
Uithongering is het bewust veroorzaken van honger bij een bevolking, om deze tot overgave te dwingen, te verdrijven, collectief te straffen of uit te roeien. Bij uithongering wordt de aanvoer van voedingsmiddelen en water voor een hele bevolking met geweld verhinderd en/of de voorraden en middelen voor de productie daarvan vernietigd. In vroegere tijden was uithongering een gebruikelijke methode om een bevolking tot overgave te dwingen, bijvoorbeeld bij de belegering van een stad. Het beleg van Kasteel Gaillard (1203-1204) door Filips II van Frankrijk en het lange beleg van Leningrad (1941-1944) in de Tweede Wereldoorlog zijn voorbeelden van belegeringen waarbij uithongering een rol belangrijke speelde.
Het toepassen van uithongering als oorlogswapen is verboden bij internationaal recht. Een 20ste-eeuws voorbeeld is de gecreëerde hongersnood in Biafra, eind 1970er jaren. Ook in de 21ste eeuw is uithongering toegepast als oorlogswapen, zoals bij de humanitaire crisis in Gaza. Israël werd beschuldigd van het niet toelaten van voldoende hulp voor de bevolking van Gaza, terwijl Hamas beschuldigd werd van uithongering van de Israëlische gijzelaars.
Uithongering kan ook worden toegepast bij individuele personen om iets af te dwingen of hen te straffen. Hierover is echter niets geregeld in het internationaal recht.
In het geval van 'internationale gewapende conflicten' is uithongering als methode van oorlogsvoering sinds 1977 verboden in artikel 54.1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij de Conventies van Genève:
Het uithongeren van burgers als methode van oorlogsvoering is verboden.
Het Tweede Aanvullend Protocol, dat over 'niet-internationale gewapende conflicten' gaat, beschrijft het verbod uitvoeriger in artikel 14:
Het uithongeren van burgers als methode van oorlogvoering is verboden. De volgende daden zijn daarom verboden: het met het bovengenoemde doel aanvallen, vernietigen, weghalen of onbruikbaar maken van voor het overleven van de burgerbevolking onmisbare objecten, zoals voedingsmiddelen, landbouwgebieden waar voedingsmiddelen worden geproduceerd, oogsten, vee, drinkwaterinstallaties en -voorraden en bevloeiingswerken.
In het Statuut van Rome wordt sinds 2002 uithongering als methode van oorlogsvoering aangemerkt als een oorlogsmisdrijf. Artikel 8.2.b.xxv is van toepassing op een 'internationaal gewapend conflict' en artikel 8.2e.xix op een 'niet-internationaal gewapend conflict'. De definitie luidt:
opzettelijk gebruikmaken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, waaronder het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen zoals voorzien in de Verdragen van Genève
Uithongering kan een onderdeel zijn van een misdaad tegen de menselijkheid volgens artikel 7 van het Statuut van Rome:
… Voor de toepassing van dit Statuut wordt verstaan onder misdrijf tegen de menselijkheid elk van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval … andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt. … de onthouding van toegang tot voedsel en geneesmiddelen, gericht op de vernietiging van een deel van een bevolking;