| Reino de España | ||||
|---|---|---|---|---|
| Basisgegevens | ||||
| Officiële taal | Spaans | |||
| Hoofdstad | Madrid | |||
| Regeringsvorm | Constitutionele monarchie | |||
| Staatshoofd | Koning Felipe VI | |||
| Regeringsleider | Premier Pedro Sánchez | |||
| Religie | Rooms-katholiek: 46% Geen religieuze identificatie: 42% Andere religies: 8% (zelfidentificatie, BREC 2025) Islam: circa 5% (afzonderlijke schatting, UCIDE, 2024) | |||
| Oppervlakte | 506.015,4 km² (2024) (1,04% water) | |||
| Inwoners | 49,128,297 (INE 2025) | |||
| Bijv. naamwoord | Spaans | |||
| Inwoneraanduiding | Spanjaard (m./v.) Spaanse (v.) | |||
| Overige | ||||
| Motto | Plus ultra (Steeds verder) | |||
| Volkslied | Marcha Real | |||
| Munteenheid | Euro (EUR) | |||
| UTC | UTC+1 (zomer UTC+2) Canarische Eilanden: UTC+0 (zomer UTC+1) | |||
| Nationale feestdag | 12 oktober | |||
| Web | Code | Tel. | .es | ESP | 34 | |||
| Detailkaart | ||||
| ||||
Spanje, officieel het Koninkrijk Spanje (Spaans: Reino de España), is een land in het zuidwesten van Europa met 49.128.297 inwoners (INE 2025), een oppervlakte van 506.015,4 km² (INE 2024) en als hoofdstad Madrid. Het land beslaat het grootste deel van het Iberisch Schiereiland. Tot Spanje behoren ook de Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en gebieden in Noord-Afrika.
Spanje grenst in het noordoosten aan Frankrijk en Andorra, in het westen aan Portugal en in het zuiden aan het Britse gebied Gibraltar. Via de exclaves Ceuta en Melilla grenst het land in Afrika aan Marokko.
Het Iberisch Schiereiland kwam vanaf de derde eeuw v.Chr. geleidelijk onder het gezag van het Romeinse Rijk. Na het uiteenvallen van het West-Romeinse Rijk kwam een groot deel van het schiereiland onder Visigotisch bestuur.
Vanaf de achtste eeuw stonden grote delen onder islamitisch bestuur; deze gebieden werden aangeduid als Al-Andalus. In de daaropvolgende eeuwen breidden christelijke koninkrijken hun grondgebied uit tijdens de Reconquista, die eindigde met de verovering van Granada in 1492. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw ontstond door overzeese verovering en kolonisatie het Spaanse Rijk.
De Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) eindigde met de overwinning van de nationalisten onder Francisco Franco, die Spanje tot zijn dood in 1975 als dictator bestuurde. Daarna volgde de overgang naar een parlementaire democratie. De grondwet van 1978 legde de constitutionele monarchie vast. Spanje trad in 1982 toe tot de NAVO en in 1986 tot de Europese Gemeenschappen, een voorloper van de Europese Unie.
De regionale verscheidenheid van Spanje komt onder meer tot uiting in talen en culturele tradities. Het Spaans, ook Castiliaans genoemd, is de officiële taal van de staat. Andere Spaanse talen hebben binnen verschillende autonome gemeenschappen eveneens een officiële status, overeenkomstig hun autonomiestatuten. De munteenheid is de euro.
De naam Spanje (Spaans: España) gaat terug op Hispania, de Romeinse benaming voor het Iberisch Schiereiland. De moderne Spaanse naam ontwikkelde zich uit deze Latijnse benaming. De verdere oorsprong van Hispania is omstreden. Een veelgenoemde hypothese verbindt de naam met het Fenicische i-shepan-im, uitgelegd als 'kust' of 'eiland van de konijnen'. Deze verklaring is echter niet onomstreden.
Het grondgebied van het huidige Spanje is sinds de prehistorie bewoond. In de oudheid vestigden onder meer Feniciërs en Grieken zich aan de kusten van het Iberisch Schiereiland. De Romeinse verovering, die in 218 v.Chr. begon, leidde tot een langdurige romanisering. Na het verdwijnen van het West-Romeinse gezag kwam een groot deel van het schiereiland onder Visigotisch bestuur.
Vanaf de 8e eeuw kwam een groot deel van het schiereiland onder islamitisch bestuur. In de daaropvolgende eeuwen breidden christelijke koninkrijken hun grondgebied uit; dit proces eindigde met de verovering van Granada in 1492. Het huwelijk van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon legde de basis voor een dynastieke vereniging van hun kronen. Door de verovering en kolonisatie van gebieden in Amerika en andere werelddelen groeide Spanje vervolgens uit tot een wereldmacht. In de daaropvolgende eeuwen verloor het geleidelijk zijn overheersende positie en een groot deel van zijn koloniale rijk.
In 1931 werd de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen. De Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) eindigde met de overwinning van de nationalisten onder Francisco Franco, die het land tot zijn dood in 1975 als dictator bestuurde. Daarna werd Juan Carlos koning en begon de overgang naar een parlementaire democratie. De grondwet van 1978 legde de constitutionele monarchie vast en vormde de basis voor het huidige democratische staatsbestel.



Het landschap van het Spaanse vasteland wordt gekenmerkt door de Spaanse Hoogvlakte, ook Meseta genoemd, en de omliggende gebergten. Het Castiliaans Scheidingsgebergte verdeelt de hoogvlakte in een noordelijk en een zuidelijk deel. Andere belangrijke gebergten zijn de Pyreneeën, het Cantabrisch Gebergte, het Iberisch Randgebergte en de Betische cordillera, waartoe de Sierra Nevada behoort.
De hoogste berg van het Spaanse vasteland is de Mulhacén in de Sierra Nevada, met een hoogte van 3479 meter. De hoogste top van de Pyreneeën is de Aneto, met 3404 meter. De hoogste berg van heel Spanje is de 3715 meter hoge El Teide op Tenerife. De Canarische Eilanden zijn van vulkanische oorsprong.
Tot de belangrijkste rivieren behoren de Taag, de Duero, de Guadiana, de Guadalquivir en de Ebro. De eerste vier behoren tot het stroomgebied van de Atlantische Oceaan; de Ebro mondt uit in de Middellandse Zee. De stroomgebieden hangen nauw samen met de ligging van de hoogvlakte en de omringende gebergten.
Spanje kent uiteenlopende gesteenten en landschapsvormen. Granietlandschappen komen onder meer voor in Galicië en het Castiliaans Scheidingsgebergte. In verschillende gebergten hebben zich in kalksteen karstlandschappen met grotten en andere oplossingsvormen ontwikkeld. Vulkanische landschappen zijn kenmerkend voor de Canarische Eilanden, maar komen ook op het vasteland voor, onder meer bij Olot, Cabo de Gata en Campo de Calatrava. Tektoniek, verwering en erosie hebben bijgedragen aan de vorming van het huidige reliëf.
Spanje kent grote klimaatverschillen door zijn geografische ligging, de invloed van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en het bergachtige reliëf. Het noorden en noordwesten hebben overwegend een vochtig zeeklimaat met relatief gematigde temperaturen. Een groot deel van het overige vasteland en de Balearen heeft een mediterraan klimaat, met droge zomers. In het binnenland zijn de temperatuurverschillen tussen zomer en winter groter dan aan de kust. Het zuidoosten behoort tot de droogste delen van het land. In de gebergten zijn de temperaturen lager en kunnen de neerslaghoeveelheden sterk verschillen. De Canarische Eilanden hebben een subtropisch Atlantisch klimaat.
Klimaatverandering beïnvloedt de verdeling van de klimaatzones. Een onderzoek van de Spaanse meteorologische dienst AEMET over de periode 1951–2020 constateerde een uitbreiding van de droge klimaten en een afname van de gebieden met gematigde en koude klimaten. Volgens de nationale strategie tegen verwoestijning uit 2022 ligt 74% van het Spaanse grondgebied in droge, halfdroge of droog-subhumide klimaatzones en is het daardoor vatbaar voor woestijnvorming. Naast klimaatverandering noemt de strategie onder meer intensieve landbouw en veeteelt, overexploitatie van water en bosbranden als oorzaken van landdegradatie.
Overzichten van de nationale parken en natuurparken zijn opgenomen in de Lijst van nationale parken in Spanje en de Lijst van natuurparken in Spanje.
Volgens de jaarlijkse bevolkingscensus van het Instituto Nacional de Estadística (INE) telt Spanje 49,128,297 inwoners (INE 2025). In 2024 nam de bevolking met 508.602 personen toe.
De bevolking is ongelijkmatig over het land verdeeld. Grote bevolkingsconcentraties bevinden zich langs de kusten en rond Madrid, terwijl veel gebieden in het binnenland dunbevolkt zijn. Andere stedelijke concentraties in het binnenland zijn onder meer Zaragoza en Valladolid. Op 1 januari 2025 woonde 40,9% van de bevolking in gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en 2,9% in gemeenten met hoogstens 1.000 inwoners.
De bevolking vergrijst: op 1 januari 2025 was 20,7% van de inwoners 65 jaar of ouder. Het totale vruchtbaarheidscijfer bedroeg in 2024 1,10 kinderen per vrouw. De levensverwachting bij geboorte was in dat jaar 84,01 jaar: 81,38 jaar voor mannen en 86,53 jaar voor vrouwen. De natuurlijke bevolkingsontwikkeling was negatief: onder de ingezeten bevolking overtrof het aantal sterfgevallen het aantal geboorten met 116.056.
Ondanks deze natuurlijke afname groeide de bevolking door een positief migratiesaldo: er vestigden zich meer mensen vanuit het buitenland in Spanje dan er naar het buitenland vertrokken. Op 1 januari 2025 had 14,1% van de inwoners een buitenlandse nationaliteit, terwijl 19,3% buiten Spanje was geboren. Nationaliteit en geboorteland beschrijven daarmee verschillende aspecten van de bevolkingssamenstelling. De grootste groepen inwoners met een buitenlandse nationaliteit waren Marokkanen, Colombianen en Roemenen.
Zie ook de Lijst van grote Spaanse steden. De tabel met gemeenten bevat de vijftien grootste gemeenten van Spanje naar inwonertal. Ook gemeenten die tot een grotere stedelijke agglomeratie behoren, zijn opgenomen. De inwonertallen hebben betrekking op het gehele gemeentelijke grondgebied en zijn afkomstig uit de officiële gemeentelijke bevolkingscijfers van het Instituto Nacional de Estadística (INE).
Gemeentelijke inwonertallen geven niet de volledige omvang van stedelijke gebieden weer. Het INE onderscheidt daarom functionele stedelijke gebieden (áreas urbanas funcionales, AUF). Deze omvatten een stad of stedelijke kern en omliggende gemeenten die daarmee door woon-werkverkeer verbonden zijn. De afbakening van verschillende gebieden is vanaf de editie 2025 van Indicadores Urbanos herzien; cijfers op basis van oudere gebiedsgrenzen zijn daardoor niet zonder meer vergelijkbaar.
De tabel met functionele stedelijke gebieden toont de vijftien functionele stedelijke gebieden met de hoogste gepubliceerde inwonertallen voor 2025. De benamingen volgen die van het INE en verwijzen naar het gehele functionele stedelijke gebied, niet alleen naar de genoemde gemeente.
| Gemeente | Inwoners (2025) |
Autonome gemeenschap |
|---|---|---|
| Madrid | 3.506.730 | Madrid |
| Barcelona | 1.731.649 | Catalonië |
| Valencia | 840.792 | Valencia |
| Zaragoza | 693.091 | Aragón |
| Sevilla | 689.423 | Andalusië |
| Málaga | 599.063 | Andalusië |
| Murcia | 479.405 | Murcia |
| Palma | 434.786 | Balearen |
| Las Palmas de Gran Canaria | 381.868 | Canarische Eilanden |
| Alicante | 366.221 | Valencia |
| Bilbao | 351.124 | Baskenland |
| Córdoba | 323.262 | Andalusië |
| Valladolid | 302.614 | Castilië en León |
| Vigo | 294.489 | Galicië |
| L'Hospitalet de Llobregat | 289.510 | Catalonië |
| Functioneel stedelijk gebied | Inwoners (2025) |
|---|---|
| Madrid | 7.522.911 |
| Barcelona | 5.726.988 |
| Valencia | 2.552.423 |
| Sevilla | 1.812.704 |
| Málaga | 1.371.597 |
| Murcia | 1.290.440 |
| Bilbao | 1.167.583 |
| Alicante | 1.026.986 |
| Oviedo | 971.675 |
| Las Palmas de Gran Canaria | 854.186 |
| Palma | 826.855 |
| Zaragoza | 819.536 |
| Santa Cruz de Tenerife | 789.387 |
| Granada | 603.314 |
| Vigo | 589.644 |
Spaans, ook Castiliaans genoemd, is de officiële taal van de Spaanse staat. Artikel 3 van de grondwet bepaalt dat andere Spaanse talen binnen de autonome gemeenschappen eveneens officieel zijn, overeenkomstig hun autonomiestatuten. De grondwet schrijft daarnaast respect en bescherming voor de verschillende taalvariëteiten van Spanje voor.
Naast het Spaans is het Catalaans officieel in Catalonië en op de Balearen; in de autonome gemeenschap Valencia is de wettelijke benaming van de mede-officiële taal Valenciaans. Het Baskisch is mede-officieel in Baskenland en in het wettelijk afgebakende Baskischtalige gebied van Navarra. Het Galicisch is naast het Spaans officieel in Galicië. Ook het Occitaans, in de Val d'Aran Aranees genoemd, heeft in heel Catalonië een officiële status.
Andere regionale talen, waaronder Asturisch in Asturië en Aragonees in Aragón, hebben geen mede-officiële status, maar worden wel wettelijk beschermd. De meeste traditionele regionale talen van Spanje behoren tot de Romaanse talen en zijn uit het Latijn ontstaan. Het Baskisch behoort daarentegen niet tot de Indo-Europese taalfamilie.
Op het Spaanse vasteland en de Balearen geldt de Midden-Europese Tijd (UTC+1). De Canarische Eilanden gebruiken de West-Europese Tijd (UTC+0) en lopen daardoor één uur achter. In beide gebieden wordt zomertijd toegepast: van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober wordt de klok één uur vooruitgezet. Dan gelden respectievelijk UTC+2 en UTC+1.
De basis voor het huidige tijdsverschil met Greenwich werd gelegd op 16 maart 1940, toen de officiële tijd tijdens het bewind van Franco met zestig minuten werd vervroegd. De regeling verwees naar afstemming met andere Europese landen en was als tijdelijke maatregel geformuleerd. De voorziene terugkeer naar de eerdere standaardtijd bleef echter uit, waardoor de verschuiving feitelijk blijvend werd. Op het Spaanse vasteland is het verschil tussen de officiële tijd en de plaatselijke zonnetijd groter in het westen dan in het oosten.
Het rooms-katholicisme is de grootste religieuze stroming in Spanje. Volgens het Barómetro sobre Religión y Creencias en España (BREC) van 2025 identificeerde 46% van de ondervraagden zich als katholiek. Daarnaast identificeerde 42% zich niet met een religie; deze groep bestond uit mensen die zich religieus onverschillig, agnostisch of atheïstisch noemden.
Artikel 16 van de grondwet van 1978 waarborgt de godsdienstvrijheid en bepaalt dat geen enkele geloofsgemeenschap het karakter van een staatsgodsdienst heeft. Hetzelfde artikel voorziet in samenwerking van de overheid met de katholieke kerk en andere geloofsgemeenschappen.

Onder de dictatuur van Franco had de katholieke kerk een bevoorrechte positie. Het in 1953 tussen de Spaanse regering en de Heilige Stoel gesloten concordaat was een van de pijlers van deze verhouding tussen kerk en staat.
De verklaring over godsdienstvrijheid van het Tweede Vaticaans Concilie (1962–1965) zette de bestaande verhouding onder druk. Binnen de Spaanse kerk bestonden uiteenlopende opvattingen over de erkenning van andere geloofsgemeenschappen. Op 28 juni 1967 werd een wet aangenomen die de uitoefening van het recht op godsdienstvrijheid regelde, terwijl de katholieke grondslag van de staat bleef bestaan.
Na het einde van de dictatuur werd de verhouding tussen kerk en staat verder herzien. Het op 3 januari 1979 ondertekende akkoord over juridische zaken verving verschillende bepalingen van het concordaat van 1953 en trad op 4 december 1979 in werking.
De katholieke kerk in Spanje is territoriaal ingedeeld in 69 bisdommen, waaronder aartsbisdommen. Deze zijn gegroepeerd in veertien kerkprovincies. Daarnaast bestaat een afzonderlijk militair aartsbisdom voor de geestelijke verzorging van de strijdkrachten.
Religieuze identificatie valt niet noodzakelijk samen met religieuze praktijk. Volgens BREC 2025 praktiseerde 28% van de ondervraagden die zich als katholiek identificeerden regelmatig. Het onderzoek verstond hieronder dat iemand minstens eenmaal per maand zowel een religieuze plechtigheid bijwoonde, afgezien van sociale gelegenheden zoals huwelijken en begrafenissen, als bad.
Naast het katholicisme is onder meer het protestantisme vertegenwoordigd. Volgens gegevens van het Observatorio del Pluralismo Religioso en España telde het land in 2025 4.763 protestantse en evangelische gebedshuizen.

De islam vestigde zich op het Iberisch Schiereiland na de inval van islamitische legers vanuit Noord-Afrika in 711. De door islamitische machthebbers bestuurde gebieden stonden bekend als Al-Andalus. Hun heerschappij in het huidige Spanje eindigde in 1492, toen het koninkrijk Granada tijdens de Reconquista door de katholieke koningen werd veroverd.
De verovering van Granada betekende niet meteen het einde van de aanwezigheid van moslims. In de daaropvolgende decennia werden zij in de verschillende Spaanse koninkrijken gedwongen zich tot het christendom te bekeren of te vertrekken. De bekeerlingen en hun nakomelingen werden morisken genoemd. Vanaf 1609 werden ook zij op bevel van Filips III verdreven; velen vestigden zich in Noord-Afrika.
Voor 31 december 2024 schatte het Observatorio Andalusí van de Unión de Comunidades Islámicas de España (UCIDE) de moslimbevolking op ongeveer 2,54 miljoen mensen, circa 5% van alle inwoners. De schatting omvat zowel Spaanse staatsburgers als buitenlandse inwoners en is gebaseerd op bevolkingsregistraties en gegevens van islamitische organisaties, niet op een enquête naar individuele geloofsovertuiging. Volgens hetzelfde onderzoek waren de grootste aantallen moslims gevestigd in Catalonië, Andalusië, Madrid en de regio Valencia; naar bevolkingsaandeel vielen vooral Ceuta en Melilla op.
De aanwezigheid van het jodendom op het Iberisch Schiereiland is gedocumenteerd vanaf de Romeinse tijd. De geschiedenis van deze gemeenschappen vormt de achtergrond van de Sefardische cultuur.
In 1492 vaardigden de katholieke koningen het Verdrijvingsedict uit, waardoor joden die zich niet tot het christendom bekeerden hun koninkrijken moesten verlaten. Bekeerlingen en hun nakomelingen, aangeduid als conversos, bleven aanwezig. De Spaanse Inquisitie vervolgde onder hen mensen die ervan werden verdacht in het geheim het jodendom te blijven belijden. De verdreven joden vestigden zich onder meer in Portugal, Noord-Afrika, Italië en het Ottomaanse Rijk.
De huidige Joodse gemeenschappen worden onder meer vertegenwoordigd door de Federación de Comunidades Judías de España. In 1992 werd bij wet een samenwerkingsakkoord tussen de Spaanse staat en deze federatie goedgekeurd, destijds onder de naam Federación de Comunidades Israelitas de España.

Spanje is een parlementaire monarchie, met koning Felipe VI als staatshoofd. De grondwet bepaalt de bevoegdheden van de koning en de verhouding tussen de staatsmachten.
De uitvoerende macht berust bij de regering, die bestaat uit de premier, eventuele vicepremiers en ministers. De premier wordt in het Spaans aangeduid als presidente del Gobierno en leidt het regeringsbeleid. Sinds juni 2018 is Pedro Sánchez van de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) premier van Spanje. Hij volgde Mariano Rajoy Brey van de Partido Popular (PP) op na een aangenomen motie van wantrouwen. Sánchez werd op 1 juni 2018 benoemd en legde op 2 juni de ambtseed af.
De staatsraad is het hoogste adviesorgaan van de regering. Hij adviseert over juridische en bestuurlijke vraagstukken, onder meer over de overeenstemming van voorgenomen maatregelen met de grondwet en andere wetgeving.
De wetgevende macht berust bij de Cortes Generales, het nationale parlement. Dit heeft een tweekamerstelsel en bestaat uit de Senado en het Congreso de los Diputados. Het Congres heeft 350 zetels. De Senaat bestaat uit rechtstreeks gekozen leden en leden die door de autonome gemeenschappen worden aangewezen. Het aantal aangewezen senatoren hangt mede af van de bevolkingsomvang van deze gemeenschappen, waardoor het totale aantal senatoren kan veranderen.
De rechterlijke macht bestaat uit onafhankelijke rechters en rechtbanken. Volgens de grondwet wordt rechtgesproken in naam van de koning, maar zijn rechters uitsluitend aan de wet onderworpen.

De bestuurlijke indeling van Spanje wordt gekenmerkt door een sterke decentralisatie. Het land bestaat uit zeventien autonome gemeenschappen (Spaans: comunidades autónomas) en twee autonome steden (ciudades autónomas), Ceuta en Melilla.
De grondwet onderscheidt gemeenten, provincies en autonome gemeenschappen als territoriale bestuurslagen. Spanje telt vijftig provincies. Zeven autonome gemeenschappen bestaan uit één provincie en oefenen ook de provinciale bevoegdheden uit. De gemeenten vormen de lokale bestuurslaag. Daarnaast bestaan in sommige autonome gemeenschappen comarca's en andere samenwerkingsverbanden van gemeenten; deze vormen geen uniforme bestuurslaag voor het hele land.
De bevoegdheden van de autonome gemeenschappen zijn vastgelegd in de grondwet en hun afzonderlijke autonomiestatuten. De verdeling van bevoegdheden verschilt per gemeenschap en omvat onder meer onderwijs, gezondheidszorg en, in bepaalde gevallen, politie. De officiële status van andere talen naast het Castiliaans wordt eveneens in de autonomiestatuten geregeld.
Baskenland en Navarra hebben een bijzonder fiscaal stelsel, het zogenoemde forale regime. De drie historische provincies van Baskenland en de autonome gemeenschap Navarra heffen en innen het merendeel van de belastingen zelf. Zij dragen vervolgens bij aan de financiering van staatstaken die niet aan hen zijn overgedragen.
Catalonië, Navarra en Baskenland beschikken over eigen politiekorpsen: respectievelijk de Mossos d'Esquadra, de Policía Foral en de Ertzaintza.
Een aantal partijen is landelijk actief, zelfstandig of in samenwerking met andere partijen. De onderstaande tabel geeft enkele voorbeelden.
| Partij | Afkorting |
|---|---|
| Ciudadanos | Cs |
| Izquierda Unida | IU |
| Partido Socialista Obrero Español | PSOE |
| Partido Popular | PP |
| Podemos | — |
| Vox | — |
Bij verkiezingen kunnen partijen gezamenlijk deelnemen in een coalitie. Voor de parlementsverkiezingen van juli 2023 vormden onder meer Izquierda Unida, Podemos en verschillende regionale partijen de coalitie Sumar.
Regionale partijen en samenwerkingsverbanden kunnen ook op nationaal niveau invloed uitoefenen, bijvoorbeeld wanneer hun steun nodig is voor de vorming van een regering. De onderstaande tabel vermeldt de regionale partijen en verbanden die bij de parlementsverkiezingen van juli 2023 zetels in het Congres behaalden.
| Gebied | Partij of samenwerkingsverband | Afkorting |
|---|---|---|
| Baskenland en Navarra | Euskal Herria Bildu | EH Bildu |
| Baskenland en Navarra | Eusko Alderdi Jeltzalea | EAJ-PNV |
| Canarische Eilanden | Coalición Canaria | CC |
| Catalonië | Esquerra Republicana de Catalunya | ERC |
| Catalonië | Junts per Catalunya | Junts |
| Galicië | Bloque Nacionalista Galego | BNG |
| Navarra | Unión del Pueblo Navarro | UPN |
Tijdens de Tweede Spaanse Republiek speelden onder meer Acción Republicana, de Confederación Española de Derechas Autónomas (CEDA), Izquierda Republicana, de Partido Republicano Radical en de Republikeinse Unie een rol in de landelijke politiek.
De onderstaande tabel geeft voorbeelden van recentere partijen en samenwerkingsverbanden die zijn verboden, ontbonden of uiteengevallen.
| Partij of samenwerkingsverband | Jaar | Ontwikkeling |
|---|---|---|
| Batasuna | 2003 | Door het Spaanse hooggerechtshof verboden en ontbonden. |
| Convergència i Unió (CiU) | 2015 | Het Catalaanse samenwerkingsverband viel uiteen. |
| Iniciativa per Catalunya Verds (ICV) | 2019 | Kondigde haar ontbinding aan in het kader van een insolventieprocedure. |
| Plataforma per Catalunya (PxC) | 2019 | Werd ontbonden. |
| Unión Progreso y Democracia (UPyD) | 2020 | Maakte haar ontbinding bekend. |
Spanje kent verschillende landelijk werkende vakbondsconfederaties. De onderstaande tabel geeft enkele voorbeelden.
| Organisatie | Afkorting |
|---|---|
| Comisiones Obreras | CCOO |
| Confederación General del Trabajo | CGT |
| Confederación Nacional del Trabajo | CNT |
| Unión General de Trabajadores | UGT |
| Unión Sindical Obrera | USO |
De Spaanse vakbeweging omvat organisaties met uiteenlopende historische achtergronden. CCOO ontstond uit arbeiderscommissies die tijdens de dictatuur van Franco actief waren en ontwikkelde zich tijdens de democratische overgang tot een vakbondsconfederatie. CGT is voortgekomen uit splitsingen binnen de anarchosyndicalistische vakbeweging en voert sinds 1989 haar huidige naam. USO omschrijft zichzelf als een onafhankelijke en pluralistische vakbond, die openstaat voor werknemers ongeacht hun politieke of religieuze overtuiging.
Tijdens de dictatuur werden werkgevers en werknemers ondergebracht in de Organización Sindical Española (OSE), doorgaans aangeduid als het sindicato vertical. Deze staatsorganisatie had een verplichte aansluiting en diende om de arbeidsverhoudingen onder controle van het regime te brengen.
Tijdens de overgang naar de democratie werd in 1977 het recht op vakvereniging wettelijk erkend. De vrijheid om vakbonden op te richten en zich daarbij aan te sluiten is vervolgens nader geregeld in de Ley Orgánica de Libertad Sindical van 1985.
De Spaanse economie omvat onder meer dienstverlening, industrie, bouw en landbouw. De dienstverlening vertegenwoordigt het grootste deel van de bruto toegevoegde waarde. Volgens de voorlopige nationale rekeningen bedroeg het bruto binnenlands product in 2025 ongeveer 1.690 miljard euro en groeide de economie dat jaar in reële termen met 2,6%.
Het toerisme vormt een onderdeel van de dienstverlening. Volgens de voorlopige cijfers die het INE in februari 2026 publiceerde, ontving Spanje in 2025 ongeveer 96,8 miljoen internationale toeristische aankomsten.
Het onderwijs in Spanje is gedecentraliseerd. De centrale overheid stelt het algemene wettelijke kader en de basisvoorwaarden vast, terwijl de autonome gemeenschappen verantwoordelijk zijn voor de verdere uitwerking en het bestuur van het onderwijs binnen hun grondgebied. In Ceuta en Melilla vervult het nationale onderwijsministerie deze rol. Ook onderwijsinstellingen beschikken over pedagogische en organisatorische autonomie.
De leerplicht geldt in beginsel van zes tot zestien jaar. Het verplichte onderwijs wordt kosteloos aangeboden in openbare en publiek bekostigde particuliere scholen. De gebruikelijke route bestaat uit zes jaar basisonderwijs, gevolgd door vier jaar verplicht voortgezet onderwijs, de Educación Secundaria Obligatoria (ESO). Daarnaast kunnen leerlingen vanaf vijftien jaar onder voorwaarden een basisberoepsopleiding volgen. Deze opleidingen kunnen leiden tot zowel het ESO-diploma als een beroepskwalificatie op basisniveau.
| Onderwijsfase of traject | Gebruikelijke leeftijd | Kenmerken |
|---|---|---|
| Educación infantil | Tot 6 jaar | Vrijwillig onderwijs in twee cycli: tot 3 jaar en van 3 tot 6 jaar. De tweede cyclus is kosteloos in instellingen die met publieke middelen worden bekostigd. |
| Educación primaria | 6–12 jaar | Verplicht basisonderwijs van zes schooljaren. |
| Educación Secundaria Obligatoria (ESO) | 12–16 jaar | Verplicht voortgezet onderwijs van vier schooljaren. |
| Bachillerato | Doorgaans 16–18 jaar | Tweejarig algemeen voortgezet onderwijs na de ESO, onder meer ter voorbereiding op hoger onderwijs. |
| Formación profesional (FP) | Afhankelijk van het traject | Beroepsonderwijs met onder meer basisopleidingen en opleidingen op middelbaar en hoger niveau. |
Na het behalen van het ESO-diploma kunnen leerlingen onder meer kiezen voor het bachillerato of een middelbare beroepsopleiding. Hogere beroepsopleidingen behoren, evenals universitaire opleidingen en bepaalde kunstopleidingen, tot het hoger onderwijs. Daarnaast bestaan afzonderlijke opleidingen voor onder meer talen, kunst en sport, en voorzieningen voor volwassenenonderwijs.
Naast openbare scholen bestaan particuliere scholen. Een deel daarvan ontvangt overheidsbekostiging op basis van een overeenkomst met de onderwijsautoriteiten; deze scholen worden centros concertados genoemd. Andere particuliere scholen worden uit schoolgelden en eventuele bijdragen van particuliere organisaties bekostigd.
Spanje heeft zowel openbare als particuliere universiteiten. De officiële universitaire opleidingen zijn georganiseerd in drie opeenvolgende niveaus: de bachelorfase (grado), de masterfase (máster universitario) en het doctoraat (doctorado).
De onderstaande tabel geeft enkele voorbeelden van Spaanse universiteiten. De selectie is niet uitputtend en vormt geen rangschikking naar kwaliteit.
| Universiteit | Hoofdvestiging |
|---|---|
| Universiteit van Barcelona | Barcelona |
| Universiteit van Salamanca | Salamanca |
| Complutense-universiteit van Madrid | Madrid |
| Polytechnische Universiteit van Catalonië | Barcelona |
| Universiteit van Sevilla | Sevilla |
| Universiteit van Granada | Granada |
| Autonome Universiteit van Barcelona | Bellaterra, gemeente Cerdanyola del Vallès |
| Universiteit van Córdoba | Córdoba |
| Polytechnische Universiteit van Madrid | Madrid |
| Universiteit van Zaragoza | Zaragoza |
De Spaanse literatuur omvat verschillende taaltradities. Naast literatuur in het Spaans bestaan onder meer literaire tradities in het Catalaans, Galicisch en Baskisch.
Tijdens het Siglo de Oro, de Spaanse Gouden Eeuw in de zestiende en zeventiende eeuw, ontwikkelden zich onder meer de roman, poëzie en het toneel. Tot de auteurs uit deze periode behoren Miguel de Cervantes, Lope de Vega en Pedro Calderón de la Barca. Cervantes' roman Don Quichot verscheen in twee delen, in 1605 en 1615.
Een vertegenwoordiger van de twintigste-eeuwse literatuur is Federico García Lorca, die zowel poëzie als toneel schreef. Tot zijn werken behoren de dichtbundel Romancero gitano en het toneelstuk La casa de Bernarda Alba.
In de zestiende en zeventiende eeuw werkten schilders onder meer in opdracht van kerkelijke instellingen en het koninklijke hof. Naast religieuze voorstellingen maakten zij onder andere portretten en stillevens. Deze verschillende opdrachtgevers en genres vormen een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de Spaanse schilderkunst.
| Periode | Schilders |
|---|---|
| Zestiende en zeventiende eeuw | El Greco, José de Ribera, Francisco de Zurbarán, Diego Velázquez, Alonso Cano, Juan Carreño de Miranda en Bartolomé Murillo. |
| Achttiende en vroege negentiende eeuw | Francisco Goya. |
| Twintigste eeuw | Pablo Picasso, Juan Gris, Joan Miró en Salvador Dalí, die vertegenwoordigd zijn in de collecties van het Museo Reina Sofía. |
In Madrid bevinden zich onder meer het Museo Nacional del Prado, met een omvangrijke verzameling oudere Spaanse schilderkunst, en het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía, met moderne en hedendaagse kunst.
Een kenmerkend onderdeel van de Spaanse barokke beeldhouwkunst zijn beschilderde houten beelden van religieuze figuren. Door de combinatie van beeldhouwwerk, kleur en soms aanvullende materialen werden levensechte en expressieve voorstellingen gemaakt. Voorbeelden zijn de liggende Christusfiguren van Gregorio Fernández en de Boetvaardige Magdalena van Pedro de Mena.
Alonso Cano beoefende naast schilderkunst ook beeldhouwkunst en architectuur. Andere beeldhouwers uit de barok zijn Juan de Mesa en Luisa Roldán, ook bekend als la Roldana. Roldán vervaardigde onder meer religieuze beeldengroepen en werkte als hofbeeldhouwer.
De Koninklijke Catalaanse Academie voor Schone Kunsten van Sint-Joris bevordert onderzoek naar de beeldende kunsten en beheert verzamelingen van onder meer schilderijen, sculpturen, tekeningen en prenten, evenals een bibliotheek en archief.
Het bouwkundige erfgoed van Spanje omvat gebouwen uit verschillende perioden en bouwtradities. Voorbeelden zijn het Alhambra, het Escorial en het hoofdgebouw van het Museo Nacional del Prado.
| Gebouw of complex | Plaats | Architectuurhistorische context |
|---|---|---|
| Alhambra | Granada | Paleis- en vestingcomplex uit het islamitische koninkrijk Granada, met latere toevoegingen uit de renaissance. |
| Escorial | San Lorenzo de El Escorial | Zestiende-eeuws klooster- en paleiscomplex, gebouwd in opdracht van Filips II. De sobere architectuur had grote invloed op de Spaanse bouwkunst. |
| Hoofdgebouw van het Museo Nacional del Prado | Madrid | In 1785 ontworpen door Juan de Villanueva als gebouw voor natuurwetenschappelijke instellingen. Het werd in 1819 als kunstmuseum geopend. |

Juan Caramuel de Lobkowitz schreef de architectuurverhandeling Architectura civil recta y obliqua, die in 1678–1679 verscheen. Daarin behandelde hij onder meer de geschiedenis van de architectuur als onderdeel van de opleiding van de architect.
Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw kwam in Catalonië het modernisme tot bloei. Bij deze beweging waren architectuur, beeldhouwkunst, keramiek, meubelontwerp en andere decoratieve kunsten nauw met elkaar verbonden. Antoni Gaudí paste deze samenhang toe in onder meer Casa Milà. Een andere vertegenwoordiger was Lluís Domènech i Montaner, wiens gebouwen eveneens architectuur combineren met onder meer glas-in-lood, steenbewerking en interieurontwerp.
Een latere architect en ingenieur is Santiago Calatrava, die zowel gebouwen als bruggen ontwierp. Tot zijn werken in Spanje behoort de Alamillobrug in Sevilla.
De toegepaste kunsten en vormgeving omvatten onder meer keramiek, meubel- en interieurontwerp, mode en schoenontwerp. De onderstaande selectie omvat ook in Spanje geboren ontwerpers die een loopbaan in het buitenland opbouwden.
| Werkterrein | Ontwerper | Voorbeelden van werk |
|---|---|---|
| Keramiek | Daniel Zuloaga | Decoratieve keramiek, waaronder vazen. |
| Meubel- en interieurontwerp | Patricia Urquiola | Meubels, interieurs en architectonische opdrachten. |
| Automobielontwerp | Alejandro Mesonero-Romanos | Werkzaam voor onder meer SEAT/Cupra en Alfa Romeo. |
| Mode | Cristóbal Balenciaga | Haute couture en kledingontwerp. |
| Mode | Paco Rabanne | Kleding waarin onder meer kunststof en metaal zijn verwerkt. |
| Schoenontwerp | Manolo Blahnik | Schoenen waarvan het ontwerp mede is geïnspireerd op kunst en architectuur. |
De siësta is een rust- of slaapperiode na de middagmaaltijd. De gewoonte wordt geassocieerd met het Spaanse dagritme, maar moet worden onderscheiden van een lange lunchpauze of een middagsluiting van winkels. Zulke onderbrekingen betekenen niet noodzakelijk dat werknemers daadwerkelijk slapen. Of mensen een middagslaap houden, verschilt onder meer naar beroep, leeftijd en dagritme. In het moderne stedelijke werkleven is daarvoor niet altijd gelegenheid.
De Spaanse keuken kent uiteenlopende regionale tradities. De gebruikte producten en bereidingswijzen verschillen tussen onder meer de kustgebieden en het binnenland. Tot de producten behoren olijfolie, groenten, peulvruchten, rijst, vis, schaal- en schelpdieren, vleeswaren en kazen. Voorbeelden van vleeswaren zijn chorizo, serranoham en jamón ibérico.
De aanduiding pata negra is bij de etikettering gereserveerd voor de categorie de bellota 100% ibérico en is dus geen algemene benaming voor alle Iberische ham.
| Gerecht | Omschrijving |
|---|---|
| Paella | Rijstgerecht uit de regio Valencia, waarvan verschillende varianten bestaan. |
| Spaanse tortilla | Omelet van aardappelen en eieren, met of zonder ui. |
| Gazpacho | De Andalusische variant is een koude soep met onder meer tomaat, paprika en knoflook. |
| Cocido | Stoofgerecht met regionale varianten. De Madrileense variant bevat onder meer kikkererwten, groenten en vlees. |
| Fideuà | Specialiteit van Gandia, bereid met pasta in plaats van de rijst die voor paella wordt gebruikt. |
| Churros | Gefrituurde deegwaren, vaak bestrooid met suiker en gegeten bij het ontbijt of als tussendoortje. |
| Calamares a la romana | In beslag gedoopte en vervolgens gefrituurde inktvisringen. |
Een andere eetgewoonte is het bestellen van tapas: kleine porties eten die bij een drankje worden geserveerd of afzonderlijk worden besteld. Zij kunnen uiteenlopen van olijven en vleeswaren tot warme gerechten. Verschillende tapas kunnen samen een maaltijd vormen. In het Baskenland bestaat de verwante traditie van pintxos, kleine hapjes of gerechtjes die onder meer tijdens een bezoek aan verschillende bars worden gegeten.
Tot de wijnen behoren de mousserende cava en sherry uit de streek rond Jerez de la Frontera. Andere dranken zijn sangria, een mengdrank van wijn en fruit, en clara, bier gemengd met limonade. De alcoholvrije drank horchata wordt in de Valenciaanse traditie gemaakt van aardamandelen, water en suiker.
Het stierenvechten is een omstreden onderdeel van de Spaanse cultuur. Bij de traditionele corrida wordt een stier door stierenvechters bestreden en doorgaans aan het einde gedood. Voorstanders beschouwen de praktijk als een culturele traditie en artistieke uitvoering; tegenstanders bekritiseren het dierenleed en de publieke financiering ervan. Deze tegenstelling bestaat ook binnen Spanje.
Tot de historische stierenarena's behoort die van Béjar, waarvan de huidige stenen aanleg volgens de regionale erfgoedbeschrijving uit 1711–1714 dateert. De arena van Ronda werd in 1785 geopend. Ook Campofrío heeft een historische stierenarena, die als monument is opgenomen in het Andalusische erfgoedregister.
Op 6 april 2004 sprak de gemeenteraad van Barcelona zich in een institutionele verklaring uit tegen stierengevechten. Deze verklaring was niet juridisch bindend en vormde geen verbod op het houden van corridas. Ook na deze verklaring werden in Barcelona nog stierengevechten gehouden. Op 25 september 2011 vond in de arena La Monumental de laatste corrida vóór de inwerkingtreding van het Catalaanse verbod plaats.
Het Catalaanse parlement stelde in 2010 bij wet een verbod op corridas in, dat op 1 januari 2012 in werking trad. Bepaalde traditionele feesten met stieren zonder doding, de correbous, bleven van het verbod uitgezonderd. Op 20 oktober 2016 verklaarde het Spaanse constitutionele hof, het Tribunal Constitucional, de verbodsbepaling ongrondwettig en nietig. Volgens het hof doorkruiste de Catalaanse wet de bevoegdheid van de staat om het stierenvechten als gemeenschappelijk cultureel erfgoed te beschermen.

Spanje kent uiteenlopende religieuze, regionale en plaatselijke feesttradities. Voorbeelden zijn de Semana Santa met haar processies, Las Fallas in Valencia met de verbranding van grote beeldengroepen, de San Fermínfeesten in Pamplona en het carnaval in onder meer Cádiz en Santa Cruz de Tenerife. Sommige feesttradities hebben internationale erkenning gekregen: Las Fallas werden in 2016 opgenomen op de Representatieve Lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de Mensheid van UNESCO.
De wettelijke arbeidsvrije feestdagen worden afzonderlijk vastgesteld in een jaarlijkse kalender met landelijke, regionale en lokale feestdagen. Tot de landelijke feestdagen behoren onder meer de Dag van de Arbeid op 1 mei en de Fiesta Nacional de España op 12 oktober. Autonome gemeenschappen en gemeenten vullen de kalender binnen het wettelijke kader aan met eigen feestdagen.
Spanje heeft landelijke, regionale en gespecialiseerde nieuwsmedia. Tot de dagbladen behoren onder meer El País, El Mundo, ABC en La Razón, die in Madrid worden uitgegeven. In Barcelona verschijnen onder andere La Vanguardia en El Periódico. Daarnaast bestaan gespecialiseerde sportdagbladen, zoals Marca, AS, Mundo Deportivo en Sport.
Naast de digitale edities van bestaande kranten zijn er nieuwsmedia die op internet zijn ontstaan, waaronder ElDiario.es, El Confidencial en El Español. Een deel van de kranten en omroepen is ondergebracht in mediaconcerns die op meerdere mediamarkten actief zijn.
De landelijke publieke radio en televisie worden verzorgd door Radiotelevisión Española (RTVE). Tot deze organisatie behoren Televisión Española (TVE) en Radio Nacional de España (RNE), naast digitale diensten.
Commerciële televisie wordt onder meer aangeboden door Atresmedia, met de zenders Antena 3 en LaSexta, en Mediaset España, met Telecinco en Cuatro. Daarnaast zijn er regionale publieke radio- en televisiediensten, met onder meer EITB in Baskenland en Telemadrid in Madrid. In Catalonië beheert 3Cat onder meer de televisiezender TV3 en Catalunya Ràdio.
Op radiogebied zijn naast RNE onder meer Cadena SER, Cadena COPE en Onda Cero actief.
De persvrijheid heeft haar grondwettelijke basis onder meer in artikel 20 van de Spaanse grondwet. Dit artikel beschermt de vrijheid van meningsuiting en het recht om informatie te verspreiden en te ontvangen, en verbiedt censuur vooraf.
Barcelona organiseerde in 1992 de Olympische Zomerspelen.
De hoogste Spaanse voetbalcompetitie voor mannen is de Primera División. Tot de Spaanse profclubs behoren onder meer Real Madrid CF, FC Barcelona, Valencia CF, Sevilla FC, Atlético Madrid en Villarreal CF. De nationale voetbal- en basketbalteams behaalden verschillende wereld- en Europese titels.
| Nationale ploeg | Kampioenschap | Gewonnen edities |
|---|---|---|
| Voetbal, mannen | Wereldkampioenschap | 2010 en 2026. |
| Voetbal, mannen | Europees kampioenschap | 1964, 2008, 2012 en 2024. |
| Voetbal, vrouwen | Wereldkampioenschap | 2023. |
| Basketbal, mannen | Wereldkampioenschap | 2006 en 2019. |
| Basketbal, mannen | Europees kampioenschap | 2009, 2011, 2015 en 2022. |

Op clubniveau behaalde Real Madrid Baloncesto in 2023 zijn elfde titel in de hoogste Europese basketbalcompetitie, de EuroLeague en haar voorgangers. Voor het nationale basketbalteam kwamen onder meer Pau Gasol, Marc Gasol, Serge Ibaka, Rudy Fernández en Ricky Rubio uit.
De jaarlijkse Ronde van Spanje behoort samen met de Tour de France en de Giro d'Italia tot de drie Grote Rondes van het wielrennen. Miguel Indurain won de Tour de France vijfmaal achtereen, van 1991 tot en met 1995. Het officiële palmares van Alberto Contador omvat twee overwinningen in de Tour de France, twee in de Giro d'Italia en drie in de Ronde van Spanje.
In het tennis behaalde Rafael Nadal 22 grandslamtitels in het enkelspel. Hij beëindigde zijn professionele loopbaan in 2024.
Spanje heeft in de MotoGP wereldkampioenen voortgebracht als Marc Márquez en Jorge Lorenzo. Lorenzo beëindigde zijn loopbaan in het wereldkampioenschap in 2019. Fernando Alonso werd in 2005 en 2006 wereldkampioen in de Formule 1.
Een regionale sporttraditie is pelota, dat sterk verbonden is met de Baskische cultuur. De verschillende spelvormen worden onder meer onderscheiden naar de speelbaan en de manier waarop de bal wordt gespeeld: met de blote hand, een houten slagwerktuig of een gevlochten mandje.
Het werelderfgoed in Spanje omvat vijftig inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO: 44 culturele, vier natuurlijke en twee gemengde inschrijvingen, waarin zowel culturele als natuurlijke waarden worden erkend (stand oktober 2026).
De inschrijvingen omvatten onder meer historische stadscentra, archeologische vindplaatsen, afzonderlijke bouwwerken, cultuurlandschappen en natuurgebieden. Voorbeelden zijn het historische centrum van Toledo en het nationaal park El Teide. Eén inschrijving kan verschillende gebouwen of locaties omvatten; het aantal inschrijvingen is daarom niet gelijk aan het aantal afzonderlijke monumenten.