Sportiviteit

Sportiviteit is een begrip dat ongeveer overeenkomt met het ethos van de sport. Het omvat het gedrag dat van een goed sportman of -vrouw wordt verwacht wanneer hij of zij de sport uitoefent. Sportiviteit is het naleven van de geschreven en de ongeschreven regels die bij een sport horen.

Een andere betekenis van de uitdrukking is het beoefenen van een of meerdere sporten. Wanneer iemand dus beweert dat Alex sportief is, kan hij zowel bedoelen dat Alex veel aan sport doet, als dat Alex zich gedraagt zoals dat van een sportman verwacht kan worden.

Het tegengestelde van sportief is onsportief. Voorbeelden van onsportief gedrag zijn legio, zoals het niet tegen het verlies kunnen of na een overwinning extra zout in de wonde wrijven door de tegenstander belachelijk te maken.

Sancties

Wie zich niet sportief gedraagt zal hier vaak gevolgen van ondervinden. Meestal zullen de scheidsrechter, de trainer, de coach of eventueel teamgenoten de sporter op diens onsportieve gedrag aanspreken. De spelregels voorzien vaak in sancties.

Het zal voor de tegenstander vaak aanleiding zijn zich eveneens onsportief te gedragen waardoor het plezier in de sport afneemt. Het kan escaleren tot verbale of zelfs fysieke conflicten met de tegenstander(s), waarbij soms zelfs een team- of clubvete kan ontstaan. Ook kunnen de team- of clubgenoten het (herhaalde) gedrag zo stuitend vinden, dat de sporter op de club in een sociaal isolement terechtkomt.

In de zwaardere gevallen kan een club of bond optreden. Een boete, schorsing of verwijdering zijn de middelen in hun arsenaal. In de meest extreme gevallen, bijvoorbeeld bij dopinggebruik of fraude, kan aangifte worden gedaan bij justitie waarop een strafvervolging kan volgen.

Wanneer de onsportiviteit schade heeft veroorzaakt (bijvoorbeeld lichamelijk letsel door het opzettelijk niet naleven van veiligheidsvoorschriften) kan de dader in een civielrechtelijke procedure voor de schade worden aangesproken. Hierbij geldt wel het leerstuk van risicoaanvaarding: wie deelneemt aan een sport accepteert een verhoogd risico en kan daarom minder snel iemand aanspreken dan buiten het sportveld. Dit heeft met name betrekking op de eigen schade. De Hoge Raad aanvaardt geen zelfstandige rechtsfiguur van risicoaanvaarding als rechtvaardigingsgrond die de aansprakelijkheid uitsluit. De vraag of er sprake is van vermindering van aansprakelijkheid gaat immers geheel op in de vraag enerzijds of een gedraging als onrechtmatig kan worden aangemerkt, en anderzijds in de vraag of er sprake is van vermindering of wegvallen van aansprakelijkheid op grond van art. 6:101 BW (Natraparrest). In het geval dat een sporter bewust aan een sportieve gedraging deelneemt is daar de bekendheid met het gevaar en staat dit er niet aan in de weg dat er sprake kan zijn van een vergoeding (arrest Manege Nieuw Amstelland).

Invulling

De precieze invulling van sportiviteit verschilt zowel geografisch als per sport. Algemeen gelden de volgende normen. In veel gevallen worden de normen expliciet in de spelregels opgenomen, in andere gevallen zijn ze ongeschreven. Sportiviteit is:

Sportiviteit buiten het veld

Ook buiten het sportveld gelden sportiviteitsnormen, zoals:

Spelbederf

Met spelbederf duidt men vaak gedrag uit dat weliswaar niet direct een spelregel van de sport schendt of als valsspelen kan worden gezien, maar wat wel de vaart uit het spel haalt en als onsportief wordt gezien. De spelregels voorzien in veel gevallen hierin of zijn mettertijd aangepast. Voorbeelden zijn:

Specifieke opmerkelijke voorbeelden per sport

Iedere sport is uiteraard anders, en heeft daarom ook eigen sportiviteitsnormen. Soms zijn zij in de spelregels vastgelegd en soms zijn ze ongeschreven. Hieronder volgt een aantal voorbeelden per sport die uit dit speciale karakter voortvloeit.