Unie van Europese Federalisten UFE | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Hoofdkantoor | Brussel | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 1946 | |
| Organisatiestructuur | ||
| Rechtsvorm | internationale vereniging zonder winstoogmerk | |
| Type | belangenorganisatie, organisatie | |
| Oprichter | Alexandre Marc | |
| Voorzitter | Sandro Gozi (2018) | |
| Verwante organisaties | ||
| Lid van | Europese Internationale Beweging | |
| Financiën | ||
| Omzet/jaar | 214.300 euro (2019) | |
| Donaties | 30.200 euro (2019) | |
| Prijzen en erkenningen | ||
| Archieflocatie | centre d'histoire de Sciences Po | |
| Links | ||
| Website | link | |
De Unie van Europese Federalisten (Engels: Union of European Federalists, afgekort UEF) is een internationale niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk die pleit voor een federale inrichting van Europa en verdere politieke integratie van de Europese Unie. De organisatie heeft haar zetel in Brussel. Volgens de Europese Beweging Internationaal is de UEF een pluralistische vereniging die onafhankelijk is van politieke partijen en overheidsinstellingen en die de omvorming van de Europese Unie tot een Europese federatie nastreeft.
De UEF ontstond in december 1946 in Parijs uit de samenwerking van verschillende Europese federalistische bewegingen die na de Tweede Wereldoorlog streefden naar supranationale Europese instellingen. In de vroege geschiedenis van de organisatie speelden onder anderen Hendrik Brugmans, Alexandre Marc en Altiero Spinelli een rol. Historisch onderzoek naar de beweging onderscheidt in deze periode verschillende federalistische stromingen, waaronder het zogenoemde integrale federalisme en het institutioneel gerichte of 'Hamiltoniaanse' federalisme, vernoemd naar de Amerikaanse Founding Father Alexander Hamilton.
De UEF werd in december 1946 opgericht in de Parijse zetel van de Franse federalistische organisatie La Fédération. In april 1947 kwam in Amsterdam een eerste centraal comité bijeen onder voorzitterschap van Henri Brugmans. Volgens de Historische Archieven van de Europese Unie namen hier tachtig afgevaardigden aan deel, afkomstig uit onder meer Europeesche Actie, Europa-Union, de Britse Federal Union, Union fédérale, de Italiaanse Movimento Federalista Europeo en La Fédération.
Het eerste congres van de UEF vond van 27 tot en met 31 augustus 1947 plaats in Montreux in Zwitserland. Alexandre Marc, die uit de Franse personalistische beweging rond Ordre Nouveau kwam, werd de eerste secretaris-generaal van de organisatie. Historicus Benedetto Zaccaria beschrijft hoe op dit congres de invloed zichtbaar was van het personalistische en integrale federalisme. Deze stroming beschouwde federalisme niet alleen als een methode voor de inrichting van Europese instellingen, maar ook als een beginsel voor de verhouding tussen lokale, regionale, nationale en Europese bestuursniveaus.
Binnen de beweging bestonden vanaf het begin verschillende opvattingen over de strategie om Europese eenwording te bereiken. Het integrale federalisme, onder meer vertegenwoordigd door Marc en André Voisin, verbond de Europese federatie met een bredere federalistische hervorming van de samenleving. De meer institutioneel gerichte stroming rond Altiero Spinelli concentreerde zich sterker op de totstandkoming van supranationale politieke instellingen en op politieke druk op nationale parlementen en regeringen. Volgens Zaccaria kreeg Spinelli's institutionele benadering na het Congres van Europa in Den Haag in 1948 meer gewicht binnen de federalistische beweging.
Een van de eerste grote politieke acties van de UEF was in 1949 een campagne voor een Europees pact via de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa. De beweging voerde vervolgens campagne voor de bijeenroeping van een Europese grondwetgevende vergadering die een federaal verdrag zou moeten opstellen.
In het begin van de jaren 1950 raakte de UEF betrokken bij het politieke debat rond de voorgestelde Europese Defensiegemeenschap en de daarmee verbonden plannen voor een Europese Politieke Gemeenschap. De Franse historicus Bertrand Vayssière beschrijft de UEF in deze periode als een federalistische pressiegroep die haar toegang tot politieke besluitvormers geleidelijk wist te vergroten. In zijn onderzoek naar de jaren 1952–1954 stelt hij dat federalisten onder meer invloed uitoefenden op het debat over artikel 38 van het verdrag voor de Europese Defensiegemeenschap, dat voorzag in verdere stappen naar een Europese politieke structuur.
De mislukking van het plan voor de Europese Defensiegemeenschap in 1954 verscherpte de strategische meningsverschillen binnen de UEF. Een meer pragmatische of 'possibilistische' stroming, sterk vertegenwoordigd door Duitse en Nederlandse federalisten, wilde via geleidelijke politieke beïnvloeding verder werken aan de overdracht van bevoegdheden aan Europese instellingen. Een meer maximalistische stroming rond Spinelli wilde daarentegen de nadruk leggen op een mobilisatie van de publieke opinie voor een Europese grondwetgevende vergadering.
De interne tegenstelling leidde in november 1956 tot een organisatorische splitsing. Onder meer Europa-Union en de Duitse Bund Europäischer Föderalisten sloten zich met La Fédération aaneen in de Action européenne fédéraliste (AEF). De stroming rond Spinelli bleef aanvankelijk binnen de UEF en vormde deze in 1959 om tot het supranationale Mouvement Fédéraliste Européen (MFE).
Het MFE bleef het tot stand brengen van een Europese federatie als einddoel beschouwen, maar legde vanaf de jaren 1960 ook nadruk op het behoud en de verdere ontwikkeling van de bestaande Europese Gemeenschappen. Een belangrijk actiepunt werd de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement en de uitbreiding van de bevoegdheden van dat parlement.
De twee federalistische stromingen groeiden aan het einde van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970 opnieuw naar elkaar toe. De Historical Archives of the European Union dateren de statutaire hereniging van MFE en AEF in december 1971. De huidige UEF-documentatie vermeldt vervolgens een formative congress in Brussel op 13 april 1973, waarop de statuten van de herenigde UEF werden aangenomen.
Het centrale uitgangspunt van de UEF is dat Europese integratie uiteindelijk moet leiden tot een democratisch georganiseerde Europese federatie. De organisatie bepleit daarbij verdere politieke integratie en een Europese bestuursstructuur waarin bevoegdheden over verschillende bestuursniveaus worden verdeeld.
De UEF presenteert zichzelf als partijpolitiek onafhankelijk. Zij vormt geen Europese politieke partij, maar organiseert politieke campagnes, debatten en standpuntvorming rond Europese institutionele en politieke vraagstukken. Haar historische activiteiten omvatten onder meer campagnes voor supranationale Europese instellingen, een Europese grondwetgevende vergadering, rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement en uitbreiding van de bevoegdheden van Europese instellingen.
De precieze politieke prioriteiten van de organisatie zijn in de loop van haar geschiedenis veranderd. De blijvende gemeenschappelijke factor is het federalistische uitgangspunt dat Europese politieke samenwerking niet uitsluitend intergouvernementeel moet worden georganiseerd, maar mede moet berusten op democratisch gelegitimeerde Europese instellingen met eigen bevoegdheden.
De UEF is opgebouwd uit nationale secties waarin individuele leden zijn georganiseerd. De nationale organisaties functioneren binnen het algemene politieke kader van de Europese UEF. In landen waar geen nationale sectie bestaat, voorziet de organisatie daarnaast in mogelijkheden voor individueel lidmaatschap.
Het Europese congres is het hoogste orgaan van de UEF en bepaalt de algemene politieke en organisatorische koers. Tussen de congressen vervult het Federal Committee (Federaal Comité) de centrale besluitvormende functie. De internationale organisatie heeft haar secretariaat en zetel in Brussel.
Een van de aangesloten nationale organisaties is UEF-België. De Belgische organisatie omschrijft zichzelf als lid van de Europese UEF en als een pluralistische vereniging die onafhankelijk is van politieke partijen en overheidsinstellingen.
De UEF maakt deel uit van het netwerk van de Europese Beweging Internationaal. Historisch waren verschillende organisaties die aan de basis van de UEF stonden eveneens betrokken bij de bredere naoorlogse beweging voor Europese eenwording.
Een nauw verwante maar institutioneel autonome jongerenorganisatie is de Young European Federalists (JEF; Frans: Jeunes Européens Fédéralistes, Nederlands: Jonge Europese Federalisten). De Europese Beweging Internationaal omschrijft JEF als een autonome Europese jongerenorganisatie. UEF en JEF zijn daarmee afzonderlijke organisaties binnen de bredere Europese federalistische beweging.