| Nieuwe Uilenburgerstraat | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Land | ||
| Plaats | Amsterdam | |
| Stadsdeel | Centrum | |
| Wijk/buurt | Uilenburg | |
| Begin | Peperbrug | |
| Eind | Steenvoetsluis | |
| Postcode(s) | 1011 LM-LX | |
| BAG-informatie | 0363300000004683 | |
De Nieuwe Uilenburgerstraat is een straat in de binnenstad van Amsterdam. Het is de hoofdstraat van het eiland Uilenburg.
De straat loopt in het verlengde van de Peperstraat, vanaf de Peperbrug over de Rapenburgwal in zuidwestelijke richting naar de Steenvoetsluis over de Houtkopersburgwal. Hierna loopt de straat verder als de Uilenburgersteeg naar de Jodenbreestraat. Zijstraten van de Nieuwe Uilenburgerstraat zijn de Oostersekade, Nieuwe Batavierstraat, Uilenburgerwerf en Houtkopersburgwal.
De Nieuwe Uilenburgerstraat ligt midden in de voormalige Amsterdamse Jodenbuurt. In de straat staan de 18e-eeuwse Uilenburgersjoel en de diamantslijperij Boas, ooit de grootste diamantslijperij ter wereld. Er liggen Stolpersteine bij huisnummers 44 III, 70, 72, 74 II en 86 II.
Het kunstmatige eiland Uilenburg werd in 1593 aangeplempt als deel van de Tweede Uitleg van Amsterdam. De naam is mogelijk afkomstig van een hier gelegen gebied dat in 1470 Uylenbraeck werd genoemd. Aanvankelijk werd Uilenburg bestemd voor scheepsbouw en houtopslag. Door inklinking van de grond en verkeerde opmetingen werd het eiland echter smaller dan gepland, waardoor de scheepswerven verplaatst moest worden naar de Oostelijke Eilanden.
Uilenburg ontwikkelde zich tot een arbeiderswijk met veel Asjkenazische Joden. In de 19e eeuw heerste in deze sloppenwijk veel armoede, met overbevolking en ziektes zoals tyfus en trachoom. De Woningwet van 1901 leidde tot grootschalige sloop. In totaal werden 333 percelen gesloopt in de Uilenburgerstraat en Batavierstraat.
Hierbij ontstond de Nieuwe Uilenburgerstraat in 1917-1927 door de sanering van de voormalige Uilenburgerstraat en de Batavierstraat. De nieuwe straat was breder dan de oorspronkelijke straten. De gesloopte bebouwing werd vervangen door nieuwbouw in Amsterdamse School-stijl, ontworpen door architect Jo Mulder.
Tot de Tweede Wereldoorlog was er een dagelijkse markt, die vooral op zondagochtend goedbezocht was. Op de markt werden voornamelijk tweedehands goederen en levensmiddelen zoals tafelzuur verkocht.

Tijdens de oorlog maakte Uilenburg deel uit van het getto Judenviertel I, met razzia's en deportaties van de Joodse bewoners naar vernietigingskampen. Joodse scholen en badhuizen werden aangewezen, maar na 1943 niet meer gebruikt omdat bijna de gehele Joodse bevolking naar de kampen was afgevoerd.
De straat bevat een aantal markante gebouwen, veelal met status als rijksmonument of gemeentelijk monument.
De Peperbrug ligt over de Rapenburgwal. Hier gaat de Nieuwe Uilenburgerstraat aan noordkant over in de Peperstraat, die verder loopt naar de Prins Hendrikkade. Het is een gietijzeren ophaalbrug uit 1929. De brug is aangewezen als rijksmonument.
Aan even zijde (nr. 2-68) is een woningblok in Amsterdamse School-stijl, ontworpen door Jo Mulder. De huizen werden in de jaren 1920 gebouwd ter vervanging van gesloopte krotwoningen.
Op de hoek van de Nieuwe Uilenburgerstraat en de Oostersekade is een gevelplastiek van beeldhouwer Adrianus Remiëns, met het jaartal 1927, het jaar van de voltooiing van de sanering van Uilenburg.

Aan de oneven zijde staan een aantal pakhuizen uit de 17e eeuw met luiken en tuitgevels. Pakhuis In 't Wasbak staat op nr. 7 en De Houtschroef op nr. 9. Op nummer 13-23 is een reeks van vijf pakhuizen vernoemd naar Duitse steden: Mannheim, Bonn, Frankfort, Mentz en Coblentz.
De pakhuizen zijn tussen 1975 en 1985 omgebouwd tot appartementen.
Pakhuis Sweeden (Nieuwe Uilenburgerstraat 1) is een dubbel pakhuis uit 1716. In 1914 kreeg het een nieuw voorhuis in art-nouveaustijl.
Werf Uilenburg (nr. 57-59), met gevelsteen Wapen van Portugal, is een voormalig kantoor van de Dienst der Publieke Werken. Het is aangewezen als gemeentelijk monument.

Op nummer 57 staat een voormalig transformatorstation van het GEB, een rijksmonument met twee gevelstenen die lantaarns afbeelden.
Daarachter, op Nieuwe Uilenburgerstraat 59-achter, staat de directeurswoning met bestuurskamer van de Sophia Rosenthalbewaarschool, een voormalige Joodse kleuterschool. Het schoolgebouw zelf werd in 1956 afgebroken. Het gebouw uit 1887 is aangewezen als gemeentelijk monument.
Liander plant de vernieuwing van het transformatorstation vanwege de groeiende stroomvraag in Amsterdam. Hierbij presenteerde Liander in 2024 plannen om het station verder naar achteren te verplaatsten, waar de schooldirecteurswoning nu staat en hiervoor verplaatst of gesloopt zal moeten worden. Het voormalige kantoor van Publieke Werken en de gebouwen daarachter blijven in de plannen ongemoeid en krijgen een nieuw functie als ouderenwoningen.
Op huisnummer 91 staat de Uilenburgersjoel, een synagoge uit 1766 van de Hoogduits-Joodse gemeente. Door de straatverbreding bij de aanleg van de Nieuwe Uilenburgerstraat staat het gebouw achter een hoge muur, waardoor het vanaf de straat niet goed zichtbaar is.
Het gebouw verving een huissynagoge uit 1724 en diende tot 1943 als gebedshuis. In de bovenruimte van het gebouw zat de synagoge, in de benedenruimte werden bruiloftsfeesten gehouden. Na de oorlog diende het gebouw als restauratie-atelier van Hans 't Mannetje. Het gebouw is aangewezen als rijksmonument.
De liberaal-joodse gemeente Beit Ha'Chidush komt sinds 1997 enkele keren per maand samen in de synagoge. Daarnaast vinden er muziekuitvoeringen en andere bijeenkomsten plaats.

Op nummer 173-175 bevindt zich de voormalige diamantslijperij Boas, die in 1879 geopend werd als de destijds grootste diamantslijperij ter wereld. Het gebouw werd tijdens de oorlog gevorderd door de Duitse bezetters. In 1944 werd de fabriek geliquideerd, waarna de resterende Joodse diamantbewerkers en handelaren werden afgevoerd naar vernietingskampen.
Sinds 1990 is Gassan Diamonds er gevestigd. Het complex werd in 1996 aangewezen als rijksmonument.
Op nummer 114-116 is Splendor, een muziekpodium in een voormalig badhuis uit de jaren 1920 in Amsterdamse School-stijl, met hergebruikte gevelstenen zoals 'D' Diemertoren' en 'Vrouwe Fortuna'.. Het gebouw diende tevens als sectiepost van de Stadsreiniging en omvatte een dienstwoning voor de badhuismeester.
Johannes Mijdema, de badhuismeester vanaf 1923, werd gearresteerd in februari 1944, waarschijnlijk omdat hij onderdak bood aan twee Joodse onderduikers. Hij overleed in concentratiekamp Neuengamme in januari 1945.