Kleine Indische trap

Kleine Indische trap
IUCN-status: Kritiek (2021)
Kleine Indische trap
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Otidiformes
Familie:Otididae (Trappen)
Geslacht:Sypheotides
Soort
Sypheotides indicus
(Miller, 1782)
Groen: ligging van de broedgebieden, oranje: voormalige verspreiding.
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Kleine Indische trap op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De kleine Indische trap (Sypheotides indicus) is een vogel uit de familie van de trappen (Otididae). Het is een ernstig bedreigde, endemische vogelsoort in India.

Kenmerken

Baltsend mannetje kleine Indische trap

Het mannetje is 46 cm lang, het vrouwtje 51 cm. Een bijzonder kenmerk, dat bij andere trappen ontbreekt, vormen in de broedtijd de zwarte sierveren achterop de kop bij het mannetje. Verder lijkt deze trap op de baardtrap (Houbaropsis bengalensis), maar hij is kleiner, met een dunnere nek en de witte band over de vleugels reikt over de schouders. Het vrouwtje is overwegend warm bruin met donkere vlekjes, en een lichtbruine vlek op de vleugels. Zij heeft geen sierpluimen. Buiten de broedtijd lijkt het mannetje op het vrouwtje, maar de lichte vlek op de vleugels blijft veel duidelijker zichtbaar.

Verspreiding en leefgebied

De kleine Indische trap broedt in India in de deelstaten Gujarat, Rajasthan, Maharashtra (onder andere het district Akola), Madhya Pradesh en Andhra Pradesh; buiten het broedseizoen verspreidt de soort zich verder over India en wordt ook in laaglandgrasland van het terai-gebied in Nepal gezien. De broedoppervlakte (EOO) wordt op circa 520.000 km² geschat en de niet-broedende EOO op ongeveer 1.520.000 km². De huidige bolwerken liggen in Velavadar in Gujarat en in het Shokalyia-Bhinai-gebied in Rajasthan. Het leefgebied bestaat uit regenrijke, natuurlijke graslanden van meer dan twee hectare in laagland onder 250 m, gedomineerd door Sehima nervosum en Chrysopogon fulvus met verspreid struweel, vaak op zwarte katoengrond. De vogel broedt incidenteel ook in akkers met soja, mungboon, sesam en pinda.

Voedsel en voortplanting

De kleine Indische trap is een gedeeltelijke, op regenval reagerende trekvogel: vogels verzamelen zich in gebieden met meer neerslag, met een hoge plaatstrouw bij de mannetjes. Het broedseizoen valt samen met de zuidwestmoesson, van mei tot september. Tijdens de balts vertoont het mannetje opvallende verticale luchtsprongen boven de vegetatie om zich aan vrouwtjes te tonen. Bijna alle broedgebieden liggen op privé- of gemeenschapsgrond buiten beschermde gebieden. De gemiddelde generatieduur wordt op 5,3 jaar geschat.

Status

De populatie nam af van naar schatting 4.374 vogels in 1982 tot 3.530 in 1999, 2.500 in 2008 en circa 730 volwassen individuen in 2018, een geschatte afname van 89 tot 93% over drie generaties (15,9 jaar). De huidige populatiebandbreedte wordt door BirdLife geschat op 356 tot 1.228 volwassen individuen. In Madhya Pradesh werden in 2020 nog slechts vijf baltsende mannetjes geteld, in Maharashtra zeven tot acht en in Andhra Pradesh zes mannetjes; deze deelpopulaties dreigen op korte termijn te verdwijnen. Historisch werd de soort intensief bejaagd voor sport en consumptie; huidige bedreigingen zijn snelle omzetting van grasland naar intensieve landbouw met kunstmest en insecticiden, overbegrazing, aanvaring met elektriciteitsleidingen, en predatie van kuikens door vrij rondlopende honden. De invasieve plant Prosopis glandulosa tast de habitatkwaliteit verder aan. De soort staat sinds 2021 als ernstig bedreigd (kritiek) op de Rode Lijst van de IUCN en is opgenomen in CITES-bijlage II en in Schedule I van de Indiase Wildlife (Protection) Act. In Gujarat, Rajasthan en Madhya Pradesh zijn ex-situ kweekprogramma's opgezet.