| Stadsduif | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Columba livia | ||||||||||||
| ||||||||||||
De stadsduif is een verwilderde huisduif. De huisduif is zelf weer een gedomesticeerde afstammeling van de rotsduif. Het duivenras wordt soms aangeduid met de Latijnse soortnaam Columba livia domestica, maar dit is geen internationaal erkende ondersoort.
De stadsduif is, net als de soepeend, de soepgans, de huismuis en de bruine rat, een cultuurvolger met een kosmopolitische verspreiding.
Stadsduiven foerageren en broeden wereldwijd in een stedelijke omgeving. In steden is veel voedsel te vinden en er zijn ruim voldoende rotsige broed- en schuilplaatsen. De uitwerpselen van stadsduiven kunnen zorgen voor overlast, schade aan gebouwen en onhygiënische situaties die een gezondheidsrisico voor mensen kunnen opleveren. Om de overlast tegen te gaan, worden in Vlaanderen sinds 2005 duiventillen gebruikt waarin eieren worden vervangen door kunsteieren. Zo hoopt men de stadsduivenpopulatie binnen de perken te kunnen houden. Ook in verscheidene Nederlandse steden wordt vermeerdering tegengegaan, onder meer door een voederverbod in te stellen. Dit geldt zelden specifiek voor duiven, meestal geldt het voor alle vogels, en soms voor alle dieren. Het geldt soms voor de gehele gemeente, en soms voor bepaalde delen; indien van toepassing staat dit vaak in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), maar soms in een Verordening voor de fysieke leefomgeving.
Volgens het Nederlands Soortenregister is de correcte aanduiding Columba livia, en is de stadsduif, soms aangeduid als "Columba livia domestica" of "C. l. urbana", dus geen ondersoort van de gedomesticeerde huisduif. Het soortenregister maakt onderscheid tussen stadsduiven en gedomesticeerde duiven zoals sportduiven, maar de definitie voor het onderscheid ontbreekt. Volgens het soortenregister zijn gedomesticeerde duiven onderhevig aan door mensen gestuurde selectie, terwijl stadsduiven natuurlijke selectie ondergaan. Stadsduiven kunnen in steden hoge populatiedichtheden bereiken, broeden het gehele jaar door en kiezen zelf hun partner. De menselijk gestuurde selectie uit hun voorgeschiedenis is volgens het soortenregister bij stadsduiven deels ongedaan gemaakt: nieuw verwilderde huisduiven vermengen zich op hun beurt namelijk weer met stadsduiven en planten zich samen voort.
Naast liefhebbers van stadsduiven zijn er ook mensen en instanties die ze als plaagdieren zien die overlast veroorzaken en ze de bijnaam gevleugelde rat of vliegende rat geven. In veel Nederlandse gemeenten geldt een voederverbod. De provincie Groningen bereidt Maatwerkvoorschriften voor duivenbestrijding met het luchtdrukgeweer binnen de gehele provincie Groningen voor.