Softskills zijn psychosociale vaardigheden die in het algemeen van toepassing zijn op alle beroepen. Deze vaardigheden omvatten kritisch denken, probleemoplossing, samenwerking, spreken in het openbaar, professioneel schrijven, teamwork, digitale geletterdheid, leiderschap, strategische visie, creativiteit, openheid, professionele houding, aanpassingsvermogen, werkethiek, loopbaanmanagement en interculturele competentie.
Soft skills onderscheiden zich van hard skills, ook wel technische vaardigheden genoemd, die specifiek zijn voor individuele beroepen of functies. Het woord 'vaardigheid' benadrukt de praktische functie. De term is breed in zijn toepassingen en reikwijdte, maar omvat over het algemeen een breed scala aan vaardigheden, van eenvoudige taken zoals het trappen van een bal tot complexere activiteiten zoals het leren creatief te zijn. In dit specifieke geval wordt het woord 'vaardigheid' geïnterpreteerd als het vermogen om handelingen te beheersen die moeilijk te controleren zijn.
De term 'soft skills' werd eind jaren zestig door het Amerikaanse leger bedacht. Het verwees oorspronkelijk naar elke vaardigheid die geen gebruik maakt van machines. Het leger besefte dat veel belangrijke activiteiten onder deze categorie vielen en dat de sociale vaardigheden die nodig zijn om groepen te leiden, soldaten te motiveren en oorlogen te winnen, werden omvat door vaardigheden die ze nog niet hadden. Later werd de term overgenomen door de IT-wereld als tegenstelling met hardskills (technische vaardigheden, apparaatgerelateerde vaardigheden). Tegenwoordig wordt de term soft skills in vrijwel alle sectoren gebruikt voor vaardigheden die niet technisch van aard zijn.
Ook in het onderwijs is er veel aandacht voor soft skills. In het Vlaamse onderwijs staat VOET voor "vakoverschrijdende eindtermen", dat vergelijkbaar is met softskills.
Andere begripsvaardigheden zijn: