De benaming Toegoenezen slaat op de bewoners van de wijk Toegoe in Jakarta op Java in Indonesië. In vroegere tijden was de kampong Toegoe in feite een dorpje net buiten de stad Batavia.
Het Nederlandse handelsbedrijf de Vereenigde Oostindische Compagnie veroverde op op Java in de 17e eeuw steeds meer gebieden en handelsposten op de eerst aanwezige Europeanen de Portugezen. Tot het protestantisme overgegane katholieke voormalige slaven van gemengde afkomst konden zich in Batavia vestigen en kwamen onder andere in Toegoe terecht. Het dorpje lag gedurende de natte tijd van het jaar geïsoleerd in een moerassig gebied en kon mede daardoor een eigen cultuur ontwikkelen. Een belangrijk aspect hiervan was de krontjongmuziek, met Portugese invloeden, die er ontstond.
Toen Indonesië na de vrijheidsoorlog in 1949 zelfstandig werd, verhuisden vele Toegoenezen naar Nieuw-Guinea, dat nog onder het Koninkrijk der Nederlanden viel. De Indonesiërs beschouwden hen als bruine Hollanders en ze vreesden daarom discriminatie en vervolging.

Gedurende ongeveer twaalf jaar leidden de gevluchte Toegoenezen een separaat bestaan in Hollandia, het latere Jayapura, op Nieuw-Guinea. Toen in 1962 ook Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië werd overgedragen, besloot het overgrote deel van de Toegoenezen daar te vertrekken. Ze werden gevestigd op plantage Slootwijk in Suriname of gingen naar Nederland.
Bos kere ning kere.
Santa!
Parki bos cura?
Yo nungku cadu.
Yo ja sabe.
Bota!
Bos anda undi?
Yo ningker dah.
Ele ja more.
Ele indana more.
Komaria juku lestu.
Yo anda limpa korpu.
Bos ja limpa korpu?