| Thomas Boleyn | ||||
|---|---|---|---|---|
| Geboren | ca. 1477 | |||
| Overleden | 12/13 maart 1538/1539 Hever Castle (Kent) | |||
| Land | Koninkrijk Engeland | |||
| Partner | Elisabeth Howard | |||
| Beroep | Diplomaat | |||
| Monarch | Hendrik VIII | |||
| ||||
Thomas Boleyn, graaf van Wiltshire, graaf van Ormond en burggraaf van Rochford (ca. 1477 – 12 maart 1539), was een Engelse diplomaat en politicus. Hij was de vader van Anna Boleyn, de tweede echtgenote van koning Hendrik VIII, en de grootvader van koningin Elizabeth I.
Als diplomaat en hoveling werd hij door Hendrik VII en Hendrik VIII gewaardeerd om zijn kwaliteiten als onderhandelaar en zijn talenkennis. Hij was gedurende zijn loopbaan ambassadeur in de Habsburgse Nederlanden en Frankrijk en was lid van de Privy Council. Door Hendrik VIII werd hij in 1523 benoemd tot Ridder in de Orde van de Kousenband en in 1525 verheven in de adelstand als burggraaf van Rochford; in 1529 werd hij graaf van Wiltshire en graaf van Ormond. Na de executie van zijn dochter Anna en zijn zoon George wegens overspel en hoogverraad in mei 1536 was zijn loopbaan ten einde, hoewel hij nog wel verbonden was aan het hof.
Boleyn werd rond 1477 geboren op Hever Castle in Kent, als zoon van Sir William Boleyn, een welgestelde lakenhandelaar die burgemeester van Londen was geweest, en zijn vrouw Margaret Butler, een dochter en mede-erfgename van Thomas Butler, de graaf van Ormond. De familie Boleyn was niet van adel, maar door huwelijken verwant met verschillende adellijke families.
In zijn jeugd was hij verbonden aan het hof van Hendrik VII. Hij woonde het huwelijk bij van prins Arthur van Wales met Catharina van Aragon. In 1503 maakte hij deel uit van de escorte van prinses Margaret Tudor naar Schotland, waar zij met koning Jacobus IV zou trouwen.
Hij trouwde met Elisabeth Howard, de oudste dochter van Thomas Howard, de tweede hertog van Norfolk en een zuster van Thomas Howard, de derde hertog. Zij was een hofdame van Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII.
Zij kregen in ieder geval vijf kinderen, van wie er drie volwassen werden:
Een groot deel van zijn leven was Boleyn persoonlijk niet erg rijk, maar wist dat hij uiteindelijk een aantal fortuinen zou erven. Hij was afhankelijk van gunsten en geschenken van de koning om rond te kunnen komen, en moest van tijd tot tijd land verkopen of verpachten. Hij stond bekend als ambitieus en inhalig, en sterk gericht op zijn eigenbelang. Hij was jarenlang in conflict met zijn achterneef Piers Butler over de vraag wie van hen beiden de rechtmatige erfgenaam van de titel graaf van Ormond was. Toen de echtgenoot van zijn dochter Maria overleed en haar met schulden achterliet, moest de koning Thomas Boleyn bevelen om zich financieel om Maria en haar kinderen te bekommeren.
Door zijn benoeming in 1512 tot ambassadeur in de Lage Landen kwam hij in contact met de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Ze konden zo goed met elkaar overweg dat zij zijn dochter Anna als erejoffer aan haar hof aanvaardde. Een jaar later vertrok Anna naar Frankrijk, waar ze erejoffer werd bij koningin Claude, de echtgenote van koning Frans I. In 1518 en 1519 was Boleyn ambassadeur in Frankrijk. Zijn belangrijkste opdracht was het organiseren van een ontmoeting tussen Frans I en Hendrik VIII: het Goudlakenkamp dat van 7 tot 20 juni 1520 plaatsvond.
Door Hendrik VIII werd hij in 1523 benoemd tot Ridder in de Orde van de Kousenband. Boleyn werd in 1525 in de adelstand verheven als burggraaf Rochford; in 1529 werd hij eindelijk graaf van Ormond en ook graaf van Wiltshire. Hij werd in 1530 benoemd tot Lord Privy Seal. Datzelfde jaar bepleitte hij bij paus Clemens VII en keizer Karel V de door Hendrik VIII gewenste nietigverklaring van zijn huwelijk met Catharina van Aragon.
Zijn oudste dochter Maria was tussen 1522 en 1525 enige tijd de maîtresse van Hendrik VIII. Rond 1526 werd de koning verliefd op Boleyns jongste dochter Anna, met wie hij in 1533 trouwde.
In de drie jaar dat zijn dochter Anna koningin-gemalin was, had Boleyn veel invloed aan het hof; ook zijn zoon George was actief als diplomaat. Er is vaak gesuggereerd dat Boleyn zijn dochters opofferde voor persoonlijk gewin en uitsluitend daardoor carrière maakte. Hij was echter al jaren een succesvolle ambassadeur en hoveling voordat Maria en Anna de aandacht van de koning trokken.
Anne Boleyn werd in mei 1536 beschuldigd van overspel met haar broer George en vier andere mannen, en van hoogverraad. Boleyn maakte deel uit van de jury die de vier mannen berechtte en hen ter dood veroordeelde. Hij was hoogstwaarschijnlijk geen lid van de jury bij het proces van zijn kinderen Anna en George. Beiden werden schuldig bevonden aan incest en hoogverraad en geëxecuteerd. In de 21e eeuw gaan de meeste historici ervan uit dat Anna Boleyn en George Boleyn slachtoffer zijn geworden van een machtsstrijd aan het hof; aan de beschuldiging van incest is nooit veel waarde gehecht.
Thomas Boleyn bleef na de executie van zijn kinderen verbonden aan het hof, maar werd ontheven uit zijn functie als Lord Privy Seal. Enkele jaren later werden de aanspraken van Piers Butler op het graafschap Ormond alsnog erkend en verloor Boleyn deze titel.
Na de dood van zijn vrouw Elizabeth in 1538 verzoende Boleyn zich met zijn enige overlevende kind Maria. Zij was in 1534 bij de familie in ongenade gevallen omdat ze in het geheim een tweede huwelijk had gesloten, naar mening van de familie beneden haar stand. Na de dood van haar vader in 1539 erfde ze een aantal van zijn landgoederen.
Thomas Boleyn was de grootvader van Elizabeth I van Engeland, die niet trouwde en geen kinderen had. Via de kinderen van Maria Boleyn is hij een voorouder van koning Charles III én van diens eerste vrouw Diana Spencer.