Tylodorhynchus

Tylodorhynchus is een geslacht van de Pterosauria, behorende tot de Pterodactyloidea, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Engeland. De enige benoemde soort is Tylodorhynchus rodriguesae.

Vondst en naamgeving

De vindplaats

In 2014 vond een Friend of Dinosaur Isle Museum, Will Thurbin, op het strand voor de klippen van Sudmoor Point op de zuid-westelijke kust van het Isle of Wight tussen vuursteentjes een stuk snuit van een pterosauriër. In 2015 schonk hij het zeer zeldzame stuk aan het museum. Hetzelfde jaar wees David Michael Martill het specimen toe aan een Coloborhynchus sp.

In 2020 echter benoemden Borja Holgado en Rodrigo Vargas Pêgas op basis van dit specimen een tweede soort van Uktenadactylus: Uktenadactylus rodriguesae. De soortaanduiding eert Taissa Rodrigues, een van de oorspronkelijke naamgevers van het geslacht.

Het holotype

In 2025/2026 veranderden deze onderzoekers weer van mening en benoemden voor de soort een apart geslacht Tylodorhynchus, afgeleid van het Grieks τυλώδης, tylōdēs, "eeltig", en ῥύγχος, rhynchos, "snuit", een verwijzing naar een eeltige bult op het verhemelte.

Het holotype, IWCMS 2014.82, is gevonden in puin van de Wessexformatie die dateert uit het Barremien. Het bestaat uit een snuitpunt met daarin het eerste en twee paar tanden. De tanden zijn afgebroken. Het fossiel is verweerd.

Beschrijving

Het individu van het holotype is wellicht wat kleiner dan dat van Uktenadactylus maar heeft vermoedelijk nog steeds een spanwijdte van vele meters. Het snuitfragment heeft een lengte van zevenentwintig millimeter, een hoogte van vijfenveertig millimeter en een maximale breedte van 38,5 millimeter.

Er werden in 2026 enkele onderscheidende kenmerken vastgesteld ten opzichte van de Coloborhynchinae als geheel. Tussen het tweede tandpaar bevindt zich een groot knopvormig uitsteeksel. Het deltoïde facet aan de basis van de snuitkam heeft een kleine stompe uitstulping. Het eerste paar tanden staat laag.

In 2020 dacht men dat Uktenadactylus ook een knop tussen het tweede tandenpaar bezat, de reden een directe verwantschap aan te nemen. Bij nader inzien vond men het toch waarschijnlijker dat het om een individuele afwijking van het holotype ging zonder echt "fylogenetisch signaal". Daarbij is de structuur hier in ieder geval niet zozeer een knop als een scherpe richel zodat een homologie problematisch is.

Het eerste tandenpaar is in het deltoïde facet geplaatst en schuin naar voren gericht. Het staat zo laag dat de onderzijde van hun tandkassen onder de bovenkant van de tweede tandkassen ligt. De tweede tanden zijn iets naar buiten gericht in plaats van recht naar beneden zoals bij verwanten. De snuit draagt een kam. Er is weinig van bewaard gebleven maar het lijkt erop dat de bovenzijde ervan glad is zonder lengtegroeve, weer een verschil met Uktenadactylus. Andere verschillen betreffen het deltoïde facet, de driehoekige inzinking in de snuitpunt. Bij Tylodorhynchus zijn de zijkanten holler gekromd en onbreekt een echt diepe deuk in de bovenste punt.

Fylogenie

Vergelijking onder D met verwanten

Een kladistische analyse vond het volgende kladogram waarin Tylodorhynchus niet de zustersoort is van Uktenadactylus maar van een klade die ook Nicorhynchus omvat.

Anhangueridae

Literatuur