| Spoorbloem | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Centranthus ruber (L.) DC. (1805) | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Spoorbloem of rode spoorbloem (Centranthus ruber), vroeger ook rode valeriaan genoemd, is een plantensoort uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
Spoorbloem is een kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 30–80 cm. De stengel is evenals de bladeren blauwgroen berijpt. De plant bloeit van mei tot juli. De bloemen staan in tuilen en hebben een kleine spoor aan de onderzijde. De bloemkroon is rood, maar soms komen ook planten voor met een witte.
Spoorbloem is een xerothermofiele soort die voorkomt op kalkrijke substraten. Ze wordt vooral aangetroffen in stenige milieus. Vooral de niet-gecultiveerde planten trekken veel vlinders aan, zoals de kolibrievlinder.
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van spoorbloem strekt zich uit over Zuid-Europa. In Nederland komt ze verwilderd voor. In België komt de soort bijna uitsluitend in de Condroz en de Famenne voor.
Zowel de bladeren als de wortels zijn eetbaar. De bladeren kunnen als salade, maar ook kort gekookt gegeten worden. De wortels kunnen in soep gebruikt worden.