Staatloosheid

Een persoon is staatloos of stateloos als die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. Anno 2025 waren er volgens de Verenigde Naties (VN) 4,5 miljoen staatlozen geregistreerd, maar omdat de meeste landen deze mensen niet registreren, moet het werkelijke aantal veel hoger zijn. Eerder, in 2023, schatte de VN dat er minstens 10 miljoen mensen staatloos waren.

De meeste staatlozen leven in hun geboorteland. Hun situaties verschillen sterk per land en per individu, maar vaak kunnen ze geen beroep doen op basale diensten en mensenrechten, zoals scholing, werk, gezondheidszorg, huwelijk en een gezinsleven. Ze hebben een verhoogd risico op uitbuiting en misbruik.

Individuen en groepen worden en blijven vaak staatloos door gaten in de wetgeving of bureaucratie, of door politieke verwikkelingen, zoals de chaotische nasleep van de Eerste Wereldoorlog, het instorten van mislukte staten en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Staatloosheid van groepen wordt echter ook welbewust of door desinteresse gecreëerd, waardoor etnische groepen of vluchtelingen uitgesloten worden; beruchte voorbeelden zijn de behandeling van de oorspronkelijke bevolking van Amerika en Afrika, van Joden en Roma en de overlevenden van de Armeense genocide in Europa en van voormalige Koreaanse dwangarbeiders in Japan. Wereldwijd waren slaven en zijn moderne slaven vaak rechteloos en staatloos. De bewijslast voor een nationaliteit wordt veelal bij het individu gelegd; een staatloos leven ligt dan in het verschiet voor wie geen identiteitspapieren of andere bewijzen kan aandragen, maar zelfs het formeel vaststellen van staatloosheid kan stuiten op gebrekkige wetgeving.

Tot de initiatieven ter verbetering van hun uitzichtloze positie behoren het Nansenpaspoort van de Volkenbond, dat van 1922 tot 1938 aanvaard werd; het Verdrag tot beperking der staatloosheid uit 1961 en Braziliaanse wetgeving uit 2020 die de mogelijkheid tot naturalisatie opende. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen heeft informatie voor vluchtelingen, asielzoekers, staatlozen en displaced persons.

Afbakening

Dit artikel behandelt personen die geen enkele nationaliteit hebben, maar de veelgebruikte Engelse term stateless nations duidt op iets anders. Deze duidt op etnische groepen die geen eigen staat hebben. Voorbeelden zijn de Joden tot aan de stichting van de Joodse staat en de Koerden, die op het snijpunt van meerdere staten leven. Op individueel niveau is het verschil niet altijd duidelijk. Zo is de acteur Ahmet Zirek staatloos in de zin dat hij als Koerd geen eigen staat heeft, maar daaruit volgt niet dat hij geen enkele nationaliteit heeft.

VN-verdrag

De VN besloten in verband met de onwenselijkheid van staatloze niet-vluchtelingen in 1954 het Verdrag betreffende de status van staatlozen op te stellen. De definitie van een staatloos persoon volgens dit Verdrag is: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

De staatloze bestaat als het ware juridisch niet. Wie geen nationaliteit heeft, wordt door geen enkele overheid volledig erkend. Dit kan onder andere inhouden dat men geen paspoort of andere documenten krijgt, maar ook geen andere identiteitsdocumenten of rijbewijs. Reizen is daardoor moeilijk en internationaal reizen vrijwel onmogelijk. Een verblijfsvergunning is vaak buiten bereik, zodat men door iedere overheid het land kan worden uitgezet. Men kan geen registergoederen verkrijgen en geen erfgenaam zijn. Verder heeft men geen recht op sociale voorzieningen en kan men zich niet registreren in het bevolkingsregister. Hierdoor blijven legale betaalde banen buiten bereik en zijn verzekeringen en bankrekeningen niet toegankelijk. Men is kortom vogelvrij en beroofd van vrijwel iedere legale mogelijkheid een bestaan op te bouwen.

Tweeënveertig staten, waaronder Nederland en België, proberen staatlozen zo veel mogelijk rechten en vrijheden te verlenen die mensen met een nationaliteit ook hebben.[bron?] In 1961 werd het Verdrag tot beperking der staatloosheid van kracht, dat onder andere bepaalde dat kinderen van staatlozen het recht kregen op de nationaliteit van het land van geboorte. Nederland en zestien andere staten hebben dit verdrag geratificeerd. In artikel 11 van deze Conventie wordt gesteld dat vluchtelingenorganisatie UNHCR een instantie moet oprichten die staatlozen helpt bij het bewijzen van hun stateloosheid, een instantie die overigens nooit is opgericht. Beide verdragen bepalen dat staatlozen opgevangen dienen te worden.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat iedereen recht heeft op een nationaliteit, en dat een nationaliteit en het recht deze te veranderen niet willekeurig ingetrokken kunnen worden.

Nederland

Volgens het Ministerie van Justitie en Veiligheid waren in Nederland in 2022 zo'n 6.000 mensen als staatloos geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP); dat is maar een deel van de 30.000 personen van wie de nationaliteit onbekend is in de BRP. Een wetsvoorstel tot invoering van een gerechtelijke vaststellingsprocedure is in 2023 aangenomen.

Zoeaven en Spanjestrijders

Veel van de naar Nederland terugkerende Pauselijke Zoeaven raakten hun staatsburgerschap kwijt, omdat ze tussen 1860 en 1870 in vreemde krijgsdienst waren getreden zonder hiervoor toestemming aan koning Willem III te vragen.

De Nederlandse strijders in dienst van de Internationale Brigades tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) overkwam hetzelfde. Hen werd bij terugkomst hun staatsburgerschap ontnomen, omdat zij hadden gediend in een vreemde krijgsmacht.

Anne Frank

Op 25 november 1941 trad het nieuwe Reichsbürgergesetz in werking, waarmee Duitse Joden die in het buitenland verbleven, zoals Anne Frank, het staatsburgerschap ontnomen werd. Als ze niet met succes konden onderduiken, werden ze later als staatloos burger naar concentratiekampen gestuurd.

Molukkers

Na de politionele acties en de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 kreeg Nederland te maken met een grote groep Molukkers die staatloos waren. Doordat zij in het KNIL gediend hadden aan de zijde van de Nederlanders, konden zij niet in Indonesië blijven. In Nederland echter wilden zij de Nederlandse nationaliteit niet aannemen, omdat zij wilden vasthouden aan een terugkeer naar de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. In 1976 werd door middel van een speciale wet (Wet betreffende de positie van Molukkers) geregeld dat de Molukkers recht hadden op een Nederlands paspoort, maar hun staatloosheid niet hoefden op te geven.

Staatloosheid als gevolg van een conflict van beginselen

In Nederland is het Jus sanguinis-beginsel van toepassing. Hierbij wordt de nationaliteit van het kind bepaald door de nationaliteit van (een van) de ouders. In andere landen, zoals de Verenigde Staten, Canada en Latijns-Amerika, wordt het Jus soli- of Ius Loci-beginsel gevolgd, waarbij de nationaliteit van het kind wordt bepaald door de plaats waar het is geboren. Vóór de invoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap in 1984 kon een kind van wie de moeder, maar niet de vader, de Nederlandse nationaliteit bezat, staatloos zijn, indien de staat van de vader het Jus soli beginsel volgde terwijl het kind in een staat geboren was die niet het Jus soli beginsel volgde. Het kind had enerzijds niet de Nederlandse nationaliteit, omdat de vader niet de Nederlandse nationaliteit bezat, en anderzijds niet de nationaliteit van de vader, omdat het kind niet geboren was op het grondgebied van de staat waarvan de vader de nationaliteit had. Na de invoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap behoeft staatloosheid als gevolg van zo’n conflict van beginselen zich niet meer voor te doen, omdat het kind onder omstandigheden de Nederlandse nationaliteit verkrijgt als gevolg van bloedverwantschap via moederszijde. Een in Nederland geboren kind van een Nederlandse vader en een niet-Nederlandse moeder die niet getrouwd zijn, is staatloos als de vader het kind niet voor de geboorte erkend heeft en de moeder staatloos is, of als de staat van de moeder het Jus Soli volgt of het Jus Sanguinis alleen voor mannen toepast.

Ayaan Hirsi Ali

In 2006 kwam de staatloosheid in het nieuws door de paspoortaffaire omtrent Ayaan Hirsi Ali. Doordat minister Verdonk haar de Nederlandse nationaliteit wilde ontnemen, had Ali hiermee staatloos kunnen worden; uiteindelijk behield zij de Nederlandse nationaliteit.

In vreemde krijgsdienst treden

Nederlanders die in militaire dienst gaan bij een vreemde mogendheid, verliezen hierbij hun Nederlanderschap indien deze vreemde mogendheid strijdt tegen het Koninkrijk. Nederlanders die bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog in dienst gingen bij de nazi's werd na de oorlog hun Nederlanderschap ontnomen. Ook Poncke Princen, een Nederlander die deserteerde tijdens de Politionele Acties in Nederlands-Indië, verloor zijn Nederlanderschap. Hij verkreeg het Indonesisch staatsburgerschap waardoor hij niet staatloos bleef.

Vóór 1984 luidde de wet echter: Nederlanderschap wordt verloren [...] 4. door zonder Ons verlof zich te begeven in vreemde krijgs- of staatsdienst; Dus bijvoorbeeld ook wetenschappelijke onderzoekers die in de Verenigde Staten korte tijd in dienst van een federaal laboratorium traden, konden hun paspoort verliezen als zij vooraf geen toestemming gevraagd hadden. Bij het indienen van een nederig verzoek aan Hare Majesteit kregen zij in de regel hun staatsburgerschap terug.

Rusland en de voormalige Sovjet-Unie

Na de Russische Revolutie vluchtten vele Russen naar het buitenland. Middels een decreet werd door het nieuwe bolsjewistische bewind hun Russisch staatsburgerschap ontnomen. De Volkenbond kwam in de jaren 20 van de 20e eeuw onder meer voor deze grote groep met het nansenpaspoort. Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 verloren de inwoners van de Sovjetrepublieken ook de Sovjetnationaliteit. Niet iedereen verwierf daarna vervolgens de nationaliteit van de nieuwe staat waarin men woonde, onder andere wegens de eisen die aan de taalvaardigheid gesteld werden. Met name in Estland en Letland werden daardoor veel leden van de Russische minderheid staatloos.

(Nazi-)Duitsland

Albert Einstein

Bekend was de Duitse wetenschapper Albert Einstein, die in 1896 staatloos werd toen hij de Duitse dienstplicht wilde ontlopen. In 1901 nam hij de Zwitserse nationaliteit aan.

Joden

Op 25 november 1941 trad de nieuwe Reichsbürgergesetz in werking, waarmee het staatsburgerschap ingetrokken werd van Duitse Joden die in het buitenland verbleven. Later werden ze, als ze niet met succes konden onderduiken, als staatloze burgers naar concentratiekampen gestuurd.

Ontneming van staatsburgerschap

Wie meningen had verspreid, of boeken of toneelstukken had geschreven die de kopstukken van nazi-Duitsland onwelgevallig waren, kon van landverraad worden beschuldigd en het Duitse staatsburgerschap verliezen. Een bekend voorbeeld is de schrijver Erich Maria Remarque, auteur van de antioorlogsroman Im Westen nichts Neues, aan wie in 1938 het staatsburgerschap werd ontnomen en die in 1947, na negen jaar staatloosheid, Amerikaans staatsburger werd. Er waren ook manieren om de staatloosheid te vermijden. Toen de nazi-regering Erika Mann in juni 1935 de Duitse nationaliteit afnam nadat zij de nazi's bespot had met het satirische cabaret Die Pfeffermühle, is zij slechts vier dagen staatloos geweest. Ze sloot snel een gelegenheidshuwelijk met de dichter W.H. Auden om aan een Brits paspoort te komen.

Vluchtelingen en illegalen

Vluchtelingen en illegalen verliezen vaak hun oorspronkelijke nationaliteit, terwijl ze de nationaliteit van hun woonland niet kunnen verwerven. Ook hun kinderen krijgen de nationaliteit van hun geboorteland niet als dat land het Jus soli alleen toepast op ouders die legaal in het land wonen. Daardoor zijn er veel Haïtianen in de Dominicaanse Republiek en Birmezen in Thailand staatloos geworden.

Brazilië en de wet voor de staatlozen

Maha Mamo vertelt haar verhaal als onderdeel van de #IBelong-campagne

Brazilië is een van de weinige landen ter wereld die bij wet het staatsburgerschap openstellen voor staatlozen. Maha en Souad Mamo, die vier jaar als vluchteling in Brazilië hebben gewoond, zijn de eerste staatlozen die door de Braziliaanse staat zijn erkend na de nieuwe migratiewet, die in 2017 in werking is getreden. De nieuwe migratiewetgeving biedt beschermende maatregelen voor staatlozen en vergemakkelijkt de sociale integratie en naturalisatie van burgers zonder thuisland. De wetgeving is in overeenstemming met de internationale conventies met betrekking tot staatlozen en is bedoeld om het aantal mensen in deze situatie te verminderen door hen het recht te geven de nationaliteit te vragen. Andere landen bieden staatlozen gewoonlijk toegang tot basisrechten zoals onderwijs en gezondheid en geven hen een verblijfsvergunning, maar ze blijven staatloos. Brazilië daarentegen biedt de naturalisatie, wat betekent dat deze personen Brazilianen kunnen worden. Als staatlozen geen onmiddellijke naturalisatie willen aanvragen, hebben ze in ieder geval de mogelijkheid om definitief verblijf aan te vragen.

In film en literatuur

Staatloosheid is een geliefd thema in film en literatuur. Onder andere de film The Terminal (2004) en het boek Het Dodenschip (1926) van B. Traven zijn hierop gebaseerd.

Literatuur

Zie ook

Palestijnse vluchtelingen

Zie de categorie Statelessness van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.