


De Koninklijke Jutespinnerij en Weverij ter Horst & Co was een Nederlandse verwerker van jute, gevestigd in de Overijsselse stad Rijssen.
Gerrit Hendrik ter Horst, van beroep aannemer en exploitant van een steenbakkerij, begon in 1835 met een linnenweverij als loonbedrijf voor Van Heek. Voor het bedrijfje waren aanvankelijk een 20 mensen in touw, maar de onderneming was weinig succesvol. In 1850 verkreeg hij een order van de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor de productie van juten koffiezakken. Ter Horst liet deze zakken vervaardigen in huisarbeid. De jute garens werden ingevoerd uit onder meer India en van daar per schip aangevoerd en ten slotte over de Regge en dan met paard en wagen op de bestemde plaats gebracht. In 1850 kende het 2949 inwoners tellende Rijssen 400 textielarbeiders, van wie de meesten in opdracht van Ter Horst werkzaam waren.
In 1865 werd een stoomjutebedrijf opgericht met zes spinmachines en vier weefgetouwen. Ter Horst was een van de weinige geïntegreerde bedrijven in de jutesector, met naast een weverij ook een eigen spinnerij. In 1873 werd de vennootschap D. & J. H. ter Horst omgezet in een cv Ter Horst & Compagnie, met drie familieleden Ter Horst (G H, J H en A H) als directeuren en met deelname van Van Heek & Co. te Enschede als stille vennoot met belangrijke invloed. In 1880 werd een plaatselijke concurrent, eveneens spinnerij annex weverij, overgenomen waarmee Ter Horst over twee productielocaties beschikte. De in 1888 geopende spoorlijn Deventer - Almelo betekende een stimulans, de fabriek werd via een zijlijntje van ca. 1 km met deze spoorweg verbonden. Rond 1900 waren er circa 600 arbeiders (op 6003 inwoners) in de fabriek, bijgenaamd 'n Stoom, werkzaam. In 1898 richtte het bedrijf de Muziekvereniging Wilhelmina als fabriekskorps op die sinds 1970 zelfstandig is voortgezet. Een werkstaking van een half jaar vond plaats van 1906-1907, vanwege de arbeidsomstandigheden in combinatie met de lage lonen en lange werktijden. Omstreeks 1910 was Ter Horst met 1100 personeelsleden veruit de grootste van de twee bestaande Nederlandse geïntegreerde jutebedrijven.
Tijdens de crisis van de jaren 30 van de 20e eeuw volgden massa-ontslagen. In 1937 werd de commanditaire vennootschap Ter Horst en Co. omgezet in een N. V. met als oprichters J. J. en J. H. ter Horst, industriëlen te Rijssen, hun mededirecteur M. G. van Heel en nog altijd met deelname van Van Heek & Co.. Maatschappelijk kapitaal ƒ 4.000.000, verdeeld in 400 aandelen op naam, elk groot ƒ 10.000, alle geplaatst en volgestort. De naoorlogse periode ging het weer beter en in 1950 werd met 1300 werknemers de top bereikt. In datzelfde jaar werd een diversificatie ingezet in de vorm van een kamgarenspinnerij Riessen als dochteronderneming. Daarna traden onder meer problemen met de personeelswerving op, wat onder meer leidde tot de vestiging van een filiaal, een weverij, te Holten die in juli 1957 werd geopend. Personeel koos voor andere bedrijfstakken waar de lonen hoger waren. Door de enorme expansie van de vloerbedekkingindustrie was er in de jaren zestig topdrukte. Een filiaal te Lokeren (1966) bracht enige soelaas. Maar vervolgens trad geleidelijk een teruggang in, evenals in andere sectoren van de textielindustrie. In 1980 werden 200 van de 400 nog resterende arbeiders ontslagen en in 1982 ging het bedrijf op in de Nederlandse Jute Industrie Groep. Het bedrijf was sindsdien geen familiebedrijf meer. De Groep produceerde voor de automobiel- en tapijtindustrie. In de jaren 90 van de 20e eeuw werden de meeste fabrieksgebouwen gesloopt en op 12 februari 2003 werd het bedrijf failliet verklaard, waarbij de 51 resterende arbeiders op straat kwamen te staan.
Een aantal voorwerpen die betrekking hebben op de jutefabricage bevinden zich in het Rijssens Museum. Ook de verzameling kunstvoorwerpen, bijeengebracht door directeur Van Heel, bevindt zich daar.
Naast het muziekgezelschap Wilhelmina bestaat ook nog de Stichting Grietje en Jan ter Horst, die het Zorgcentrum Wellehof beheert.
Auke Haijo ter Horst (1850-1916) en Jan ter Horst (1861-1919) waren verantwoordelijk voor de aanleg van het Volkspark in Rijssen, waar door de werknemers van de fabriek de Gedenknaald Ter Horst werd opgericht. Hier staat ook het Parkgebouw, door de familie Ter Horst gesticht.