| Glad netpluimpje | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Corallosporopsis herbatica (Peck) W.L. Song, Bortnikov, Shuang L. Chen & Novozh., 2026 | ||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||
|
Stemonitis herbatica Peck | ||||||||||||
| ||||||||||||
Het glad netpluimpje (Corallosporopsis herbatica, voorheen Stemonitis herbatica) is een slijmzwam uit de familie Stemonitidaceae. De soort vormt kleine groepjes van gesteelde, cilindervormige sporangiën met een donkerbruine tot bijna zwarte kleur. Hij wordt aangetroffen op bladeren, kruidachtige planten, plantenresten en soms op dood hout.
De sporangiën staan dicht opeen in kleine groepen en zijn gesteeld en cilindrisch van vorm. Ze zijn doorgaans 3–9 mm hoog, waarbij de afmetingen tussen collecties kunnen variëren. De sporendragende gedeelten zijn donkerbruin tot vrijwel zwart. De steel is relatief kort, ongeveer een vijfde tot een kwart van de totale hoogte, hol en roodbruin tot zwart van kleur.
Het peridium verdwijnt bij de rijping grotendeels. De steel loopt binnen het sporangium door als een centrale zuil, de columella, die naar de top toe smaller wordt.
Het plasmodium is wit tot lichtgeel.
Het capillitium vormt een inwendig netwerk met verdikte knooppunten en een dicht, lichter gekleurd oppervlaktenet. De mazen van het oppervlaktenet hebben doorgaans gladde draden zonder stekelvormige uitsteeksels.
De sporen zijn bolvormig tot vrijwel bolvormig, ongeveer 7–9 µm in diameter en fijn wrattig. Ze zijn in massa donkerbruin en bij doorvallend licht bruin tot paarsbruin. Bij onderzoek met een scanning-elektronenmicroscoop bestaat de sporenornamentatie uit onregelmatig verspreide, staafvormige uitsteeksels met verdikte uiteinden.
Het glad netpluimpje lijkt op het schijfnetpluimpje (Stemonitis flavogenita) en het stekelig netpluimpje (Stemonitis pallida). Het onderscheidt zich onder andere door het vrijwel volledige oppervlaktenet zonder talrijke stekelvormige vrije uiteinden. Het stekelig netpluimpje heeft doorgaans kleinere sporen, terwijl het schijfnetpluimpje vaak een oppervlaktenet met spitse vrije uiteinden heeft.
Het glad netpluimpje komt voor op levende kruidachtige planten, afgevallen bladeren, plantenresten en soms dood hout. De vruchtlichamen ontwikkelen zich onder meer op bladeren en stengels. In Zuid-Korea is de soort vastgesteld op bladeren, bladstelen en stengels van zoete aardappel (Ipomoea batatas).
De Nederlandse Verspreidingsatlas vermeldt vooral dood hout als substraat en naald- en gemengde bossen als leefgebied.
Het glad netpluimpje is bekend uit verschillende werelddelen, waaronder Europa, Noord-Amerika, Afrika en Azië. Ook is de soort gemeld van Fiji. In Europa zijn onder andere vondsten uit Polen bekend, terwijl bij een taxonomisch onderzoek uit 2026 materiaal uit China en het Russische Verre Oosten werd bestudeerd.
In Nederland komt het glad netpluimpje zeer zeldzaam voor. Voor een zekere determinatie is volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas microscopisch onderzoek noodzakelijk.
De soort werd in 1873 door de Amerikaanse mycoloog Charles Horton Peck beschreven onder de naam Stemonitis herbatica. Het oorspronkelijke materiaal was afkomstig uit de Amerikaanse staat New York.
In 2026 plaatsten Song en medewerkers de soort op basis van morfologisch en moleculair onderzoek in het nieuwe geslacht Corallosporopsis, onder de naam Corallosporopsis herbatica. De onderzoekers gebruikten onder meer kenmerken van de sporenornamentatie en DNA-sequenties om de verwantschappen binnen de familie Stemonitidaceae te onderzoeken.
De soortnaam Corallosporopsis herbatica wordt door Species Fungorum als geaccepteerde naam vermeld. De Nederlandse Verspreidingsatlas gebruikt nog de oorspronkelijke naam Stemonitis herbatica.