| Spliethoff's Bevrachtingskantoor BV | ||||
|---|---|---|---|---|
ms Genca tijdens de proefvaart in 1961 | ||||
| Locatie | ||||
| Hoofdkantoor | Amsterdam | |||
| Industrie en producten | ||||
| Producten/ |
rederij | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Oprichting | 1921 | |||
| Bedrijfsstructuur | ||||
| Rechtsvorm | kapitaalvennootschap, besloten vennootschap | |||
| Sleutelfiguren | Huib van de Grijspaarde (CEO) | |||
| Links | ||||
| Website | spliethoff.com | |||
| Foto's | ||||
Vlag van Spliethoff | ||||
| ||||
Spliethoff is een Nederlandse rederij met het hoofdkantoor in Amsterdam. Het bedrijf werd in 1921 opgericht als bevrachtingskantoor voor hout uit de Oostzee en werd na de Tweede Wereldoorlog een rederij. De schepen zijn sinds 1946 genoemd naar Amsterdamse grachten. Spliethoff's Bevrachtingskantoor is de oudste onderneming van de Spliethoff Group, waartoe ook BigLift Shipping, Transfennica, Wijnne Barends, Sevenstar Yacht Transport, Bore en ForestWave behoren. De groep exploiteerde in 2026 ongeveer 145 schepen.
Spliethoff's Bevrachtingskantoor werd op 11 januari 1921 in Amsterdam opgericht door Johan Fredrik Spliethoff. Hij werkte al sinds 1898 in de Amsterdamse scheepvaart, onder meer in de bevrachting van hout uit de Oostzee en de Witte Zee, en was vanaf 1913 vennoot in de cargadoorsfirma Spliethoff, Haas & Co. Het bevrachtingskantoor, een naamloze vennootschap, trad op als cargadoor voor houtschepen uit de Oostzee en was in 1923 gevestigd aan de Keizersgracht 311.
Tijdens de Duitse bezetting besloten de aandeelhouders op 29 november 1941 de naamloze vennootschap te ontbinden. Het kantoor werd voortgezet als eenmanszaak van J. Spliethoff, met een filiaal in Zaandam. Secretaresse R. Cohen, die sinds 1920 bij het kantoor werkte, moest in de oorlog op last van de bezetter haar werk neerleggen; volgens Het Parool hield haar werkgever contact met haar en keerde zij na de bevrijding terug.
Het eerste schip dat Spliethoff na de oorlog in beheer kreeg, was een kustvaarder die tijdens de oorlog bij de werf Van Diepen in Waterhuizen was gebouwd. De Duitsers namen het casco in beslag en lieten het in 1943 als Ursula Heinemeier varen voor een rederij in Lübeck. Het schip werd in september 1945 in Kiel teruggevonden en kwam in oktober 1945 als Ansyma in de vaart, in beheer bij Johan Frederik en Herman Spliethoff; in 1946 werd het herdoopt tot Heerengracht. Onder leiding van Herman Spliethoff, de zoon van de oprichter, werd het bevrachtingskantoor zo een rederij.
In juni 1946 werd het eerste nieuw gebouwde schip opgeleverd, de Keizersgracht, vernoemd naar de gracht waaraan het kantoor lag. Volgens het Groninger Dagblad was het de eerste kustvaarder die na de bevrijding in Nederland werd afgebouwd, en was het schip "practisch geheel uit ondergedoken materiaal" gebouwd: de ijzeren platen waren tijdens de bezetting in een schuilkelder verwerkt en ook de motor was ondergedoken geweest. Met dit schip opende de Suomi-Lijn van Spliethoff volgens het Algemeen Dagblad als eerste Nederlandse rederij een geregelde lijndienst van Rotterdam op Zuid-Finland. Sindsdien dragen de schepen namen van Amsterdamse grachten, die het handelsmerk van het bedrijf werden.
Schepen voor de Finland-vaart werden versterkt voor ijs. Volgens een mededeling van de rederij liep de ijsversterkte Admiralengracht in februari 1953 zonder hulp van een ijsbreker de haven van Helsinki binnen, die door kruiend ijs twee weken onbereikbaar was geweest. De vloot groeide van acht schepen in 1952 tot twintig in 1963, die toen vooral op Finland voeren. In 1958 verhuisde het kantoor naar de Danzigerkade in de Amsterdamse Houthaven.
In 1973 boycotte de Finse zeeliedenbond schepen van Spliethoff die onder de Antilliaanse vlag voeren, met afwijkende arbeidsvoorwaarden; na bemiddeling van de Nederlandse vakbond FWZ gingen tien schepen terug onder de Nederlandse vlag. In 1975 bestelde Spliethoff voor het eerst een serie van zes schepen bij de Japanse werf Miho, en in 1976 nog eens zes. Volgens het bedrijf werden bij die werf uiteindelijk meer dan veertig schepen gebouwd, en voer Spliethoff vanaf die tijd wereldwijd. Voor ieder schip werd een aparte commanditaire vennootschap opgericht, waarin beleggers en medewerkers mede-eigenaar konden worden. In 1986 was Spliethoff met 33 schepen de op een na grootste rederij van Nederland, na Nedlloyd; het bedrijf was geen lid van de Koninklijke Nederlandse Redersvereniging. Herman Spliethoff was toen officieel nog president-directeur; hij overleed in 1987.
In 1993 opende Spliethoff een nieuw hoofdkantoor aan de Suezhaven in Amsterdam. De vloot telde toen vijftig schepen onder Nederlandse vlag, met ongeveer duizend opvarenden; president-directeur was Gerard Bos. Vanaf 1994 breidde het bedrijf zich uit met overnames:
Op 11 januari 2021 bestond Spliethoff honderd jaar. Het was volgens de onderneming toen nog steeds een familiebedrijf, maar de familie was niet meer betrokken bij de dagelijkse leiding. In 2025 was Huib van de Grijspaarde, een achterkleinzoon van de oprichter, CEO van de Spliethoff Group.
Spliethoff zelf exploiteert meer dan vijftig multipurposeschepen met eigen kranen en tussendekken, van 12.000 tot 23.000 ton draagvermogen, die alle onder de Nederlandse vlag varen. De overige onderdelen van de groep richten zich op zwaar transport (BigLift Shipping), jachttransport (Sevenstar en DYT), roroverbindingen tussen Finland en het Europese vasteland (Transfennica), het verhuren van roroschepen (Bore) en kustvaart en zee-riviervaart (Wijnne Barends en ForestWave).
In december 2025 sloot het ministerie van Defensie contracten met de groep over de inzet van de conroschepen Trica en Plyca voor militair transport. In 2026 bracht de Plantijngracht in opdracht van het Amerikaanse Military Sealift Command lading naar het McMurdo Station op Antarctica.