| Uremie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Classificatie | ||||
| Specialisme | Nefrologie | |||
| Beschrijving | ||||
| Symptomen | Slaperigheid, duizeligheid, geen eetlust, spierkrampen, jeuk, rustelozebenensyndroom, verwardheid, urine-achtige ademgeur | |||
| Complicaties | Subdurale bloeding, pericarditis, longoedeem | |||
| Diagnose | Gebaseerd op symptomen en nierfalen | |||
| Coderingen | ||||
| ICD-10 | N19 | |||
| DOID | 4676 | |||
| MeSH | D014511 | |||
| ||||
Uremie is de verzameling van symptomen die optreden als gevolg van nierfalen. Deze symptomen kunnen bestaan uit vermoeidheid, misselijkheid, verlies van eetlust, spierkrampen, jeuk, rusteloze benen, verwardheid of een urineachtige geur in de adem. Ernstigere complicaties zijn onder andere subdurale hematomen, pericarditis of longoedeem.
De aandoening kan het gevolg zijn van acuut of chronisch nierfalen. Dit kan het gevolg zijn van diabetes, hypertensie, nierarteriestenose, hemolytisch-uremisch syndroom, ziekte van Berger, FSGS, MPGN of cystenieren. De bron van de aandoening omvat de ophoping van afvalstoffen die normaliter door de nieren worden verwijderd. Symptomen van uremie treden meestal alleen op wanneer de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) lager is dan 15 ml per minuut. Mildere symptomen kunnen echter ook voorkomen bij filtratiesnelheden die dichter bij de standaard liggen.
De eerste behandeling bestaat normaal uit dialyse. Stimulerende middelen voor rode bloedcellen kunnen worden gebruikt bij mensen met bloedarmoede, en een kaliumarm dieet kan worden aanbevolen. Een niertransplantatie is mogelijk nodig als de eerste behandelingen niet werkzaam is. Uremie zonder behandeling heeft een slechte prognose.
Hoe vaak uremie voorkomt is onduidelijk, aangezien de meeste mensen behandeld worden voordat uremie kan optreden. De term "uremie" betekent letterlijk "urine in het bloed". Oorspronkelijk werd de term gebruikt voor alle symptomen als gevolg van nierfalen, maar vanaf de jaren 2000 werd het meer gebruikt voor symptomen die niet het gevolg waren van vochtophoping, elektrolytenstoornissen of een laag aantal rode bloedcellen. De aandoening werd voor het eerst beschreven in 1836 door Richard Bright.