| Onderhuids weefsel | ||||
|---|---|---|---|---|
| Subcutis | ||||
Het onderhuids weefsel (subcutis) is de onderste huidlaag, die in het bovenstaande diagram wordt weergegeven | ||||
| Synoniemen | ||||
| Latijn | tela subcutanea hypodermis | |||
| Gegevens | ||||
| Orgaanstelsel | Integument | |||
| Anatomische terminologie | ||||
| ||||
Onderhuids weefsel, ook wel subcutis of hypodermis, is de onderste laag van de huid. De buitenste lagen van de huid zijn de epidermis (opperhuid) en de dermis (lederhuid).
De Latijnse naam subcutis verwijst naar de ligging van deze huidlaag, en komt van sub (onder) en cutis (huid). Ook de Oudgriekse naam hypodermis verwijst hiernaar: ὑπό (hupó) betekent 'onder' of 'daaronder', en δέρμα (dérma) betekent huid of lederhuid.
De menselijke subcutis bestaat voornamelijk uit vetweefsel, afgescheiden door bindweefselschotten. Ook zijn onder andere bloedvaten en zenuwen aanwezig.
Het vetweefsel functioneert als energiereserve en als schokdemper, en helpt de lichaamstemperatuur te reguleren. De grootte van de vetcellen hangt af van de voedingstoestand van het lichaam, en de hoeveelheid cellen verschilt per lichaamsdeel. Zo bevat de subcutis in de oogleden, clitoris, penis, scrotum, en een groot deel van het uitwendige oor geen vet.
Voor sommige dieren, zoals walvissen en overwinterende zoogdieren, vormt de subcutis een belangrijke isolatielaag en voedselopslag.
Injecties van sommige medicijnen kunnen subcutaan (onderhuids) geplaatst worden. Omdat de subcutis weinig bloedvaten bevat, wordt medicatie langzamer opgenomen dan bij dermale of intramusculaire injecties. Doordat er steeds maar een beetje van het opgeslagen medicijn in het bloed komt, werkt de injectie nog na een paar weken of zelfs maanden. Daarmee is subcutane injectie een van de effectiefste manieren voor de toediening van medicijnen die over langere tijd in het lichaam moeten vrijkomen. Daarnaast kan de subcutis grotere hoeveelheden medicatie opslaan (net zoals het vet kan opslaan). Medicatie waarvan de moleculen te groot zijn om te worden opgenomen door de darmen, (zoals insuline, levende vaccins, en heparine), worden daarom vaak subcutaan toegediend.
Huidaandoeningen die de subcutis (kunnen) betreffen, zijn verschillende vormen van panniculitis (een ontsteking van vetweefsel, door allerlei oorzaken) en vasculitis (bloedvaatontsteking, vooral als het wat grotere vaten betreft).