Tanmatra

Tanmatra (subtiel element), of sukshma mahabhuta, is een term uit het Sanskriet, dat in het hindoeïsme staat voor het subtiele of rudimentaire element (geluid, vorm, smaak, tasten, reuk), dat aan de basis ligt van de grovere panca mahabhuta's (vijf grote elementen): respectievelijk akasha (ether), agni (vuur), ap (water), vayu (lucht) en prithvi (aarde).

Etymologie

Tan mátra komt van 'tad' (dat) en 'mátra' (alleen) en betekent 'dat wat in de eigen bijzondere eigenschap verblijft, zonder verandering of variëteit'.

Oorsprong

De tanmatra's komen voort uit ahamkára ('ik-beginsel'), dat op zijn beurt uit buddhi (mahat, kosmisch bewustzijn) komt, dat van prakriti (natuur, oer-materie) stamt. Door de vereniging van prakriti en purusha (ziel, geest) ontwikkelt zich een universum.

In de Sankhya filosofie behoren de vijf tanmatra's en hun oorzaken en gevolgen tot de 25 tattva's (principes, categorieën). De param-anu's (kernen van atomen) zijn volgens de Yoga en Sankhya scholen panca tanmatra.

Vijf elementen

De vijf tanmatra's zijn:

Linga sarira

Het linga sarira (subtiel lichaam), divya sarira (goddelijk lichaam) is het 'astraallichaam' in de mens, dat opgebouwd is uit de tanmatra's, subtiele elementen. Het grofstoffelijk fysiek lichaam van de mens is opgebouwd uit de vijf mahabhuta's, de grove, grote elementen. De lichamen behoren tot het 'instrumentarium' van de bewoner, de jivatman (purusha).

Literatuur