| Lophotrochozoa Fossiel voorkomen: Cambrium – heden | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Diversiteit van de Lophotrochozoa | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Superstam | ||||||||
| Lophotrochozoa Halanych, 1995 | ||||||||
| ||||||||
Lophotrochozoa, in brede zin vaak synoniem gebruikt met Spiralia, is een omvangrijke clade binnen het dierenrijk. Het zijn tweezijdig symmetrische dieren waarvan diverse vertegenwoordigers een tentakelkrans (lofofoor) hebben rond de mond. De groep wordt tot de Protostomia gerekend: ze kenmerken zich door een embryonale ontwikkeling waarin zogenaamde spiraalklievingen optreden. De Lophotrochozoa is een zustergroep van de Ecdysozoa, protostome dieren die vervelling vertonen.
De twee grootste en bekendste fyla die tot de Lophotrochozoa behoren zijn weekdieren (Mollusca) en ringwormen (Annelida). Dat deze twee fyla verwant zijn blijkt onder meer uit de trochophora, een larvestadium dat zowel bij wormen als bij sommige slakken voorkomt. Onder de Lophotrochozoa vallen ook vier minder bekende fyla, zoals de snoerwormen (Nemertea), armpotigen (Brachiopoda), hoefijzerwormen (Phoronida) en mosdiertjes (Bryozoa). Dit zijn voornamelijk kleine, eenvoudig gebouwde dieren met een zacht of weekhuidig lichaam.
De Lophotrochozoa werd voorgesteld in 1995 door de Amerikaanse zoöloog Kenneth M. Halanych. Het was een strikt cladistische definitie en overlapte grotendeels met het oudere taxon Spiralia. Beide namen worden in veel wetenschappelijke publicaties gebruikt voor de groep Protostomia die de zustergroep vormt van de Ecdysozoa. De naam Lophotrochozoa is in overzichtsliteratuur gebruikelijker. Welke fyla tot deze grote groep worden gerekend, is met de tijd veranderd en verschilt per auteur.
De Lophotrochozoa vormen een uiterlijk diverse groep dieren, met grote verschillen in lichaamsbouw, grootte en levenswijze. Veel bekende weekhuidige ongewervelden, waaronder inktvissen, slakken, tweekleppigen, ringwormen en platwormen, worden tot deze clade gerekend. Er is geen duidelijk gedefinieerd kenmerk dat alle Lophotrochozoa verbindt. De meeste vertegenwoordigers vertonen spiraalklievingen in hun vroege embryonale ontwikkeling, maar dit komt zeker niet bij alle soorten voor.
De naam 'Lophotrochozoa' is een samentrekking van twee zichtbare eigenschappen die bij sommige groepen duidelijk voorkomen: de lofofoor en de trochofoor. Een lofofoor is een hoefijzer- of cirkelvormige krans van minuscule tentakels rond de mond, waarmee onder meer volgroeide armpotigen en mosdiertjes voedsel uit het water filteren. Andere groepen, zoals borstelwormen en enkele weekdieren, hebben een larvestadium dat trochofoor (trochophora) wordt genoemd. Geen enkele bekende diersoort bezit beide kenmerken tegelijkertijd.

De Lophotrochozoa in brede zin (sensu lato) omvat ongeveer zestien fyla. Dit is meer dan de helft van alle fyla binnen de Bilateria. De soortenrijkdom is zeer ongelijk verdeeld: weekdieren, platwormen en ringwormen omvatten tienduizenden soorten, maar er zijn ook fyla bekend met slechts enkele beschreven soorten. Een overzicht van de diversiteit is hieronder weergegeven:
| Fylum | Nederlandse naam | Beschreven soorten |
|---|---|---|
| Mollusca | Weekdieren | ~80.000 |
| Platyhelminthes | Platwormen | ~26.500 |
| Annelida | Ringwormen | ~20.000 |
| Bryozoa | Mosdiertjes | ~6.000 |
| Rotifera | Raderdieren | ~3.250 |
| Nemertea | Snoerwormen | ~1.300 |
| Gastrotricha | Buikharigen | ~800 |
| Brachiopoda | Armpotigen | ~400 |
| Entoprocta | Kelkwormen | ~200 |
| Chaetognatha | Pijlwormen | ~130 |
| Gnathostomulida | Tandmondwormen | ~100 |
| Dicyemida | Dicyemiden | ~70 |
| Orthonectida | Orthonectiden | ~21 |
| Phoronida | Hoefijzerwormen | ~11 |
| Micrognathozoa | Micrognathozoën | 3 |
| Cycliophora | Kransdiertjes | 2 |
De Lophotrochozoa vormt een van de drie hoofdclades binnen de Bilateria, naast de Ecdysozoa en de Deuterostomia. Fylogenomische studies hebben enkele hoofdlijnen binnen de Lophotrochozoa kunnen vaststellen. Zo vormen de microscopische Gnathifera en pijlwormen waarschijnlijk de zustergroep van de overige Lophotrochozoa (die samen ook wel Platytrochozoa worden genoemd). De onderlinge posities binnen deze subclade zijn echter sterk wisselend. Onderstaande cladogram geeft de beter ondersteunde relaties vereenvoudigd weer. Onzekerheden zijn polytoom gehouden.