| Bruine ringboleet | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Suillus luteus (L.) Roussel (1796) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De bruine ringboleet (Suillus luteus) is een eetbare paddenstoel uit de familie Suillaceae. Hij groeit op grazige plekken in naaldbossen. Hij is een algemeen voorkomende soort. Hij groeit vaak in symbiose met dennen.
De hoed heeft een diameter van 7 tot 12 cm en is klokvormig. Later wordt deze vlakker en vaak krijgt hij een kleine, centrale bult. Bij vocht wordt de hoed kleverig. De kleur varieert van donker chocoladebruin tot purperbruin.
De steel is 6 tot 8 cm hoog en 1,7 tot 2 cm dik. Meestal is de steel ongeveer half zo hoog als de hoeddiameter. De steel is geel met korrels, maar onderaan is hij bruinpaars.
Er is een ring aanwezig, die eerst witachtig is en later bruinpaars wordt. Hij is vliezig en slijmerig.
De buisjes zijn bleekgeel tot okergeel en klein. Eerst zijn ze door een vlies bedekt.
Het vlees is witachtig tot citroengeel, vooral in de steel.
De sporenprint is olijfbruin.
De langwerpig elliptische sporen meten 7–10 × 3–3,5 μm. De basidia zijn 4-sporig en meten 14–18 × 4–5 μm. Cystiden komen voor op zowel de buisvlakken (pleurocystidia) als de randen (cheilocystidia), meestal verspreid en soms in bundels. Ze meten 20–35 × 5–7 μm en hebben een smalle knotsvorm. Gespen komen niet voor in de hyfen.