
Skiën is zich voortbewegen over sneeuw of een kunstskibaan met behulp van twee 'planken', ski's genoemd, die aan de voeten (skischoenen) worden bevestigd. Het woord ski is afkomstig van het Oudnoorse skiða, dat 'rechte plank' betekent. Vroeger was skiën geen sport, maar een transportmiddel in de wintermaanden.
Oorspronkelijk waren ski's van hout, maar moderne ski's worden gemaakt van glasvezelversterkte kunststof of andere composietmaterialen, of een combinatie van hout en composietmaterialen. Op de pagina over skimateriaal wordt dieper ingegaan op de samenstelling, vorm en functionaliteit van de "plank(en)". Een skiër is iemand, die zich bezighoudt met enige vorm van skiën, zoals hieronder nader wordt beschreven.
Er bestaan diverse vormen van skiën. De volgende skisporten bestaan:


Wedstrijdskiën in Nederland gebeurt op de kunstskibaan en indoorhallen. Nederland telt ongeveer 14 borstelbanen en indoorhallen waar tussen september en april wekelijks slalomwedstrijden georganiseerd worden.
Niet elke ski is dezelfde in elke vorm van het skiën. Voor elke tak van sport gebruikt men ander skimateriaal. Zo is een alpineskiuitrusting een andere dan de uitrusting voor langlaufen. Ook binnen een tak van sport zijn er verschillende ski's, van carveski's tot aan de dunne latjes. Daarnaast verschillen de ski's voor gevorderden van die voor beginners. Hierdoor kan de prijs van ski's sterk verschillen.