Suze Arts

Suze Arts
Arts in 1948
Arts in 1948
Algemene informatie
Volledige naam Susanne Sophia Maria Arts
Geboren 10 november 1916
Tilburg
Overleden 22 mei 1991
Amsterdam
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep Kampbewaker
Bekend van Het bunkerdrama
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Susanne "Suze" Sophia Maria Arts (Tilburg, 10 november 1916 – Amsterdam, 22 mei 1991) was een Nederlandse bewaker in Kamp Vught tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij is na de oorlog veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar voor haar betrokkenheid bij het bunkerdrama van Vught, waarbij tien gevangenen om het leven kwamen.

Biografie

Suze Arts was de dochter van Koenraad Arts (1885–1942) en Catharina Maria Adriana Woestenbergh (1891–1919). Ze was de middelste van drie dochters. Haar vader was directeur en hoofdredacteur van de Nieuwe Tilburgse Courant. Hij was een prominent lid van de Rooms Katholieke Staatspartij (RKSP). Later bekende staatslieden zoals Jan de Quay en Louis Beel kwamen regelmatig over de vloer. Toen Arts twee jaar oud was, overleed haar moeder. Vier jaar later hertrouwde haar vader met Adriana Maria van Es. Arts en haar stiefmoeder hadden een slechte relatie. Een nicht zou later verklaren dat Arts als kind veel slaag kreeg en geen plezierige jeugd heeft gehad.

Suze Arts zat vanaf haar zevende op een kostschool in Nederland, gevolgd door verschillende internaten in Frankrijk, Engeland en Duitsland. De reden hiervoor is dat haar vader wilde dat zij internationale ervaring opdeed. Op het Duitse internaat kwam ze in aanraking met het nazistische gedachtegoed; de non die toezicht hield, was nationaalsocialistisch georiënteerd. Daarbovenop waren meerdere meisjes lid van de Bund Deutscher Mädel. In Duitsland raakte zij ook bevriend met Franz Ettlinger, lid van de Hitlerjeugd, met wie zij daarna briefcontact bleef houden.

Vanaf 1936 werkte Suze Arts in Brussel en Brugge als verpleegster. In 1938 keerde zij terug naar Nederland, waar zij in Weert een opleiding tot apothekersassistente volgde. Twee jaar later vond zij een betrekking bij een arts in Nistelrode in Brabant. De getrouwde arts en Arts kregen een relatie, die eindigde toen zij zwanger werd. In januari 1941 bracht zij haar zoon Hans ter wereld. Als alleenstaande moeder verhuisde ze met haar zoontje naar Amsterdam. Ze werd financieel gesteund door haar vader die haar een maandelijkse uitkering gaf, maar dit stopte na zijn overlijden in 1942. Ze leidde gedurende meerdere maanden een zwervend bestaan met wisselende banen.

In die tijd heeft ze de banden met haar jeugdvriend Franz Ettlinger opnieuw aangehaald. Hij was Hauptscharführer der SS en werkzaam in Kamp Vught als rechterhand van kampcommandant Adam Grünewald. Hij wees Arts op een vacature in Kamp Vught en in 1943 trad ze hier in dienst. Ze verklaarde zelf dat ze zich aanvankelijk had aangemeld om te werken als verpleegster, maar dat ze werd aangesteld als Aufseherin toen bleek dat ze geen verpleegsters meer nodig hadden.

Suze Arts en Franz Ettlinger, die getrouwd was en vader van vier kinderen, kregen een liefdesrelatie. Arts werd zwanger en in februari 1944 werd hun dochter Joan geboren.

Kampbewaker

Op 15 juli 1943 is Arts beëdigd als SS-Aufseherin. Ze werd voor een opleiding naar het Duitse vrouwenkamp Ravensbrück gestuurd. In Kamp Vught is Suze Arts een van de meest beruchte bewakers door haar behandeling van de gevangenen en haar betrokkenheid bij het bunkerdrama van Vught. Verschillende gevangenen beschreven Arts als sadistisch, onmenselijk, wreed en tiranniek. Een veelgehoorde klacht is dat ze eten stal van de gevangenen uit pakketten van het Rode Kruis. De kampcommandant Karl Chmielewski was hiervan op de hoogte en beval dat Arts niet meer bij de verdeling van de pakketten aanwezig mocht zijn. Een andere Aufseherin Katja Schot noemde Arts een 'fanatiekeling' en zei dat Arts gevangenen sloeg met vlakke hand, eten voor de gevangenen op de grond sloeg en de vrouwen onnodig lang in de regen liet staan. Tineke Wibaut, verzetsstrijder en overlevende van het bunkerdrama, vertelde over Arts dat ze het ene moment poeslief kon zijn en het andere moment te keer ging als een wilde. Als ze in de buurt kwam dan was iedereen op haar hoede.

Bunkerdrama van Vught

Op 15 januari 1944 begeleidt Suze Arts een groep van 74 vrouwen naar cel 115 voor een collectieve straf. Onderweg zijn de vrouwen giechelig en Arts roept ze toe: “Het lachen zal jullie wel vergaan! Dit nachtje zal jullie heugen”. De 74 vrouwen worden 14 uur lang opgesloten in een cel van ongeveer 9 vierkante meter. Er is geen ventilatie en een tekort aan zuurstof. Tien vrouwen komen om het leven. Volgens sommige getuigen was Suze Arts degene die de celdeur sloot, volgens anderen stond ze naast de kampcommandant toen hij de deur sloot. Haar eerdere uitspraak wordt door velen gezien als bewijs dat ze wist wat er zou gebeuren met de vrouwen. Arts heeft dit zelf altijd ontkend.

Naar aanleiding van het bunkerdrama werd Suze Arts ontslagen. In het laatste oorlogsjaar werkte ze als huishoudster op verschillende adressen in Amsterdam.

Na de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog wordt Arts opgepakt en in januari 1947 begon haar proces voor het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam. Er wordt 20 jaar tegen haar geëist, met name vanwege haar aandeel in het bunkerdrama. Ze wordt in 1948 veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Het actief en passief kiesrecht wordt haar ontnomen. Ze zit haar straf uit in gevangenis de Noordsingel in Rotterdam en wegens goed gedrag krijgt ze een baantje als opzichteres over andere gevangenen. In 1952 wordt haar straf met drie jaar verminderd en ze wordt in 1953 vrijgelaten.

Na haar vrijlating werkte Arts onder het pseudoniem Marion Blom als coördinator van de brieven- en puzzelrubriek bij het vrouwenblad Margriet. Haar twee kinderen groeiden op in pleeggezinnen. Arts zag haar zoon Hans voor het eerst weer in 1987, vier jaar voor haar dood. Haar dochter Joan, van wie zij bij haar arrestatie in 1945 werd gescheiden, heeft ze nooit meer gezien.

In gesprek met de schrijver Hans Olink zei Arts het volgende over haar keuze om te werken als kampbewaker in Vught:

"Politiek interesseerde me niet. Ik wilde gewoon te eten hebben. Ik weet niet wat er met me aan de hand was. Het drong nauwelijks tot me door wat er in kamp Vught gebeurde. Het was deprimerend en toch tekende ik. Achteraf denk ik weleens dat het de vernedering tijdens mijn jeugd was die me in Vught bracht. Daar was ik met mijn uniform een hele Piet."

Suze Arts overleed op 74-jarige leeftijd op 22 mei 1991 in Amsterdam.

Zie de categorie Suze Arts van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.