United Nations Temporary Executive Authority

West-Nieuw-Guinea
VN-bestuur
← Nederlands-Nieuw-Guinea 1962 – 1963 Indonesië →
(Details)
Kaart
Algemene gegevens
Hoofdstad Hollandia
Oppervlakte 410.000 km²
Bevolking ± 321.000 (1955)
Talen Nederlands, Engels, Maleis en Indonesisch
Munteenheid Nederlands-Nieuw-Guineese gulden
Regering
Staatshoofd José Rolz-Bennett (okt-nov 1962)
Djalal Abdoh (na nov 1962)
Geschiedenis
- Overgangsregering naar Indonesië 1 oktober 1962
- Overdracht aan Indonesië 1 mei 1963
Westelijk Nieuw-Guinea

De United Nations Temporary Executive Authority (UNTEA) was het tijdelijke bestuur van de Verenigde Naties over Westelijk Nieuw-Guinea, van 1 oktober 1962 tot 1 mei 1963. Het orgaan kwam voort uit het Akkoord van New York van 15 augustus 1962, dat een einde maakte aan het conflict tussen Nederland en Indonesië over het gebied. UNTEA nam het bestuur over van Nederland en droeg het na zeven maanden over aan Indonesië.

Daarbij zou de bevolking later zelf over haar toekomst mogen beslissen; die volksraadpleging kwam er in 1969, maar verliep onder Indonesische regie. UNTEA was het eerste geval waarin de Verenigde Naties het volledige bestuur over een gebied uitoefenden.

Geschiedenis

Aanleiding

UNTEA kwam tot stand na het Akkoord van New York van 15 augustus 1962, waarbij de VN de overdracht van het Nederlandse bestuur van Nederlands-Nieuw-Guinea naar Indonesië moest regelen. Als gevolg van een langdurig conflict tussen Nederland en Indonesië over de zeggenschap over het gebied besloot de VN tussen beide partijen te bemiddelen. Nederland had het gebied onafhankelijkheid in het vooruitzicht gesteld en in 1961 een Nieuw-Guinea Raad ingesteld, een orgaan van plaatselijke vertegenwoordigers dat deels gekozen en deels benoemd was. Ook waren een eigen vlag, de Morgenster, en een eigen volkslied, Hai Tanahku Papua, ontworpen; beide werden op 1 december 1961 officieel gevoerd. President Soekarno meende echter dat het gebied deel uitmaakte van de Republiek Indonesië en dreigde met oorlog.

De Amerikaanse president John F. Kennedy steunde de Indonesische claims. Washington vreesde dat Soekarno, die nauw samenwerkte met de communistische PKI en Sovjetwapens ontving, verder naar het Oostblok zou opschuiven. Het onafhankelijkheidsstreven van Westelijk Nieuw-Guinea werd aan dat belang opgeofferd.

Met de overdracht van het bestuur aan de VN verloor Nederland de zeggenschap over Nederlands-Nieuw-Guinea, en kon de toezegging van onafhankelijkheid niet meer worden nagekomen. Voorafgaand aan het aantreden van UNTEA verlieten ongeveer 15.500 Nederlanders het gebied, onder wie de meeste bestuursambtenaren.

Het bestuur

Op 1 oktober 1962 werd José Rolz-Bennett, de uit Guatemala afkomstige vice-kabinetschef van VN-secretaris-generaal U Thant, als hoofd van UNTEA geïnstalleerd in Hollandia. Hij volgde de aftredende Nederlandse gouverneur P.J. Platteel op. De Nederlandse vlag bleef tot 31 december 1962 naast de VN-vlag wapperen; daarna kwam de Indonesische vlag ernaast. Op 15 november 1962 werd de functie overgenomen door de Iraniër Djalal Abdoh.

De veiligheid werd gewaarborgd door de UNSF (United Nations Security Force), bestaande uit 1500 Pakistaanse militairen onder leiding van generaal-majoor Said Uddin Khan. Daarnaast waren een detachement van 60 man van de US Air Force en een detachement van 16 man van de Royal Canadian Air Force aanwezig. De onder Nederlands bewind opgerichte Papoeapolitie en het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK) gingen deel uitmaken van de UNSF, evenals een contingent in het gebied geïnfiltreerde Indonesische militairen onder de naam Kontindo (Kontingen Indonesia).

Elf Nederlandse bestuursambtenaren bleven om UNTEA bij de overdracht te helpen. Zij kregen een contract tot 1 mei 1963. Door het vertrek van het Nederlandse ambtenarenapparaat viel het UNTEA moeilijk het gebied te besturen; ter plaatse waren onvoldoende opgeleide mensen aanwezig. Belangrijke functies werden vervuld door politieofficieren uit de Filipijnen en vooral door Indonesiërs.

Overdracht en nasleep

Indonesië zag het overgangsbestuur als een noodzakelijk kwaad dat zo snel mogelijk moest worden beëindigd. Het Akkoord van New York bepaalde dat de overdracht op zijn vroegst op 1 mei 1963 kon plaatsvinden, met de mogelijkheid van verlenging. Indonesië drong aan op die vroegst mogelijke datum en de VN gingen daarmee akkoord. Indonesië kreeg het mandaat het gebied te besturen tot er een volksraadpleging zou worden gehouden waarin de bevolking zelf over haar toekomst mocht beslissen. Vanuit Indonesisch gezichtspunt keerde het gebied echter "terug in de moederschoot"; het land was niet van plan tegemoet te komen aan de onafhankelijkheidswensen van de bevolking.

De volksraadpleging werd in 1969 gehouden volgens musyawarah, een Indonesisch overlegprincipe uit de adat, waarbij een geselecteerd aantal mensen in raden hun stem uitbracht. De deelnemers werden vooraf gekozen op grond van hun pro-Indonesische standpunten en werden bij het stemmen sterk geïntimideerd, met een pro-Indonesische uitslag tot gevolg.

Na het vertrek van UNTEA werd het gebied omgedoopt tot Irian Barat (West-Irian), en in 1973 tot Irian Jaya ("Glorieus Irian"). Irian Jaya werd een provincie van de Republiek Indonesië. Die naam bleef in gebruik tot president Abdurrahman Wahid eind 1999 in Jayapura de naam Papua weer toestond. De wet op de speciale autonomie volgde in 2001, onder president Megawati Soekarnoputri.

Een groot deel van de bevolking heeft de overdracht aan Indonesië nooit geaccepteerd. In 1965 werd bij Manokwari de Organisasi Papua Merdeka (OPM) opgericht, onder meer door ontslagen leden van het Papoea Vrijwilligers Korps. De OPM riep in 1971 eenzijdig de onafhankelijkheid van West-Papoea uit. De beweging is geen eenheid, maar een verzameling politieke en gewapende facties; de gewapende tak staat bekend als de TPN(-PB). De OPM bestaat nog steeds. Schattingen van het aantal dodelijke slachtoffers van het conflict tussen 1963 en heden lopen sterk uiteen, van enkele tienduizenden tot enkele honderdduizenden.

UNTEA is historisch van betekenis omdat het het eerste geval was waarin de Verenigde Naties het volledige bestuur over een gebied uitoefenden.

De medaille

Zoals gebruikelijk stichtte de secretaris-generaal van de Verenigde Naties een van de Medailles voor Vredesmissies van de Verenigde Naties voor de deelnemers. Deze UNTEA-medaille wordt aan militairen en politie-agenten verleend.