In het strafrecht is een strafuitsluitingsgrond de reden waarop een rechter zich kan baseren om geen straf op te leggen voor een feitelijke handeling die onder normale omstandigheden een strafbaar feit zou opleveren, omdat er of geen sprake is van schuld of een rechtvaardiging bestaat voor de handeling, bijvoorbeeld noodweer.
De voorwaarden voor het bestaan van een strafbaar feit zijn:
Als aan deze voorwaarden is voldaan, kan de verdachte veroordeeld worden. De wet en de rechtspraak kennen uitzonderingen op deze strafrechtelijke aansprakelijkheid, de strafuitsluitingsgronden. Veel daarvan staan in titel III van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Een beroep op een strafuitsluitingsgrond is in de praktijk lastig en wordt vaak door de rechter afgewezen. Het kan wel strafverminderend werken.
De strafuitsluitingsgronden worden onderverdeeld in rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden. Het onderscheid bepaalt de volgorde van beoordeling: eerst wordt beoordeeld of er een rechtvaardigingsgrond van toepassing is, en pas daarna of er een schulduitsluitingsgrond is. Schulduitsluitingsgronden komen immers pas aan de orde als vaststaat dat de gedraging wederrechtelijk is.
Rechtvaardigingsgronden zien op de gedraging (het feit) zelf en dus op de wederrechtelijkheid. Wederrechtelijkheid betekent dat een strafbaar feit ook daadwerkelijk in strijd is met het recht, in plaats van uitsluitend in strijd met de wet. Een wederwettelijk feit kan door het ontbreken van wederrechtelijkheid niet tot een veroordeling leiden, zoals bij noodweer. Een rechtvaardigingsgrond ontneemt dus de wederrechtelijkheid aan een gedraging.
Werking bij deelneming: als de dader zich met succes kan beroepen op een rechtvaardigingsgrond, gaat de deelnemer meestal ook vrijuit.
Wettelijke rechtvaardigingsgronden:
Buitenwettelijke rechtvaardigingsgrond: het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Dit is voor het eerst aangenomen in het arrest Huizense veearts. Voor een geslaagd beroep moet worden aangetoond dat de doelstelling van de strafrechtelijke norm beter wordt nageleefd door de norm te overtreden dan door zich eraan te houden. Een dergelijke rechtvaardigingsgrond wordt zelden aanvaard.
Schulduitsluitingsgronden zien op de verwijtbaarheid van het handelen van de verdachte, dus op de schuld. De gedraging blijft wederrechtelijk, maar de dader kan er geen verwijt van worden gemaakt. Een schulduitsluitingsgrond werkt alleen persoonlijk. Een deelnemer kan dan wel veroordeeld worden.
Wettelijke schulduitsluitingsgronden:
Buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond: Afwezigheid van alle schuld, voor het eerst aangenomen in het Melk en water-arrest (“geen straf zonder schuld”). Er zijn vier vormen van AVAS. Voor een geslaagd beroep is dwaling omtrent het recht of omtrent feiten vereist. Dat wordt niet gemakkelijk aangenomen, omdat er tot op zekere hoogte een onderzoeksplicht bestaat.
Zijn beroep op AVAS slaagt niet, omdat de onderzoeksplicht hier zwaar weegt: de extreem lage prijs, de contante betaling en de haast van de verkoper waren duidelijke alarmsignalen, en met de geruststellende verklaring van de verkoper, die zelf belang heeft bij een glad verlopende verkoop, mocht Klaas zich niet tevredenstellen. Hij vroeg niet naar een aankoopbewijs, controleerde het framenummer niet in een register voor gestolen fietsen en liet de identiteit van de verkoper niet vastleggen. Daarmee deed hij niet wat van een zorgvuldig koper mocht worden verwacht, zodat zijn dwaling niet verontschuldigbaar is en hem wel degelijk een verwijt treft. Omdat het “redelijkerwijs had moeten vermoeden” bij schuldheling al een bestanddeel van het delict vormt, speelt de discussie in de praktijk overigens vaak daar en minder bij AVAS.
In het Belgisch strafrecht zijn er 4 strafuitsluitingsgronden:
In het kader van het algemeen rechtsbeginsel 'het bewijsrecht in strafzaken', kan de beklaagde een feit aanvoeren dat het misdrijf uitsluit op grond van een van de vier strafuitsluitingsgronden. Indien deze bewering enige geloofwaardigheid bevat, is het aan het openbaar ministerie de onjuistheid ervan te bewijzen. Aan de beklaagde mag evenwel niet het bewijs van de strafuitsluitingsgrond worden opgelegd.