| Tim Etchells | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Stevenage, 1962 | |||
| Geboorteland | Engeland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | Regisseur, theatermaker, schrijver, beeldend kunstenaar | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Werkgever | Universiteit van Lancaster | |||
| Links | ||||
| Website | ||||
| ||||
Tim Etchells (Stevenage, 1962) is een Engelse regisseur, schrijver en beeldend kunstenaar, woonachtig te Sheffield en Londen. Hij is sinds 1984 artistiek leider van het experimentele theatergezelschap Forced Entertainment. Ongeveer alle voorstellingen van dit gezelschap zijn gemaakt onder zijn regie of co-regie. Ze worden, naast het Verenigd Koninkrijk, vertoond op internationale podia en vooral in Duitsland en België. Hij schrijft fictie en non-fictie en publiceerde boeken en artikels over de hedendaagse podiumkunsten. Als beeldend kunstenaar werkt hij vaak met neon. Hij houdt zich verder bezig met performancekunst, video, fotografie, tekstprojecten, installaties en werkt als lesgever. Etchells werkte ook samen met artiesten als Meg Stuart, Ant Hampton, Fumiyo Ikeda, Seke Chimutengwende en Tanztheater Wuppertal.
Etchells werd geboren in Stevenage, een stad in Hertfordshire. Op school leerde hij "via de gebruikelijke Engelse mengelmoes van kerstspelen en pantomimes veel over slechte kostuums en kartonnen decors." Later ging hij naar een grote middelbare school waar drama niet officieel in het curriculum zat, maar met een enthousiaste aardrijkskundeleraar voerden ze toneelstukken op. "We deden vreselijke dingen", verklaarde hij aan e-tcetera magazine: "Maar iets in dat proces raakte me." Als tiener was hij gek op muziek en ging vaak naar concerten: "De postpunk scene was eclectisch en semi-theatraal." Via dj John Peel en NME magazine ontdekte hij "het web van verwijzingen dat daaruit voortvloeide naar de tegencultuur, experimentele literatuur en kunst. Het was duidelijk dat ik een bepaalde affiniteit had met taal, met schrijven, met de vreemde randjes ervan."
Aan de Universiteit van Exeter studeerde hij Engels en Drama. In het theaterlaboratorium aldaar werkten ze niet puur theoretisch, maar met "concrete studiopraktijk". In 1984 studeerde hij af en richtte met vijf medestudenten het gezelschap Forced Entertainment op, om "het theater te heruitvinden". Ze vestigden zich in Sheffield, omdat ze "wilden ontsnappen aan de invloed van de hoofdstad". Aan de krant The Guardian verklaarde Etchells dat die stad "een goede, geïsoleerde broeikas was. De periferie biedt ruimte voor andere visies."
Om de algemeen aanvaarde opvattingen over theater ter discussie te stellen, vermijdt het gezelschap een aantal geplogenheden, zoals een vastomlijnd script, een duidelijke verhaallijn, of realistische personages die door acteurs tot leven worden gebracht op het podium. Ze creëren eerder "speelse, improvisatorische voorstellingen," waarbij elk lid bijdraagt aan het geheel. Etchells verklaarde: "We creëren in de repetitieruimte, zonder veel van tevoren te weten. Mijn rol is om aan de zijlijn te staan, toe te kijken, terwijl de rest midden in de vrolijke chaos zit. Dat geeft me een ander perspectief. ... Ik wil niet doceren. Ik wil mensen niet vertellen wat ze moeten denken. Ik wil een energieveld creëren dat grappig, verontrustend en speels is, waar het publiek de politiek, de emotie en de realiteit van wat zich voor hen afspeelt, zelf kan interpreteren." Over zijn visie op theater zei Etchells het volgende: "Kunst is een uitstekende manier om de maatschappij te begrijpen – wat ons bindt en wat ons uit elkaar drijft. Theater is misschien wel de beste vorm om deze vragen te beantwoorden, omdat het zo nauw verbonden is met de sociale handeling van samenkomen en kijken, de gemeenschappelijke interactie tussen het podium en de zaal. Ik hou van performance omdat het de grenzen van dat contract tussen mensen echt kan aftasten en verleggen."
De eerste voorstelling van Forced Entertainment was Jessica in the Room of Lights uit 1984), waarin ze een "wazig verhaal verkennen over een bioscoopmedewerkster wiens echte leven vermengd raakt met de films die ze op haar werk ziet." Veel van de geplogenheden van het gezelschap waren hier al aanwezig, zoals het gebruik van voice-over en een soundtrack en een vertelwijze "gebaseerd op de botsing en tegenstrijdigheid van fragmenten in plaats van op een lineaire opeenvolging van gebeurtenissen."
In december 1987 kwam het gezelschap voor de eerste keer naar de Lage Landen, met (Let the Water Run its Course) to the Sea that Made the Promise. Deze voorstelling was te zien in het Shaffytheater in Amsterdam, de Toneelschuur in Haarlem, de Beursschouwburg in Brussel, Monty in Antwerpen en Nieuwpoorttheater te Gent. In 1989 kwamen ze opnieuw naar het Nieuwpoorttheater, met de voorstelling 200% and Blood Thirsty. Met Emanuelle Enchanted kwamen ze in 1993 ook weer naar de Monty, de Toneelschuur en Nieuwpoorttheater. In 1994 was Club of No Regrets te zien in het Nieuwpoorttheater en op het Festival a/d Werf in Utrecht. Speak Bitterness werd in 1997 vertoond op het Festival a/d Werf en in het Nieuwpoorttheater en de Rotterdamse Schouwburg.
Met A Decade of Forced Entertainment vierde het gezelschap in 1994 zijn tienjarig bestaan. Deze lezing/performance "illustreert de methodes en bekommernissen van Forced Entertainment, door ze zelfbewust op te voeren - een dubbele houding die blijkt uit de afwisseling tussen de eerste en derde persoonsvorm meervoud. ... Die verschillende schalen versplinteren de op zich reeds discontinuë en interdisciplinaire producties van het gezelschap nog meer." In 1999 was deze lezing/performance te zien in Monty Antwerpen.
In 1995 maakte Forced Entertainment Nights in this City, een performance waarbij zowel publiek als artiesten zich in een rijdende bus bevonden voor een tour doorheen Sheffield, waarbij een rondleiding werd gegeven door verschillende gidsen die "feiten vermeden in hun zoektocht naar een andere waarheid." In 1997 werd het project in Rotterdam heropgevoerd.
Met Quizoola! maakten ze in 1996 een geïmproviseerde voorstelling waar "de performers voortdurend vragen stellen en beantwoorden. Of het nu filosofische, triviale of zeer persoonlijke vragen zijn, de antwoorden moeten ter plekke worden verzonnen. De antwoorden zijn soms waar, soms lang, soms onwaar, soms serieus, soms kort en soms komisch." De performance duurde 6 uur of 24 uur, waarbij het publiek vrij was om de hele voorstelling te blijven zitten of af en toe binnen te lopen. Quizoola! was te zien in Victoria Gent (1998), kunstencentrum STUK in Leuven (1998), Tweetakt festival in Antwerpen (1999), Monty Antwerpen (1999) en Kunstenfestivaldesarts (2000). Exclusief voor het Brusselse festival maakten ze ook de video installatie/performance Scar Stories. Quizoola! werd vertoond op internationale podia tot in 2023.
Op het Gentse Time festival in 1997 waren drie producties van Forced Entertainment te zien, waaronder de premiere van Pleasure. Ook de voorstelling Showtime uit 1996 en de installatie Ground Plans for Paradise maakten deel uit van het festival. Met Dirty Work uit 1998 stonden Etchells en z'n gezelschap in 2000 in de Rotterdamse Schouwburg en in 2009 in Kaaitheater Brussel. In 2002 stonden ze opnieuw op Kunstenfestivaldesarts met drie voorstellingen: First Night, And on the thousandth night ... en Instructions for forgetting.
Met Bloody Mess en het in 1993 gecreëerde 12AM: Awake & Looking Down kwam Forced Entertainment in 2004 naar het Kunstenfestivaldesarts, in het Brusselse Kaaitheater. Bloody Mess werd omschreven als "een hoogtepunt in hun twintigjarige theatercarrière, een epos voor de tien vertolkers, dat een opzienbarende en komische nieuwe logica creëert vanuit de botsingen van losstaande personages, verhalen en performances. ... Bloody Mess is een visuele voorstelling die de moderne wereld probeert te beschrijven in al zijn schoonheid, horror en complexiteit." In het Theaterschrift Lucifer magazine beschreef men het doorbreken van de vierde wand in deze voorstelling: "Acteurs zeggen bijvoorbeeld: 'Ik ga nu af en ga me verkleden als IJskoningin', waardoor de acteur achter het personage zichtbaar blijft. De technicus die de sneeuw- en schuimmachine bedient, is ook zichtbaar op het toneel en wordt door de spelers als 'Flockenmeister' aangesproken. Die doorzichtigheid, de speelsheid en de zichtbaarheid van de acteur-in-actie doet performanceachtig aan."
Voor ALIBI van Meg Stuart schreef Etchells een deel van de tekst. Stuart werkt "op de grenslijn tussen theater, dans, beeldende kunst, nieuwe media en architectuur" en met deze voorstelling wilde ze "de situatie onderzoeken waarin we altijd en overal met beelden van onszelf en anderen geconfronteerd worden, tot we enkel in die beelden lijken te bestaan, tot ze onze ervaring verbrokkelen of zelfs volledig overschrijven. Het gevoel niet aanwezig te zijn bij je eigen daden." Etchells werkte zodoende rond "het onderscheid tussen een gebeurtenis die is omgevormd tot een verhaal en een gebeurtenis die ‘niet-verhaald’ blijft – traumatisch, in voortdurende ontwikkeling, nog niet verwerkt, nog onbegrepen." In het programmaboekje schreef hij: "Inzicht, als dat al in ALIBI voorkomt, is altijd onzeker, fragmentarisch. ... Niet zozeer het inzicht, als wel het gevecht om het te vinden, het besef dat woorden ook leugens, teleurstellingen, misverstanden, onvoltooide waarheden kunnen zijn. Wat kun je weten in een ogenblik?" Deze voorstelling was te zien in Kaaitheater Brussel, De Singel in Antwerpen, het Holland Festival de Rotterdamse Schouwburg en kunstencentrum VIERNULVIER in Gent.
In 2005 opende het Kaaitheater z'n theaterseizoen met Forced Entertainments twaalf uur durende lezing/performance Marathon Lexicon, waarbij voor elke letter van het alfabet een aantal lemma's besproken worden, die van ver of dichtbij te maken hebben met podiumkunst. Exquisite Pain (2005) was te bewonderen in Kaaitheater en het STUK. Met The World in Pictures (2006) maken ze volgens Bruzz magazine "het midden tussen een existentialistische reflectie, cabaret en een doortrapte rockshow." Deze voorstelling passeerde in Vooruit Gent, Stadsschouwburg Groningen, Rotterdamse Schouwburg, Schouwburg Amsterdam, Stadsschouwburg Utrecht en STUK in Leuven.
In 2007 creëerde Etchells het jeugdtoneel That Night Follows Day voor het Gentse kunstencentrum Victoria. Samen met schoolkinderen van 8 tot 14 jaar ontwikkelde hij de tekst en bijhorende performance over "hoe zij de wereld van de volwassenen meemaken en hoe de volwassenen hun eigen wereld projecteren op die van de kinderen." In een radio-interview verduidelijkte een van de deelnemertjes: “We willen hen echt confronteren met wat zij allemaal zeggen en wat ze ons allemaal leren. Ook leugens en zo. Ze denken dat wij dat allemaal geloven.” De Morgen had het over "een jongerenkoor dat impliciet het actieve, volwaardige burgerschap opeist. ... De kinderen dienen als kleine spiegel voor de grote zaal. Etchells heeft hun spontaniteit tot op de millimeter moeten drillen om geen kakofonie te krijgen." In De Standaard wordt het omschreven als "een polyfone variant op Pink Floyds Another Brick in the Wall. Zijn partners in crime zijn zeventien kinderen tussen acht en veertien jaar - al dan niet toevallig de leeftijd van Etchells’ eigen kroost. Samen gieten ze een stortbad van herkenbare geboden en verboden uit over het publiek." In Focus Knack ging het over hoe "de kinderen het volwassen publiek ietwat berispend toespraken over hun betweterige en vaak te betuttelende houding jegens hen." In het dagblad Trouw had men het dan weer over "een groep kinderen die zich als koor voor het publiek opstellen om hen hun hypocriete gedrag terug in het gezicht te gooien. 'Jullie nemen geld uit onze spaarpot en beloven dat je het later zal terugbetalen. Jullie maken beloftes en denken dat we ze niet zullen onthouden'. Het leverde een confronterende ontmaskering van het volwassen publiek op."
Etchells schreef essays voor de monografie Still Lives die performancekunstenaar Franko B maakte voor het project Drama Queens van het visuele Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen en Dragset. Vervolgens werkte hij met dat duo aan hun project Happy Days in the Art World (2011), een bewerking van Happy Days van Samuel Beckett, waar ook de acteurs Joseph Fiennes en Charles Edwards aan meewerkten. In een recensie stond te lezen: "Etchells is een experimentele Britse toneelschrijver van enige faam wiens werk Beckettiaans is, niet Beckett-achtig. Zijn werk is spottend en meanderend, maar kan echt onder de huid kruipen en sluimerende gevoelens blootleggen van verachting, eenzaamheid, het onvermogen om te communiceren en nutteloosheid."
In 2013 was Etchells gastcurator van het Exodos kunstenfestival in Ljubljana, waar hij een programma samenstelde met performance, theater en dans. In het kader van dit festival was er ook de expo What Is, and What Is Possible, met fotografisch werk van Etchells en Hugo Glendinning. Op 25 november 2013 gaf Etchells de inleidende rede Live Forever in Tate Modern, in het kader van hun onderzoeksreeks Collecting the Performative, waarbij hij "de verschillende kaders onderzoekt waarmee live-werken na de eerste uitvoeringen blijven voortbestaan en circuleren. Aan de hand van onderwerpen als partituur, documentatie en archivering, herhaling en transformatie, live-uitvoering en aanwezigheid, gaat Etchells in op enkele belangrijke vraagstukken met betrekking tot performance, de plaats ervan in de cultuur en de veelgeprezen (maar soms ook betreurde) vergankelijkheid ervan." In Theater Frascati in Amsterdam bracht hij met Forced Entertainment in 2013 de "postdramatische" voorstelling Tomorrow’s parties , een "humoristische deconstructie van het begrip verhaal".
Zonder Forced Entertainment maar met kunstenaar Ant Hampton maakte Etchells de voorstelling Lest We See Where We Are (2013). Hampton houdt zich bezig met wat hij "autoteatro" noemt: de toeschouwers voeren zelf het stuk op, voor elkaar, waarbij ze instructies krijgen via audio, visuele aanwijzingen of tekst. Lest We See Where We Are vond plaats in de steden Gent, Dresden, Basel, Utrecht en Straatsburg en poogde om de deelnemers "anders naar de stad te doen kijken".
Etchells verklaarde dat Forced Entertainment meer een gevestigde waarde was in Duitsland en België dan in hun thuisland, waar ze een "outsider status" behielden. In 2014 werd het 30-jarig jubileum van het gezelschap gevierd door het Hebbel am Ufer theater (HAU) in Berlijn. Op het programma stonden een zes uur durende versie van Speak Bitterness uit 1994, de nieuwe productie The Notebook, een nieuwe versie van That Night Follows Day en een soloperformance van Etchells, genaamd A Broadcast/Looping Pieces. Op de gevel van HAU2 was gedurende het festival een neonsculptuur van Etchells te zien. The Notebook is gebaseerd op een boek van de Hongaars-Zwitserse schrijfster Ágota Kristóf. De enscenering was zeer minimalistisch: een houten vloertje, twee stoelen en twee identiek geklede acteurs die de tekst voorlezen uit twee identieke beige cahiers. De twee wisselen elkaar soms af of spelen samen de dialogen, maar doen lange stukken ook volmaakt unisono. Zo brengen ze "de toeschouwer gedurende twee uur in een bijzonder soort concentratie; het samen vertellen, dat tot op de ademtocht gecontroleerd lijkt te zijn, maakt The Notebook een lugubere trip." Aanvankelijk wilde Etchells dat de twee auteurs samen het hele boek voorlazen, maar toen dat te lang bleek te duren, opteerden ze voor een adaptatie. Deze voorstelling was te zien in Kaaitheater Brussel en Theater Frascati Amsterdam.
In 2014 maakte Etchells voor Kunstenfestivaldesarts een posterproject genaamd And For The Rest. Hij selecteerde fragmenten uit een reeks interviews met inwoners van de stad die "om uiteenlopende redenen zijn uitgesloten van het stemproces. Kinderen, asielzoekers, migranten en vluchtelingen, maar ook daklozen werden gevraagd naar hun wensen, behoeften, eisen en hoop voor de toekomst, met de focus op wat ze graag zouden willen veranderen." Uitspraken zoals ‘Make every Sunday a Car-Free Sunday in Brussels’ of ‘Paint all the buildings in the city in different colours’ werden geprint op posters die te zien waren in het Brusselse straatbeeld.
Vierhonderd jaar na de dood van William Shakespeare bracht Forced Entertainment de theatermarathon Complete Works: Table Top Shakespeare (2015). Zes performers creëerden verkorte versies van alle toneelstukken van the Bard of Avon met behulp van alledaagse voorwerpen. In dit low-budget poppenspel worden een zout- en peperstel de koning en koningin, een vaas de prins, een luciferdoosje de bediende, een wc-rol de herbergier, een waterfles de boodschapper, enzoverder. In een interview met De Standaard verklaarde Etchells: "Ik hou erg van de poëzie van Shakespeare, maar ik ben nog meer geïnteresseerd in de plotmechanismen die hij hanteert. ... Welke trucs gebruikt hij om zijn verhalen op te bouwen? Door al zijn toneelstukken na te spelen in onze eigen woorden, komen de vaak ingenieuze plottwisten aan de oppervlakte. ... Vergelijk het met de motor die je uit een auto haalt om te kijken hoe alle onderdelen functioneren." Tegen De Morgen zei hij dat ze het oeuvre van Shakespeare zeker niet wilden banaliseren: "We maken eigenlijk poppenkastversies van Shakespeares verhalen, dus halen we ze van hun voetstuk. Maar tegelijkertijd willen we dat ze werken als verhalen, dus we blijven wel voorzichtig. We willen de verhalen tot leven brengen; ze niet vernietigen." Deze voorstelling was te zien in Kaaitheater Brussel, Campo Gent en Frascati Amsterdam.
In februari 2016 ontving Etchells de Spalding Gray Award, die uitgereikt wordt in samenwerking met organisaties zoals Performance Space 122 in New York, Walker Art Center in Minneapolis, het Andy Warhol Museum in Pittsburgh en On the Boards in Seattle. In hetzelfde jaar ontving Forced Entertainment de International Ibsen Award, omdat ze "het theater opnieuw uitvinden als een ruimte voor kritisch spel en maatschappelijke reflectie." Het gezelschap ontving de prijs van 2,5 miljoen Noorse kronen op het Internation Ibsen Festival in Oslo op 23 september. De jury prees Forced Entertainment om haar unieke werk: "Deze invloedrijke theatergroep erkent theater als een centrale stem in de maatschappij en gebruikt deze om een dialoog te starten over sociale normen en waarden".
Samen met choreografe Meg Stuart maakte Etchells in 2016 de "gestructureerde improvisatie" Shown and Told. Etchells werkte voor deze voorstelling met een verzameling taalfragmenten die hij doorheen de jaren verzamelde. Op de vraag of Stuart verantwoordelijk was voor het fysieke aspect van de improvisatie en hij voor het verbale, antwoordde hij dat hij "met die taalfragmenten ook iets fysieks wilde creëren". Hij verduidelijkte: "Ik wilde ze belichamen en in tijd en ruimte verankeren. In die zin raken ze verbonden met het fysieke. Ze veranderen van woorden op een computerscherm of op papier in woorden in een lichaam, in de lucht. ... Hoe vluchtig de stem ook is, ze is nog steeds verbonden met het lichaam. Tegelijkertijd zijn er ook momenten in het werk waarop ik niet spreek en Meg wel, of waarin we allebei niet spreken. Het verschuift in verschillende richtingen." Aan De Morgen verklaarde hij: "Het is verbazend hoe verschillend de impact en de betekenis van dezelfde woorden kan zijn, als je ze in een ander medium presenteert. Dat is hier ook zo: we gebruiken dingen die we zelf maakten en dus kennen, maar ontdekken ze hier op een andere manier, doordat de context anders is." Pzazz.Theater schreef hoe ze zonder kostuums, muziek en zelfs zonder verhaal werken, maar "elkaar dingen toeschuiven om te zien hoe de ander daarop reageert. Zodoende stelt niet alleen de toeschouwer zichzelf de vraag wat er op het podium gebeurt, maar ook de performers zelf worstelen daarmee. Naar het einde van de voorstelling toe spelen ze dat letterlijk uit- en bevragen ze elkaar over dingen die ze eerder op de avond deden." Deze voorstelling was te zien in Monty Antwerpen, Kaaitheater Brussel en Frascati Amsterdam.
Op 29 maart 2019, vlak voor de geplande Brexit, bracht Forced Entertainment in Frascati Amsterdam een speciale editie van de performance Speak Bitterness, als een zes uur durende theatrale verontschuldiging aan de Europese Unie. Sheffield, de thuishaven van het gezelschap, was de enige grote stad in Noord Engeland waar een meerderheid voor Brexit gestemd had. Aangezien het gezelschap vaak samenwerkt met Europese co-producenten en fondsen en een veelgevraagde gast is in Belgische en Duitse theaters en op internationale festivals, waren ze zeer ongerust over deze ontwikkeling. Etchells verklaarde: "We zullen niet meer zo makkelijk van het ene naar het andere land kunnen reizen, materialen meenemen en betaald worden. ... In Engeland is er weinig steun voor internationaal werk. Misschien wordt dat straks nog erger dan het nu al is. ... Er is hier nu een enorme publieke agressie tegenover mensen van elders. Rechtse verenigingen en partijen worden steeds meer georganiseerd en gewelddadiger. Mensen die hier al tientallen jaren wonen weten ook opeens niet meer of ze mogen blijven." De voorstelling Speak Bitterness werd steeds aangepast aan lokale en actuele omstandigheden, waardoor ze zeer geschikt is "om te reflecteren op die verschuiving naar rechts".
In 2019 verscheen Etchells boek Endland, met een voorwoord van Pulp-zanger en mede-inwoner van Sheffield Jarvis Cocker, een verzameling "grappige en wanhopige fabels over hoe mensen proberen (en falen) om een beetje leven op te bouwen wanneer ze gestrand zijn in een beschimmeld wrak." De titel is een woorspeling op England (Engeland) en The Guardian schreef "Er zijn geen happy endings in deze smerig grappige fantasmagorie die zich afspeelt in een verwrongen versie van Engeland." Etchells verklaarde "Gedurende mijn hele leven zijn de spanningen en problemen die inherent zijn aan dit land - de politiek, de verdeeldheid - altijd zichtbaar geweest. ... Misschien lijkt het soms alsof die scheuren beter verborgen zijn, maar nu komen ze duidelijk aan het licht." Het zijn echter geen realistische verhalen: "Ik ben geïnteresseerd in hoe een poëtisch begrip van de hedendaagse wereld of ervaring eruit zou kunnen zien. De verhalen zijn op zoveel voor de hand liggende manieren absurd en ze proberen niet, op een Dickensiaanse manier, de werking van de maatschappijstructuur te tonen."
Etchells werkte opnieuw met Ant Hampton voor de "autoteatro" voorstelling Not to Scale (2021). Deze keer lieten ze de deelnemers zelf een verhaal tekenen. Ze werden per twee aan een tafeltje gezet met potloden, gummen en een stapeltje A4’tjes, waarna een stem via een koptelefoon opdrachten gaf. Zo ontstond "een miniverhaal over een minipoppetje dat plotseling door een moordenaar wordt belaagd. In kleine anekdotes spelen de makers zo met hoe je als tekenaar/kunstenaar de macht hebt over leven en dood van je personages, en over het wereld- of mensbeeld dat je daarmee creëert. ... Door delen te laten uitgummen en verderop opnieuw te laten tekenen, creëren ze de suggestie van beweging en animatie." Deze voorstelling was te zien in Vera Groningen, tijdens het Noorderzon festival.
In 2023 creëerden Etchells en Forced Entertainment met choreograaf Seke Chimutengwende de voorstelling If All Else Fails, die bestaat uit korte, geïmproviseerde sketches waarin twee acteurs spelen met de herhaling en intonatie van zinnen. De Theaterkrant schreef: "De eerste zin is "We are good people" en die wordt meteen zesentwintig keer hernomen, waarbij elke herhaling een andere emotie of intonatie meekrijgt. ... De steeds terugkerende zin "This is part of the test" houdt alles bij elkaar. Met elke scène wordt duidelijker dat deze fictieve test die door de personages wordt uitgevoerd een weerspiegeling is van ons menselijk bestaan. De verschillende intonaties en herhalingen lijken voor te stellen om de dingen vanuit een ander perspectief te bekijken." Deze voorstelling was te zien in theater Het Huis in Utrecht tijdens het Spring festival.
Op vraag van NTGent reflecteerde Etchells in 2023 op "de geschiedenis van (zijn) theater", voor hun reeks Histoire(s) du Théâtre, waarvoor voormalig artistiek leider Milo Rau elk jaar een andere theaterpersoonlijkheid de opdracht gaf om "na te denken over theater als kunstvorm". Na Rau zelf volgden Faustin Linyekula, Angelica Liddell en Miet Warlop. Etchells was de vijfde in het rijtje die mocht nadenken over de vragen "Wat is het wezen van theater?" en "Wat kan het vandaag nog betekenen?" Als titel voor zijn voorstelling How Goes the World? gebruikte hij een zinsnede uit Macbeth van Shakespeare, wat reeds het meta concept er achter illustreert. Vier performers komen en gaan in een aaneenrijging van rollen, kostuums, scènewisselingen en lichteffecten. Ze verdwijnen en verschijnen door deuren die van muren zijn gescheiden. De piano speelt hetzelfde deuntje steeds opnieuw, de melodie vervormend. In e-tcetera oordeelde de recensent: "Concreet past Etchells een muzikaal procedé toe op de beeldende en narratieve kunst die theater is. Hij sampelt de toneeltraditie tot een irritante loop station. ... Dat hoge meta-gehalte, die voortdurende neiging tot toneel als citaat en echokamer, hoeft op zich niet te verwonderen." De Standaard schreef: "Als oprichter van het legendarische Britse gezelschap Forced Entertainment is Etchells zelf een beetje levende geschiedenis. Zijn absurde, filosofische, poëtische teksten draaien altijd weer je perspectief op de werkelijkheid om." In Pzazz.Theater schreef Johan Thielemans: "Van de vier spelers wordt een uiterste concentratie gevraagd. Zij leveren een mooi voorbeeld van fysiek acteren. Of de voorstelling een antwoord biedt op de titel, is zeer de vraag. Wat we zien is theater om het theater." In De Morgen luidde het: "Dat is wat Etchells al decennia doet: spelen met de theatercodes, het installeren van een andere kijk op de theaterrealiteit – vanuit de noodzaak iets te zeggen over de échte wereld."
Op het Festival van Avignon 2023 ging L'Addition in première. Etchells maakte deze voorstelling met Bertrand Lesca en Nasi Voutsas, ook gekend als performance duo Bert and Nasi. The Guardian noemde L'Addition "hilarisch" en "een slapstick versie van Vladimir en Estragon van Waiting for Godot". Deze voorstelling was te zien in Hetpaleis in Antwerpen.
Etchells gaf les aan verschillende instituten. In 2006 gaf hij een reeks workshops aan Stanford University. In 2010 en 2011 gaf hij les in performance studies aan de universiteit van Hamburg. Sinds 2015 is hij hoogleraar performance aan de Universiteit van Lancaster.