde), Nieuwkerken-Waas en Sinaai bij de stad gevoegd. Vanaf de 21e eeuw zet het stadsbestuur in op een herleving van het stadscentrum door projecten zoals de heraanleg van de Grote Markt, het Stationsplein en de Stationsstraat.
Sint-Niklaas ligt in het Waasland, dat op zijn beurt weer uitmaakt van Zandig Vlaanderen. De stad is 30 km verwijderd van Gent en 20 km van Antwerpen. Andere dichtbijgelegen steden zijn Dendermonde, Hulst, Lokeren en Mechelen. Het is de op twee na grootste stad van Oost-Vlaanderen en daarmee een van de dertien Vlaamse centrumsteden.

De stad telt naast Sint-Niklaas zelf nog de deelgemeenten Belsele, Nieuwkerken-Waas en Sinaai. In het noorden van Belsele ligt het dorpje Puivelde.
| Naam | Opp. (km²) | Inwoners (2025) | Inwoners per km² | NIS-code | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Sint-Niklaas (I) | 32,09 | 59.089 | 1.841 | 46021A |
| 2 | Nieuwkerken-Waas (II) | 10,04 | 6.387 | 636 | 46021B |
| 3 | Belsele (III) | 19,83 | 10.706 | 540 | 46021C |
| 4 | Sinaai (IV) | 22,23 | 6.459 | 290 | 46021D |
Sint-Niklaas hanteert sinds 2019 een wijkindeling van twintig wijken om een gespecialiseerdere dienstverlening aan te kunnen bieden, zoals de wijkteams van de politiezone of de wijkteams voor het onderhoud van het openbaar domein. Deze zijn:
De stad Sint-Niklaas grenst aan volgende gemeenten en deelgemeenten:
|
Andere nabijgelegen gehuchten en kernen, die geen gemeente of deelgemeente vormen, zijn: Klein-Sinaai, Sombeke, Velle en Westakkers.
| Aangrenzende gemeenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| |
Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht | |||

Sint-Niklaas heeft twee stroomgebieden op het grondgebied, namelijk het Beneden-Scheldebekken (Nieuwkerken-Waas en (zuid-)oostelijk deel van het centrum van Sint-Niklaas) en het Bekken van de Gentse Kanalen (Sinaai, Belsele en het (noord-)westelijk deel van het centrum van Sint-Niklaas).
Voor het Beneden-Scheldebekken zijn er de volgende waterlopen:
Volgende waterlopen horen bij het Bekken van de Gentse Kanalen:
De Ringgracht is een in 2005 aangelegde waterloop om wateroverlast tegen te gaan. De gracht omringt het westen en zuidwesten van het stadscentrum.
In Sint-Niklaas liggen er twee polders. De Polder Sinaai-Daknam beslaat een groot deel van de deelgemeente Sinaai en ook een stuk van de deelgemeente Belsele. De Polder Schelde Durme Oost beslaat een klein, zuidelijk stuk van het grondgebied van Sint-Niklaas, ter hoogte van de E17.
Sint-Niklaas wordt door velen gezien als de hoofdstad van het Waasland. Dit heeft een geschiedkundige reden, aangezien de stad van 1241 tot 1795 de hoofdplaats was van de kasselrij Waasland. Voor die tijd werd het Waasland vanuit Waasmunster beheerd. Tegenwoordig is het de grootste stad van de regio en geeft het nog zijn naam aan het gelijknamige bestuurlijk arrondissement. Ook verschillende Wase instellingen hebben hier hun hoofdzetel gevestigd, zoals de Hulpverleningszone Waasland, de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, het katholiek Dekenaat Waasland, Toerisme Waasland, de Koninklijke Wase Kunstkring en de intercomunale Interwaas en de Erfgoedcel Waasland.
Sint-Niklaas telde op 1 januari 2023 81.138 inwoners en is daarmee de op twee na grootste gemeente van Oost-Vlaanderen, na Gent en Aalst. De stad is de op zes na grootste gemeente van het Vlaams Gewest en de op zeventien na grootste van heel België.
In 2017 zag de bevolking er als volgt uit. Van de 76.028 inwoners die de stad op dat moment had, waren er 17.857 19 jaar of jonger; 42.932 personen behoorden tot de groep van 20 tot 64 jaar; en 15.239 inwoners waren 65 jaar of ouder. Dit is respectievelijk 23,4%, 56,5% en 20,0%. Vergeleken met de Vlaamse cijfers van respectievelijk 21,6%, 58,7% en 19,7% voldoet de stad grotendeels aan het gemiddelde plaatje. In 2016 had Sint-Niklaas een geboortecijfer van 12 geboorten per 1.000 inwoners. Het sterftecijfer lag of 9,9 overlijdens per 1.000 inwoners. Daarmee had het een natuurlijke bevolkingsgroei van 2,1 personen met 1.000 inwoners. Dit cijfer ligt hoger dan het cijfers van het Vlaamse Gewest, dat slechts op 0,8 ligt.
In 2016 had 8,1% van de bevolking niet de Belgische nationaliteit, oftewel 6.070 inwoners. Van deze groep waren de Nederlanders het meest vertegenwoordigd, met 1.059 personen (1,4%). Dit aantal is een grote stijging tegenover tien jaar ervoor, toen slechts 4,3% van de bevolking geen Belg was. Cijfers uit 2016 tonen dat in totaal een kwart van de bevolking van buitenlandse herkomst is (24,83%). Dit komt overeen met 18.842 inwoners. Het overgrote merendeel hiervan, 14.214, had roots buiten de EU liggen.
Het bevolkingsaantal van de stad (zonder de huidige deelgemeenten) heeft eeuwenlang onder de tienduizend inwoners gelegen. Zo telde Sint-Niklaas in 1661 5107 personen. Goed dertig jaar later, in 1698, was dit gestegen naar 6306. De achttiende eeuw zorgde echter voor een grote expansie, onder invloed van de industrialisering. In 1714, aan het begin van de eeuw, telde Sint-Niklaas nog 6493 inwoners. Maar aan het einde, in 1794, werd reeds 10.800 inwoners bereikt. De snelle groei zette zich in de 19e en een groot stuk van de 20e eeuw verder door. Ten tijde van de Belgische onafhankelijkheid, in 1830, telde de stad ruim 16.500 inwoners. In 1845 was dit reeds 20.000 inwoners, in 1876 25.000. Aan het begin van de 20e eeuw was dit al 30.000 en in 1914 35.000. In 1933 werd de 40.000 inwoners bereikt.
Bij de fusie van 1977 kreeg de toen ruim 48.000 inwoners tellende stad er meer dan 19.000 inwoners bij, waardoor het totale inwonersaantal in één klap steeg naar 67.818. De jaren 60 en 70 betekenden echter een vertraging voor de groei, die uiteindelijk stopte rond de 68.000 inwoners. Hierrond werd er decennia geschommeld. Het is pas in de 21e eeuw dat er verdere groei plaatsvond, waardoor Sint-Niklaas in 2022 de 80.000 inwoners bereikte.

Alle historische gegevens van de grafiek hieronder hebben betrekking op de huidige gemeente, inclusief deelgemeenten, zoals ontstaan na de fusie van 1 januari 1977.

| Inwoners van jaar tot jaar op 1 januari 1992 tot heden | ||
|---|---|---|
| jaar | Aantal | Evolutie: 1992=index 100 |
| 1992 | 68.253 | 100,0 |
| 1993 | 68.472 | 100,3 |
| 1994 | 68.336 | 100,1 |
| 1995 | 68.397 | 100,2 |
| 1996 | 68.134 | 99,8 |
| 1997 | 68.049 | 99,7 |
| 1998 | 68.034 | 99,7 |
| 1999 | 68.119 | 99,8 |
| 2000 | 68.290 | 100,1 |
| 2001 | 68.364 | 100,2 |
| 2002 | 68.473 | 100,3 |
| 2003 | 68.663 | 100,6 |
| 2004 | 68.820 | 100,8 |
| 2005 | 69.082 | 101,2 |
| 2006 | 69.725 | 102,2 |
| 2007 | 70.016 | 102,6 |
| 2008 | 70.445 | 103,2 |
| 2009 | 71.062 | 104,1 |
| 2010 | 71.806 | 105,2 |
| 2011 | 72.366 | 106,0 |
| 2012 | 72.883 | 106,8 |
| 2013 | 73.280 | 107,4 |
| 2014 | 73.716 | 108,0 |
| 2015 | 74.289 | 108,8 |
| 2016 | 75.208 | 110,2 |
| 2017 | 76.028 | 111,4 |
| 2018 | 76.756 | 112,5 |
| 2019 | 77.679 | 113,8 |
| 2020 | 78.531 | 115,1 |
| 2021 | 79.357 | 116,3 |
| 2022 | 80.167 | 117,5 |
| 2023 | 81.138 | 118,9 |
| 2024 | 81.863 | 119,9 |
| 2025 | 82.661 | 121,1 |
| 2026 | 83.400 | 122,2 |




Op het grondgebied zijn een paar private musea te vinden.

De stad beschikt over een rijk historisch kunstpatrimonium, waarvan de collectie thematisch verbonden is met Sint-Niklaas en het Waasland. Dit erfgoed is verspreid over diverse stedelijke gebouwen, diensten en musea en omvat een brede waaier aan objecten, waaronder gravures, schilderijen, beeldhouwwerken, meubilair, textiel en glaskunst. Een aanzienlijk deel van deze verzameling wordt bewaard en tentoongesteld in de Stedelijke musea, die in 2009 erkend zijn door de Vlaamse overheid.
In Sint-Niklaas zijn vele voorbeelden te vinden van de art-decostijl. In de late 19de eeuw was Sint-Niklaas een bloeiend centrum voor de textiel- en breinijverheid. Deze evolutie werd enigszins gestopt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Maar de stad kwam er echter relatief ongeschonden uit waardoor de economie snel terug aanzwengelde. Door het succes dat de sector kende, trok de stad veel nieuwe arbeiders aan en ontstond er tevens een rijke burgerij. Deze lieten zich grote huizen bouwen in de stijl naar de toenmalige mode in de nieuwe wijken die rond het oude centrum werden gebouwd.
De huizen rond de Monseigneur Stillemansstraat behoren veeleer tot art deco en nieuwe zakelijkheid en geven een fraai beeld van de levensstandaard van de Sint-Niklase burgerij van weleer. De straat is sinds 2002 een beschermd stadsgezicht. Ook in de Guido Gezellelaan, de Stations- en Elisabethwijk zijn er veel woningen in deze stijl gebouwd.
Na de Eerste Wereldoorlog domineerde de art deco Sint-Niklaas: architecten en kunstenaars zoals Hilaire De Boom, Charles Hoge, August Waterschoot, Raphaël Verwilghen, Adrien Bressers, Marc Neerman, Karel Van Havermaet,, Joseph Van Coillie, Florent Staes, André Verbeke, Raphaël en Leander Waterschoot ontwierpen verschillende panden voor de plaatselijke burgerij. De stijl vond zijn toepassing in onder andere aardewerk dat in Scheerders werd vervaardigd, alsook in monumentale grafzerken in blauwe arduin. Hierdoor ontwikkelde zich een bekende reeks van steenhouwers waaronder Robert Van de Velde. Naast burgerlijke architectuur was de stijl ook geliefd voor het optrekken van religieuze gebouwen: de Broederschool in de Nieuwstraat en een deel van de normaalschool in de Kasteelstraat zijn uitgevoerd in deze stijl.
Tijdens de 19de eeuw kende Sint‑Niklaas een periode van stedelijke groei, mede door de ontwikkeling van winkelstraten zoals de Stationsstraat. In deze context werd de neoclassicistische stijl de dominante keuze voor burgerhuizen en handelspanden. De stijl wordt gekenmerkt door een sobere, symmetrische gevelordening en een verwijzing naar klassieke proporties en ornamentiek.
Ook zijn er in de stad verschillende voorbeelden te vinden van art nouveau. Verschillende panden zijn ontworpen door stadsarchitect August Waterschoot, maar zijn eerder zeldzaam.
Op 1 januari 1977 werden de voormalige gemeenten Belsele, Nieuwkerken-Waas en Sinaai bij Sint-Niklaas gevoegd.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 behaalde de CVP nog 45% van de geldige uitgebrachte stemmen en meteen toch de absolute zetelmeerderheid in de gemeenteraad; in 2024 was haar opvolger CD&V teruggevallen tot 11%. De Volksunie was in 1976 de tweede partij met 24% van de geldig uitgebrachte stemmen; in 2000 kreeg de partij nog maar 8%. Na een kartel met CD&V in 2006, werd N-VA (afsplitsing van VU) vervolgens de grootste met 28%. Deze partij bleef de grootste in 2018 en 2024. De socialisten (eerst SP, later sp.a en Vooruit) klommen van 21% in 1976 tot 35% in 2006, maar daalden daarna weer tot 13% in 2018. Bij de verkiezingen van 2024 volgde een herstel tot 26%. In 2006 en 2012 namen zij deel in kartel. De liberalen gingen van 8% naar 14% in 2000, gevolgd door een daling en het uiteindelijk verdwijnen van een liberale vertegenwoordiging in 2024. Het Vlaams Blok/Vlaams Belang bereikte in 2006 een hoogtepunt met 27% maar in 2012 werd de partij gehalveerd. Zes jaar later maakte de partij een gedeeltelijke herstelbeweging tot 17%, die werd vergroot tot 19% in 2024.
De PVDA kwam na de verkiezingen van 2018 voor de eerste maal in de gemeenteraad terecht. De partij kon deze vertegenwoordiging vasthouden bij de verkiezingen van 2024.

Na de onafhankelijkheid van België had Sint-Niklaas ruim twee decennia liberale burgemeesters (met uitzondering van 1854-1855). Van 1858 tot 1988 waren de burgemeesters allemaal katholieken. In de legislatuur 1989-1994 werd een socialist burgemeester, Freddy Willockx. Hij werd opgevolgd door partijgenoot Hunfred Schoeters. Daarna kregen de christendemocraten weer de burgemeestersstoel in handen voor één legislatuur, met de burgemeesters Lieven Lenaerts en Jef Foubert. In 2001 werden zij opgevolgd door socialistische burgemeesters (Freddy Willockx en Christel Geerts). De huidige burgemeester is de Vlaams-nationalist Lieven Dehandschutter (N-VA). Hij vervult deze positie sinds 2013.
Freddy Willockx (SP) werd burgemeester voor een tweede, niet-opeenvolgende termijn. Hij was al eens burgemeester geweest tussen 1989 en 1994. Hij leidde een coalitie bestaande uit SP en CVP. Samen vormden ze de meerderheid met 24 op 39 zetels.
Freddy Willockx (sp.a) werd opnieuw burgemeester. Hij leidde een coalitie bestaande uit de kartels sp.a-spirit-Groen! en CD&V+N-VA. Samen vormden ze de meerderheid met 25 op 39 zetels. In 2010 stapte Willockx op als burgemeester en werd hij vervangen door Christel Geerts (sp.a). Zij werd de eerste vrouwelijke burgemeester van de stad.
Burgemeester was Lieven Dehandschutter (N-VA). Hij werd de eerste Vlaams-nationalistische burgemeester van Sint-Niklaas sinds de oorlogsburgemeester Emiel Van Haver. Hij leidde een coalitie bestaande uit N-VA en het kartel sp.a-Groen. Samen vormden ze de meerderheid met 25 op 41 zetels.
Burgemeester was Lieven Dehandschutter (N-VA). Hij leidde een coalitie bestaande uit N-VA, Groen en Open Vld. Samen vormden ze de meerderheid met 22 op 41 zetels. De voorzitter van de gemeenteraad was Mia Mortier van Groen.
Lieven Dehandschutter (N-VA) is burgemeester voor een derde opeenvolgende termijn. Hij leidt een coalitie bestaande uit N-VA, Vooruit en CD&V. Samen vormen ze de meerderheid met 30 op 43 zetels. De voorzitter van de gemeenteraad is Tchantra Van De Walle van N-VA.
| Functie en bevoegdheden | Naam | Partij | |
|---|---|---|---|
| Burgemeester | Lieven Dehandschutter | N-VA | |
| Eerste schepen Ruimtelijke ordening, handel en horeca en beheer openbaar domein |
Kris Van der Coelden | Vooruit | |
| Tweede schepen Financiën, personeel en dienstverlening |
Peter Buysrogge | N-VA | |
| Derde schepen Evenementen, markten en foren, jeugd, kinderopvang, stad van de Sint, sport, burgerzaken en gelijke kansen |
Ghizlane Benabdellah | Vooruit | |
| Vierde schepen Stadsontwikkeling, economie en digitalisering |
Carl Hanssens | N-VA | |
| Vijfde schepen Welzijn, klimaat en landbouw |
Kristof Van Gansen | CD&V | |
| Zesde schepen Cultuur, gebouwen en logistiek |
Filip Baeyens | N-VA | |
| Zevende schepen Mobiliteit, openbare werken, wonen en stadspromotie |
Maxime Callaert | N-VA | |
| Achtste schepen Onderwijs en opgroeien, toerisme, dierenwelzijn en voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst |
Adelheid Van Hauwermeiren | Vooruit | |
| Partij of kartel | 10-10-1976 | 10-10-1982 | 9-10-1988 | 9-10-1994 | 8-10-2000 | 8-10-2006 | 14-10-2012 | 14-10-2018 | 13-10-2024 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stemmen / Zetels | % | 39 | % | 39 | % | 39 | % | 39 | % | 39 | % | 39 | % | 41 | % | 41 | % | 43 | |
| PVDA1/ PVDA+2 | 0,791 | 0 | 0,391 | 0 | 0,481 | 0 | 0,621 | 0 | - | - | 1,782 | 0 | 4,41 | 1 | 4,81 | 1 | |||
| SP1/ sp.a-spirit-Groen!B/ sp.a-GroenC/ sp.a2/ Vooruit3 | 21,011 | 8 | 29,421 | 13 | 29,461 | 13 | 25,81 | 12 | 27,21 | 12 | 35,35B | 14 | 25,68C | 12 | 12,62 | 5 | 25,63 | 12 | |
| AGALEV1/ sp.a-spirit-Groen!B/ sp.a-GroenC/ Groen2 | - | 3,851 | 0 | 4,541 | 1 | 5,781 | 1 | 6,681 | 2 | 14,32 | 6 | 8,62 | 3 | ||||||
| PVV1/ VLD2/ VLD-VIVANT3/ Open Vld4/ Liberaal Sint-Niklaas5 | 7,641 | 2 | 7,441 | 2 | 10,251 | 4 | 11,582 | 4 | 13,552 | 5 | 9,603 | 3 | 7,214 | 2 | 7,44 | 2 | 3,55 | 0 | |
| CVP1/ CD&V+N-VAA/ CD&V2 | 44,861 | 19 | 38,721 | 18 | 36,571 | 16 | 31,181 | 15 | 23,11 | 10 | 27,67A | 11 | 15,552 | 7 | 13,52 | 6 | 10,52 | 4 | |
| VU1/ VU&ID2/ CD&V+N-VAA/ N-VA3 | 23,811 | 10 | 15,371 | 6 | 10,871 | 4 | 7,681 | 2 | 8,192 | 2 | 28,483 | 13 | 29,03 | 14 | 27,53 | 14 | |||
| Vlaams Blok1/ Vlaams Belang2 | - | 2,311 | 0 | 4,971 | 1 | 12,461 | 5 | 19,451 | 8 | 26,552 | 11 | 11,692 | 5 | 17,12 | 7 | 19,52 | 9 | ||
| SOS 2012 | - | - | - | - | - | - | 5,98 | 2 | - | - | |||||||||
| Anderen(*) | 1,88 | 0 | 2,5 | 0 | 2,84 | 0 | 4,92 | 0 | 1,83 | 0 | 0,82 | 0 | 3,63 | 0 | 1,6 | 0 | - | ||
| Totaal stemmen | 46325 | 47468 | 48374 | 48111 | 48174 | 47946 | 47565 | 50826 | 34957 | ||||||||||
| Opkomst % | 94,39 | 92,74 | 91,6 | 89,29 | 91,5 | 62,1 | |||||||||||||
| Blanco en ongeldig % | 3,68 | 4,22 | 3,98 | 4,11 | 3,67 | 4,24 | 5,98 | 3,3 | 0,5 | ||||||||||
De zetels van de gevormde coalitie staan vetjes afgedrukt. De grootste partij staat in kleur.
(*) 1976: SNEL (1,88%) / 1982: GEMBEL (1,9%), SNEL (0,6%) / 1988: SN2000 (2,26%), KP-SAP (0,31%), LVP (0,27%) / 1994: W.O.W. (2,45%), ROSSEM (0,75%), SAMEN (0,74%), B.E.B./BEB-n (0,56%), SINT (0,42%) / 2000: Vivant (1,83%) / 2006: B.E.B./BEB-n (0,82%) / 2012: SNAB (1,87%), S²nb Transp. (1,08%), FOERT (0,68%) / 2018: Be.One (1,6%)

De zetels van de kartels bij de verkiezingen van 2006 en 2012 zijn telkens weergegeven door één kleur. Voor het kartel sp.a-spirit-Groen! (2006) en sp.a-Groen (2012) is dit de rode kleur van de socialisten, bij het kartel CD&V+N-VA in 2006 is dit de oranje kleur van de christendemocraten.


Sint-Niklaas is de hoofdstad van het katholieke dekenaat met dezelfde naam in het Bisdom Gent. Het dekenaat omvat vier parochies: Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, Hamme/Waasmunster, Sint-Gillis-Waas/Stekene en Sint-Niklaas/Temse. Deze laatste beslaat de volledige gemeenten Sint-Niklaas en Temse. De hoofdkerk is gewijd aan de patroonheilige van de stad, Nicolaas van Myra, waar een deel van zijn relieken worden bewaard. De parochie in Sint-Niklaas neemt vanaf 2020 de naam de Heilige Nicolaas van Myra aan.
De groei van de parochies kende in de 19e eeuw een hoogtepunt, waardoor er op een paar decennia veel nieuwe parochies werden opgericht. In september 2016 fuseerden zij terug tot één parochie voor de gehele stad. Eveneens in 2016 werden verschillende Wase dekenaten bij elkaar gevoegd en onder het dekenaat Sint-Niklaas geplaatst. Het ging hierbij om de dekenaten Beveren, Hamme, Sint-Gillis-Waas en Temse. Daarvoor omvatte het dekenaat Sint-Niklaas alleen de gelijknamige gemeente. Op 1 januari 2025 is de parochie Temse/Kruibeke opgeheven, waardoor de gemeente Temse bij de parochie Sint-Niklaas werd gevoegd.
In Sint-Niklaas zijn er tal van bekende katholieke geestelijken actief geweest of geboren. Tot de bekendste behoren Kardinaal Joos, Monseigneur Stillemans, Kanunnik Janssens, kanunnik Hendrik Claeys, kanunnik Amaat Joos en kanunnik Vercruyssen. De huidige pastoor-deken is Raf Vermeulen, die in 2014 kanunnik Albert Van De Kerkhoven opvolgde.
Naast de parochies zijn er tot voor kort een tiental grote kloosters in de stad gevestigd die van belang waren voor de geestelijke ziekenzorg, ouderenzorg en onderwijs. Sinds recent worden ook de kloosters gesloten waardoor de minderbroeders, arme klaren, zwartzusters en karmelietessen recent het dekenaat hebben verlaten. Ook het klein-seminarie was van groot belang voor de ontwikkeling van de stedelijke bevolking.
De stad telt één erkende protestantse kerk op haar grondgebied: de Evangelische Kerk Sint-Niklaas. Deze behoort tot de Vrije Evangelische Gemeenten.
In Sint-Niklaas bevindt zich een parochie van de mormonen. De kerk werd in 2000 gebouwd.
Daarnaast kent de stad ook sinds vorige eeuw een groeiende moslimbevolking. In 2016 werd berekend dat 9,8% van de bevolking moslim is. Dit is hoger dan het Belgisch gemiddelde van 7%. Drie jaar later was dit gestegen naar 12,1%. In totaal zijn er vijf moskeeën te vinden in de stad.
De vrijzinnige gemeenschap is atheïstisch en uitgesproken seculier van aard, en is in Sint-Niklaas sterk vertegenwoordigd, enerzijds door middel van het HuisvandeMens aan het Stationsplein, dat de morele dienstverlening verzorgt, anderzijds door verschillende verenigingen.
Vrijzinnig-humanistische en morele consulenten verzorgen gesprekken in het AZ Nikolaas, in woonzorgcentra en in de penitentiaire instelling te Beveren.


In Sint-Niklaas bestaat een cultus rondom Sinterklaas, de patroonheilige van de stad. Dit uit zich bijvoorbeeld door de stadsreuzen. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn twee van de zeven reuzen die Sint-Niklaas rijk is. Het gewicht van de sinterklaasreus is 100 kilogram en de pop is zo'n 5 meter hoog. Zwarte Piet is kleiner. Begin december promoot de stad zichzelf als 'Stad van de Sint' en organiseert daarbij activiteiten zoals de aankomst van Sinterklaas, het 'Huis van de Sint' in de Stationsstraat en een circusshow rond de figuur Sinterklaas.
Een tweede, kleinere cultus is die rond Reynaert de vos. Verspreid over de stad en de omliggende gemeenten staan verwijzingen naar het verhaal. Zo zijn er verschillende fietsroutes door het Land van Waas, de toeristische autoroute Reynaertroute, vele beelden en zitbanken en ook de Reynaertgalerij, een verbinding tussen de Stationsstraat en de Grote Markt.
Daarnaast zijn in de stad tientallen verenigingen met vrijwilligers actief op gebied van kunst, cultuur, natuur, welzijn, muziek, jeugd, senioren, onderwijs, godsdienst en politiek. De oudste actieve vereniging is de Broederschap van het Allerheiligste Sacrament.
In Sint-Niklaas bevindt zich de zetel van de Koninklijke Wase Kunstkring en de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas.
De bijnamen van de Sint-Niklazenaren zijn oliezeikers, rapenbraders of blauwselmannen. De herkomst van oliezeikers is te wijten aan de vele olieslagerijen die in de stad te vinden waren. Van oudsher lachten inwoners van Temse met deze bijnaam, waarna de Sint-Niklazenaren hen antwoordden: Olie drijft boven. De naam rapenbraders is te verklaren door de aanwezigheid van een raap, een traditioneel Waas gewas, in het stadswapen.
Sint-Niklaas heeft een sterke historische band met luchtballons. De eerste, weliswaar onbemande, vlucht met een luchtballon in de stad vond plaats op 15 april 1784. De zelfgemaakte ballon van Joannes van Goethem steeg op vanuit de Houtbriel en landde in de Nieuwstraat. De eerste bemande vlucht vond plaats op 3 maart 1845. Een zekere Kersch steeg toen op vanuit de speelplaats van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie.
Vanaf 1873 werden luchtballons een onderdeel van de zomerkermis. De Fransman Jean-Baptiste Glorieux steeg met zijn ballon L'Hirondelle op vanop de Grote Markt en deed luchtacrobatie aan een trapeze die onder de mand hing. De stunt was zo een groot succes bij het publiek dat de stad ervoor zorgde dat ook de komende jaren een dergelijk spektakel zou kunnen plaatsvinden. In 1874 en 1875 was het de beurt aan Camille Dartois, met zijn nog grotere ballon Géant. Hij nam ook mensen mee en liet de ballon stijgen tot 100 meter hoogte aan een touw. In 1878 werden ballons achterwege gelaten vanwege de grote kosten voor de inhuldiging van het stadhuis. Van 1891 tot 1914 was de luchtballon een vast onderdeel van de kermis, vaak gecombineerd met spectaculaire stunts. In 1911 liet de Aëro-Club van Sint-Nikolaas hun eigen ballon Waaslander op de eerste keer op. In 1913 was het de beurt aan hun tweede ballon, Waaslander II.
Na de beide wereldoorlogen kreeg de ballonhappening een nieuw leven. In het eerste weekend van september 1948 werden voor het eerst Bevrijdingsfeesten georganiseerd, met een landingswedstrijd voor gasballons. De eerste heteluchtballons verschenen in 1970. Drie jaar later kreeg het evenement de naam Vredefeesten. De komende jaren groeide de happening verder met de inclusie van onder andere miniballons en special-shapes. De Vredefeesten zijn intussen uitgegroeid tot een heuse traditie, die opvalt door de ongebruikelijke opstijgplaats midden in de stad.
In Sint-Niklaas wordt een dialect gesproken, het Sinnekloases. Het is een Waaslands dialect, dus behoort het tot de overgang van Oost-Vlaams naar Brabants. In 2017 werd een woordenboek uitgebracht met 2790 woorden. Hedendaagse toepassingen van de streektaal kan men vinden in de parkeergarage onder de Grote Markt en in de fietsenstalling op het Stationsplein. Deze zijn ingedeeld in zones die worden aangeduid met een typisch dialect woord.
In de deelgemeente Nieuwkerken-Waas spreken de mensen dan weer een ander dialect, het Niekaarks. Deze twee dialecten zijn nauw met elkaar en met de andere dialecten van het Waasland verwant.
De belangrijkste verkeersader van Sint-Niklaas is de E17, die de stad verbindt met Antwerpen en Gent. Rond de stad loopt de ringweg R42. Deze weg is onderbroken in het zuiden en westen waardoor het geen volledige ring vormt. Anno 2016 zijn er wel plannen om het oostelijk uiteinde van de ring te verbinden met de E17. Dit moet de verkeersdrukte op de N70 verlichten.
De belangrijkste wegen in en rond Sint-Niklaas zijn:

Het grootste en belangrijkste spoorwegstation van de stad is station Sint-Niklaas. Anno 2023 heeft het station op een weekdag een kleine 8.000 opgestapte reizigers en is daarmee het op zeventien na drukste spoorwegstation van België. Het station ligt aan spoorlijn 54 (Sint-Niklaas-Mechelen) en aan spoorlijn 59(Antwerpen-Gent). Vanuit het station zijn er rechtstreekse verbindingen naar Antwerpen-Centraal, Brugge, Brussel-Zuid, Dendermonde, De Panne, Doornik, Gent-Sint-Pieters, Kortrijk, Leuven, Lille-Flandres, Mechelen en Oostende.
Vroeger liep lijn 54 door naar het noorden tot Terneuzen maar dit stuk werd voor reizigersverkeer buiten gebruik gesteld in 1952. De stad had tot 1957 ook een rechtstreekse verbinding met Dendermonde via Waasmunster en Hamme door spoorlijn 56.
Dit zijn alle huidige en voormalige (cursief) treinstations op het grondgebied Sint-Niklaas:

Sint-Niklaas heeft een uitgebreid busnetwerk van De Lijn waaronder ook de lijn van de Sint-Niklase stadsbus valt. Het belangrijkste busstation van de stad bevindt zich naast het station op het Stationsplein. Hier stoppen alle bussen die de stad aandoen. Twee andere belangrijke knooppunten zijn de bushaltes aan de Grote Markt en het Waasland Shopping Center.
In 1893 werd tramlijn 367 van de NMVB aangelegd tussen het station van Sint-Niklaas en Kieldrecht. Op 1 oktober van datzelfde jaar werd de lijn in gebruik genomen. De tram passeerde ook langs Nieuwkerken-Waas, Vrasene en Verrebroek alvorens op de eindbestemming aan te komen. Op 15 februari 1905 werd de uitbreiding naar Doel geopend. In 1944 werd de exploitatie van de lijn stopgezet en vervangen door een busdienst, die tot op vandaag bestaat.
In 2012 werd door De Lijn een sneltram naar Dendermonde en Aalst overwogen. Dit plan is echter naar de achtergrond verdwenen.
Op het grondgebied van Sint-Niklaas lopen er verschillende fietssnelwegen. Fietssnelweg F4 gaat van Antwerpen naar Gent via de stad en loopt grotendeels parallel met spoorlijn 59. F411 (Sint-Niklaas-Nederlandse grens) vertrekt vanaf het station en loopt langs de route van de opgebroken spoorlijn 54. Verder zijn er ook nog F18 (Sint-Niklaas-Mechelen) en F43 (Aalst-Dendermonde-Sint-Niklaas). Deze zijn anno 2024 nog niet aangelegd op het grondgebied van de stad.
De stad vervult een functie als regionaal centrum als het op onderwijs aankomt. De verhouding tussen het aantal leerlingen in Sint-Niklase kleuterscholen en het aantal leerlingen dat kleuteronderwijs volgt die in de stad zelf wonen was in 2020 106,2%. Dit wil dus zeggen dat er iets meer kinderen in Sint-Niklaas naar de kleuterschool gaan dan er wonen. Voor het lager onderwijs is dit 103,4%. Voor het middelbaar onderwijs ligt echter veel cijfer hoger, namelijk 191,4%. Deze statistieken tonen aan dat er een grote aantrekkingskracht uitgaat van Sint-Niklase scholen ten opzichte van de omringende gemeenten, zeker wat het middelbaar onderwijs betreft.
Sint-Niklaas telt vele scholen. Anno 2021 zijn er 35 kleuter- en basisscholen, waaronder verschillende scholen voor buitengewoon onderwijs. Tevens zijn er verschillende middelbare scholen, kunst- en avondonderwijs aanwezig:
Sinds 1995 is er een campus van een hogeschool in de stad aanwezig. Tot 2014 waren de gebouwen in handen van de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven. Deze instelling is in dat jaar samen met EHSAL samengesmolten tot Odisee, die alle activiteiten overgenomen heeft.


De gezondheidszorg in Sint-Niklaas is ontstaan in de 19de eeuw, en kent een opsplitsing in psychiatrische geneeskunde en algemene heelkunde.
In de 20e eeuw bestond er een katholiek en stedelijk algemeen ziekenhuis (stadskliniek), naast twee psychiatrische katholieke instituten. Het AZ Maria Middelares, gesticht door de Liefdeszusters van de Verrezen Zaligmaker en wat reeds een fusie was van verschillende privéziekenhuizen, bleef zelfstandig tot 2007., De zusters bewoonden het Moelandkasteel, gekend als Sint-Antoonklooster-rusthuis, een residentie van jonkheer de Schoutheete.
AZ Waasland (waaronder de stadskliniek viel) en AZ Maria Middelares fuseerden in 2007 tot AZ Nikolaas. In 2022 fuseerde AZ Nikolaas met AZ Lokeren tot Vitaz. Naast een campus in de stad zijn er ook nog vijf campussen in verschillende omringende Wase gemeenten (Beveren, Hamme, Lokeren, Sint-Gillis-Waas en Temse).
De maatschappelijke zetel van de Hulpverleningszone Waasland, inclusief de Wase zoneraad en zonecollege zijn gevestigd in Sint-Niklaas. De gebouwen in de Nijverheidsstraat behoorden voorheen toe aan de textielfabriek Verbreyt Gebroeders. Onder de hulpverleningszone valt de brandweer- en ambulanceposten van Beveren, Kieldrecht, Kruibeke, Melsele, Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas, Stekene, Temse en Waasmunster. Er werken ruim 550 medewerkers ten behoeven van de bescherming van meer dan 219.000 Waaslanders.
Oorspronkelijk was Sint-Niklaas een landbouwgemeenschap. Al snel vonden ambachtslieden hun plaats in de stad en ook voor handelaars was het ideaal gelegen doordat het op een kruising van verschillende wegen lag. De donderdagse markt op de Grote Markt speelde een belangrijke rol in de verkoop van de verschillende goederen, geproduceerd in de streek. In de achttiende eeuw begon de stad te industrialiseren. Vooral de textielnijverheid maakte gebruik van de nieuwe kansen. De producten maakten gebruik van de markt om hun producten aan de man te brengen.
Ten tijde van de Franse overheersing was Sint-Niklaas na Gent de belangrijke Oost-Vlaamse stad van de textielnijverheid. In de Nederlandse tijd bleef deze positie gehandhaafd door de betere toegang tot de Nederlandse koloniën. De Belgische onafhankelijkheid was in verschillende opzichten een negatieve evolutie. De aanwezige bedrijven hadden geen toegang meer tot koloniën, ondernemers zoals Charles Louis de Maere verplaatsen hun activiteiten elders, en de koopkracht van de burgers ging er op achteruit. Dit zorgde voor een grote crisis in de textielsector en een bijhorende hoge werkloosheid. De crisis kwam tot een einde in 1834 door een geslaagd economisch beleid van de regering. Er ontstonden zelfs nieuwe fabrieken. Deze periode was van korte duur want in 1838-1839 brak een nieuwe crisis aan door de problemen bij Banque de Belgique. Deze zorgde uiteindelijk voor een heroriëntering van vele weverijen naar de wolnijverheid in plaats van katoen. De tweede helft van de 19e eeuw zorgde voor een verdere bloeiperiode. Sint-Niklaas was gunstig gelegen, onder andere door de verschillende spoorlijnen, en trok investeringen aan. In 1887 waren er 41 textielfabrieken, waarvan 34 voor katoen en wol. Op het einde van de 19e eeuw kwam voor de breigoedsector op door het ontstaan van de vlakbreimachine. De Eerste Wereldoorlog, de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog betekenden crisisperiodes maar de economie herstelde zich steeds.
Vanaf de jaren zestig begon zich een definitieve kentering voor te doen. De oude fabrieken in het centrum verplaatsten zich naar de industrieterreinen aan de rand van de stad. De leegtes die zij lieten werden ingevuld met woningen. Ook het koopcentrum ontstond in die tijd. Het overgrote merendeel van de fabrieken is in de loop van de 20e eeuw ten onder gegaan door buitenlandse concurrentie.


In 2019 telde Sint-Niklaas in totaal 5.732 ondernemingen. Enkele bekende hiervan zijn:
Sint-Niklaas telt verschillende bedrijventerreinen op haar grondgebied:
De verschillende bedrijven binnen de industrieparken verenigen zich binnen Bepasin Sint-Niklaas. De stad heeft een samenwerkingsovereenskomt met Bepasin afgesloten om het ondernemersklimaat binnen de Sint-Niklase bedrijvenparken te stimuleren.
Het infopunt van de dienst toerisme bevindt zich in de Cipierage. Ook Toerisme Waasland heeft zijn hoofdzetel in Sint-Niklaas, aan het provinciaal domein De Ster.
Het toerisme in Sint-Niklaas neemt de laatste jaren toe. In 2007 was er sprake van 32.000 overnachtingen, in 2015 66.000 overnachtingen en twee jaar later was dit volgens de Federale Overheidsdienst Economie reeds 90.000 overnachtingen. Toerisme Vlaanderen noteerde in datzelfde jaar zelfs 102.059 overnachtingen, een stijging met 18% in vergelijking met 2015. Hiermee komt Sint-Niklaas op de tweede plaats te staan in de provincie Oost-Vlaanderen, na Gent. Het aantal aankomsten ligt echter wel lager maar dit duidt op een langere verblijfsduur. In 2017 waren dit er 46.326. Dit is een stijging van 16,5% in vergelijking met 2015. Hiermee staat de stad op de derde plaats in de provincie, na Gent én Aalst.
De redenen waarom er in Sint-Niklaas overnacht wordt, zijn divers. In 2015 was er vooral sprake van professionele of functionele redenen. Zo spelen de nabijheid van de Waaslandhaven en de soms problematische bereikbaarheid van Antwerpen en Gent een rol. Bovendien ligt de prijs voor een kamer vaak ook lager dan in die steden. Maar daarnaast spelen ook puur toeristische motieven. Zo is trekt het ruime aanbod aan art-decobezoekers, net als de tentoonstelling van de bloemsierkunstenaar Daniël Ost.


Op het grondgebied van Sint-Niklaas bevinden zich heel wat groene zones, waaronder een gedeelte bestaat uit historische tuinen, waaronder kasteel- en kloostertuinen. Daarnaast zijn er ook natuurgebieden, die zich in de buitengemeenten bevinden.


De stad kent een rijke maar bewogen geschiedenis in het voetbal. Begin jaren 20 sloten zowel Sint-Niklase SK als Excelsior AC Sint-Niklaas zich aan bij de Belgische voetbalbond. SK zou 71 jaar lang in het nationaal voetbal actief blijven en zelfs drie seizoenen in de hoogste afdeling spelen. Ook Excelsior speelde anderhalf seizoen nationaal, maar fusioneerde in 1989 met Sint-Niklase, dat op zijn beurt in 2000 verdween in een fusie met KSC Lokeren. De stad verloor zo zijn succesvolste club. Daarop verhuisde KFC Red Star Haasdonk, uit het nabijgelegen Haasdonk naar Sint-Niklaas om er als Red Star Waasland te spelen, tot die club in 2010 terugkeerde naar Beveren toen daar KSK Beveren verdween. Ondertussen was in de jaren 90 in deelgemeente Nieuwkerken-Waas een nieuwe club ontstaan die snel opklom in de hiërarchie, in 2003 werd herdoopt in FCN Sint-Niklaas en na het vertrek van RS Waasland nam deze club de plaats in als eerste club van de stad in 2010. Men liet de naam wijzigen in Sportkring Sint-Niklaas, als verwijzing naar de tien jaar eerder verdwenen glorieclub van de stad.
Los hiervan speelde in de 20ste eeuw in de stad ook KFC Gerda Sint-Niklaas, dat eveneens drie jaar nationaal voetbal speelde; maar ook deze club verdween in 2002. Deze club werd heropgericht als SK Gerda Sint-Niklaas (later FC Gerda Waasland). Andere clubs als VK White-Boys Sint-Niklaas speelden altijd provinciaal.
In het damesvoetbal is GFA Sinaai het paradepaardje. Dit team speelde van 1993 tot 2014 in de eerste klasse en won liefst drie jaar op rij de Beker van België (2009-2010-2011). Bovendien was de ploeg ook nog drie keer finalist (1997-2001-2013). Tegenwoordig speelt de club in Tweede klasse.
De belangrijkste voetbalstadions van de stad zijn Puyenbekestadion met 6.000 plaatsen, Stedelijk Sportcentrum Meesterstraat met 3.000 plaatsen en het Robert Waterschootstadion met 1.500 plaatsen.
Op het vlak van wielersport is Sint-Niklaas vooral bekend als startplaats van de Ronde van Vlaanderen. De wielerklassieker startte van 1977 tot en met 1997 vanaf de Grote Markt. Dan verloor het haar positie aan Brugge. De stad was ook etappeplaats in de Ronde van Frankrijk van 1973 als aankomstplaats voor rit 1 B, als start- en aankomstplaats van rit 2 A (een ploegentijdrit) en als startplaats voor rit 2 B.
Sinds 2010 vindt er op de Grote Markt een natourcriterium plaats. Op het recreatiepark De Ster wordt al verschillende jaren een veldrit georganiseerd.
Het Sinbad is het stedelijk zwembad van Sint-Niklaas. Het bad, het eerste openbare zwembad, is gebouwd naar een ontwerp van architect Willy Valcke, werd plechtig ingehuldigd door koning Boudewijn. Het heeft een 25 meterbad, een instructiebad en een peuterbad. Het complex is van 2003 tot 2006 en in 2011 gerenoveerd. In 2024 moet er een nieuw zwembad openen: De Watermolen, vernoemd naar de Watermolenwijk waarin het zal liggen.
Sint-Niklaas heeft de volgende zustersteden: