
Het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (Engels: Transatlantic Trade and Investment Partnership, TTIP) was een voorgesteld vrijhandelsverdrag, waarover werd onderhandeld tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
De onderhandelingen werden stopgezet door president Donald Trump, die vervolgens een handelsoorlog met de EU initieerde. Trump en de Europese Unie kondigden in juli 2018 een soort wapenstilstand af en hervatten vervolgens gesprekken gelijkaardig aan die van TTIP. Op 15 april 2019 zijn de onderhandelingen door de Europese Commissie als "achterhaald en niet langer relevant" verklaard.
Voorstanders van het verdrag argumenteerden dat de (beoogde) overeenkomst zou zorgen voor economische groei, terwijl tegenstanders aanbrachten dat de overeenkomst de macht van grote bedrijven verder zou vergroten en het voor regeringen moeilijk maakt om markten te reguleren in het algemeen, nationaal belang.
In documenten die de Europese Commissie vrijgaf in juli 2014 blijkt dat de onderwerpen verdeeld zijn over drie domeinen:
Onderhandelingen tussen verschillende landen met als doel handelsbarrières op te heffen of een vrijhandelszone op te richten, kennen een lange voorgeschiedenis, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Reeds in 1990 werd een nauwere samenwerking tussen de VS en Europa in het vooruitzicht gesteld in de Transatlantic Declaration on EC-US Relations. Op de agenda stonden topontmoetingen inzake veiligheid en economische kwesties.
In 1995 volgde de New Transatlantic Agenda, met “dialogen” tussen regeringen en bedrijven aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. De Trans-Atlantische Bedrijvendialoog (TABD), een in 1995 opgerichte adviesgroep waarin vertegenwoordigers van het Amerikaanse en Europese bedrijfsleven zitting hebben, heeft al lange tijd gewerkt aan een verdrag als TTIP.
In 1998 werd de overlegstructuur geconsolideerd in het Transatlantic Economic Partnership. Naast de topontmoetingen werd een aantal sectorale dialogen en thematische werkgroepen opgestart of bevestigd.
De langzame vooruitgang van de onderhandelingen in het kader van de Doha-ronde zou een van de redenen zijn dat de VS en Europa in 2013 besloten tot rechtstreekse onderhandelingen. Ook de onderhandelingen over het Trans-Pacific Partnership met Aziatische landen waren een stimulans.
Met de (beoogde) overeenkomst wordt gehoopt op meer economische groei, meer welvaart en meer werkgelegenheid.
In maart 2013 schatte een economische evaluatie van het Europese Centre for Economic Policy Research dat een alomvattend akkoord zou resulteren in een bbp-groei van 68–119 miljard euro voor de EU tegen 2027 en een bbp-groei van 50–95 miljard euro in de VS in dezelfde periode. Het rapport uit 2013 schat ook dat een beperkt akkoord dat zich uitsluitend op tarieven richt, zou leiden tot een bbp-groei van 24 miljard euro in de EU tegen 2027 en een groei van 9 miljard euro in de Verenigde Staten. Indien deze baten gelijkelijk over de betrokken bevolking zouden worden verdeeld, zouden de meest optimistische ramingen van de bbp-groei neerkomen op een “extra jaarlijks beschikbaar inkomen voor een gezin van vier” van respectievelijk “545 euro in de EU” en “655 euro in de VS”.
Begin 2014 beweerde voormalig EU-commissaris Karel De Gucht in een interview met WDR nog stellig dat TTIP zou zorgen voor economische groei, welvaart en meer werkgelegenheid. Hij baseerde zich daarbij onder meer op een studie in opdracht van de Europese Commissie.
In een onderzoek uit oktober 2014 vreesde Jeronim Capaldo van het Global Development and Environment Institute (Tuftsuniversiteit) echter dat er eerder sprake zou zijn van verliezen op het stuk van BNP, arbeidsinkomsten, banen, overheidsinkomsten en een hogere financiële instabiliteit van de Europese landen.
Een paper uit 2018 van economen van KU Leuven schatte dat een “diepgaand” vrijhandelsakkoord, zoals TTIP, tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie het bbp van de EU met 1,3% en dat van de VS met 0,7% zou verhogen. Deze winsten zouden voornamelijk het gevolg zijn van verminderingen van niet-tarifaire handelsbelemmeringen.





In verschillende Europese landen werden betogingen georganiseerd tegen het TTIP-vrijhandelsakkoord. Op 20 september 2016 werd in Brussel een 'Stop TTIP & CETA Day' gehouden waaraan 10 000 à 15 000 deelnamen. Ook in grootsteden zoals Parijs, Berlijn en Barcelona voerde men reeds actie.
In Nederland vormden Meer Democratie, Milieudefensie, Foodwatch en Transnational Institute in 2015 het TTIP CETA Referendum Platform om een raadgevend referendum over CETA af te dwingen als het verdrag aangenomen zou worden door de Eerste en Tweede Kamer. Later sloten negen andere organisaties zich bij dit platform aan.

In juni 2013 gaf de Raad van de Europese Unie aan de Europese Commissie een mandaat om de onderhandelingen op te starten.
De onderhandelingen worden gevoerd tussen werkgroepen van de Commissie (Directoraat-generaal Handelsbetrekkingen) en de handelsdelegatie van de VS. De delegaties ontmoeten elkaar afwisselend in Europa en in de VS, in onderhandelingsrondes.
De onderhandelingsteksten doorlopen verschillende stadia:
Een aantal teksten in het stadium van “position paper” werden door de EU-Commissie reeds gepubliceerd. Geconsolideerde teksten zijn echter veel minder, of zelfs helemaal niet toegankelijk
Deze duren doorgaans ongeveer een week, en vinden afwisselend in de VS en in Europa plaats.
Begin oktober 2016 werden de onderhandelingen opgeschort, in afwachting van de uitslag van de verkiezingen in de VS en enkele Europese landen. Na de verkiezing van Donald Trump achtten waarnemers de voortzetting van de TTIP-onderhandelingen problematisch.
In juli 2018 lanceerden VS-president Donald Trump en EU-Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker “een nieuwe fase in de relaties tussen de VS en de Europese Unie”. Sedertdien werden nieuwe handelsbesprekingen opgestart, en handelsbelemmeringen opgeheven op controversiële items zoals aardgas uit fracking, GGO-soja en sojabiodiesel. Ook voor de samenwerking inzake regelgeving (“regulatory cooperation”) gaf de EU-Raad de Commissie een onderhandelingsmandaat. Volgens critici bleek uit interne documenten dat de onderhandelingen gelijkaardige gebreken zouden vertonen inzake transparantie en overwicht van lobbygroepen als de eerdere TTIP-onderhandelingen.
Komen de onderhandelingsteams van beide partijen tot een finaal akkoord, dan moet dit ontwerpverdrag nog goedgekeurd worden. Aan de Europese zijde, eerst door de Europese Raad, daarna door het Europees Parlement. Mogelijk is daarna nog goedkeuring vereist door de nationale parlementen. Want hoewel de Europese Unie exclusief bevoegd is voor de gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), wordt het handelsverdrag toch vaak beschouwd als een “gemengd akkoord” (“mixed agreement”) , ook door de Europese Commissie. In dat geval is de goedkeuring vereist van de nationale parlementen in alle lidstaten, behalve in landen waar de grondwet deze bevoegdheid toekent aan de regering, of landen waarin hierover een referendum moet (of kan) georganiseerd worden.
In de Verenigde Staten is de goedkeuring vereist van zowel het Congres als de Senaat. Mogelijk wordt hiervoor, net als bij het Trans-Pacific Partnership, een versnelde en vereenvoudigde procedure gebruikt (zgn. “Fast track”), waardoor het parlement enkel met ja of nee kan stemmen.