| Portaal |
|---|
Een thoraxdrain is een flexibel plastic slangetje dat door de borstwand in de pleuraholte wordt ingebracht. Het wordt gebruikt om lucht (bij een klaplong), vocht (bij pleuravocht of hemothorax) of pus (bij een pleuraal empyeem) te verwijderen. Bij patiënten met een spanningspneumothorax kan eerst een pleurapunctie worden uitgevoerd.
Patiënten liggen tijdens de procedure doorgaans op hun rug, waar nodig met de hoofdsteun van het bed rechtop gezet, met de handen achter het hoofd. Nadat het gebied is gereinigd met chloorhexidine en plaatselijk is verdoofd, wordt er een horizontale incisie van twee centimeter gemaakt tussen de vierde en vijfde intercostale ruimte (de ruimte tussen de vierde en vijfde rib of de ruimte tussen de vijfde en zesde rib) op de voorste axillaire lijn (deze loopt aan de voorkant van het lichaam vanaf de oksel in een rechte lijn naar beneden). Vervolgens wordt een forceps (een speciaal soort tang) gebruikt om een intercostale ruimte hoger het borstvlies door te snijden. Om het inbrengen van de thoraxdrain te vergemakkelijken kan een vinger in het gat worden gestoken. Het slangetje wordt naar boven gericht voor het afvoeren van lucht en naar beneden voor het afvoeren van vloeistof. Het slangetje wordt vervolgens met hechtingen aan de huid bevestigt, waarna het met een steriel gaascompres wordt bedekt en vastgeplakt. Het wordt ten slotte verbonden met een drainagesysteem.
De toegepaste slangetjes hebben maten van 6 tot 40 French (2 tot 13,33 mm) en zijn gemaakt van siliconen of polyvinylchloride. Ze hebben over het algemeen een aantal gaten aan één uiteinde en een streep langs de zijkant die op röntgenfoto's helder oplicht.
Bij een klaplong zijn er bubbels te zien in het drainagesysteem. Er wordt vervolgens een röntgenfoto van de borstkas gemaakt om de plaatsing te bevestigen. Vaak wordt er antibiotica voorgeschreven om infecties te voorkomen. Het slangetje kan verwijderd worden zodra er gedurende meer dan twallf 12 tot 24 uur geen lucht meer lekt of de hoeveelheid vloeistof die uit de pleuraholte komt minder dan 200 milliliters per 24 uur is. Tijdens het verwijderen moet de patiënt zo diep mogelijk inademen en die ademteug vasthouden. Na 12 tot 24 uur wordt er nog een röntgenfoto van de borstkas gemaakt. Complicaties kunnen onder andere bestaan uit subcutaan emfyseem, verstopping van het slangetje, bloeding, infectie, re-expansief longoedeem en letsel aan de longen of het middenrif.
Hippocrates gebruikte rond 400 v.Chr. voor het eerste een metalen buis als thoraxdrain om een empyeem te draineren. In 1873 werden watersloten toegevoegd die voorkomen dat lucht de pleuraholte in lekt. Thoraxdrains werden in de jaren 1920 op grote schaal gezet bij empyeem door longontsteking ten gevolge van de grieppandemie in 1918-1919.