Het geslacht dankt zijn naam aan de bloemstengel met spiraalvormig geplaatste bloemen.
Naamgeving en etymologie
De botanische naamSpiranthes is een samenstelling van Oudgrieks σπεῖρα, speira (spiraal) en ἄνθος, anthos (bloem).
Kenmerken
Schroeforchissen zijn meestal kleine, slanke planten, tot 35 cm hoog. Het zijn terrestrische, overblijvende planten (geofyten), die overwinteren met samengestelde peenvormige wortelknollen. De bladeren vormen meestal een rozet onderaan de bloemstengel. Ze zijn variabel van vorm, van breed ovaal tot lijn-lancetvormig. Soms verschijnen ze pas na de bloei. Hogerop zitten de bladeren als een schede om de stengel.
De bloemstengel staat rechtop, de buisvormige bloemen staan in spiraalvormige aar en zijn voorzien van schutbladen. De bloemen zijn wit, geel of lichtroze.
Habitat
Schroeforchissen hebben geen specifiek voorkeursbiotoop. Ze komen zowel voor op graslanden als in bossen, zowel op zure als kalkrijke bodem. De meeste soorten gedijen goed bij wat verstoring in hun milieu.
Ouvrage collectif sous l'Egide de la Société Français d'Orchidophilie, 1998.: Les Orchidées de France, Belgique et Luxembourg, Collection Parthenope, ISBN 2-9510379-1-0