Quanjer werd geboren als zoon van Aaldert Arnold Quanjer en Engelina Dina Thomkins. Hij trouwde in 1868 met Adriana Johanna van der Tou. Hij werd opgeleid voor de militaire geneeskundige dienst. Hij was van 1866 tot 1881 officier van gezondheid. Vanaf 1877 was hij gevestigd als arts in Utrecht.
In 1875 verscheen in twee delen zijn roman Een pleegzoon. Daarnaast publiceerde hij enkele veel gelezen kleine werken over gezondheidsleer. In 1911 verscheen van de hand van Quanjer de eerste Nederlandse vertaling van Thomas Manns roman Buddenbrooks.
Publicaties
Een pleegzoon (H.W. van Marle, Arnhem, 1875)
De school van een geneeskundig standpunt beschouwd (Utrecht, Van Terveen & zoon, 1879)